Eiland
Mijn geliefde en ik, wij verkeren in een aangenaam vacuum. Zorgen hebben wij niet, behalve de dagelijkse dan. Is er nog koffie in huis? Heb jij gastenlijst voor London Calling geregeld? (he, damn, nee, wacht, er is vast nog iemand op kantoor) Halen we eten uit bij Roos en Noor of bij de Oceaan? Dat soort dingen.
Alle emails van de Hofstadgroep zijn gewist want ze hadden hun hotmail account dertig dagen niet meer gebruikt en ja dat had de AIVD dus maar wat vroeger moeten vragen aan hun vriendjes van Microsoft. Mijn geliefde en ik kijken elkaar aan, denken `Whatever. Dit is niet ons land.`. In de voorsteden van Parijs grijpt een verloren generatie naar de laatste strohalm die ze verzinnen kan, de oproerpolitie grijpt naar het enige middel dat ze kennen. Ik kijk naar mijn geliefde. Zij glimlacht tevreden. `In dat land woon ik niet meer.` Het Vlaams Belang (wiens belang?) blijft zich inspannen om te bewijzen dat de combinatie van debiliteit en overbodigheid niet noodzakelijk ongevaarlijk is en schaart zich aan de zijde van fundamentalistische Katholieken die protesteren tegen een toneelstuk dat zichzelf promoot door middel van een Maria-beeltenis-met-blote-borst. Ik zweer je, nog even en je kan zelfs het Christendom niet meer beledigen of je eindigt op je rug met een kruisbeeld op je buik. Leven we in de fooking (gisteren naar Oasis geweest - coke`n roll!!) jaren `50 of zo? Mijn geliefde kijkt me aan, ik doe mijn RSI-oefeningen. `Dat land is ver weg en lang geleden en dat gaan we nog een tijdje zo houden. Wat zullen we doen: de Chateau de Busquet 2001 of de Cote de Castillon 2000?`.
Zijn wij gewetenloos? Materialistisch? Slachtoffers van te snelle en te rijke tijden? Onverschillig? Zonder engagement? In slaap gewiegd door de luxe van ons tweeverdienerschap en onze kinderrijke design woonwijk?
Neen. Mijn geliefde en ik, wij zijn een subtropisch eiland.
Net zoals die dude die door Hugh Grant werd gespeeld in ‘About a Boy’, die zei ook dat ie een eiland was, Ibiza meer bepaald. Zolang je maar geen onbewoond eiland bent, zeg ik altijd maar. Of altijd, altijd, soms zeg ik dat. Of soms… Nooit, om eerlijk te zijn. Maar toch, nu ik het zeg: het klopt verdomme wel. Als je maar geen onbewoond eiland bent.
Max J. Molovich (URL) - 04-11-’05 15:14