Zon, zee, een cursus projectmanagement en tantrische sex seks.

Ik was nogal tevreden over de titel van dit stukje, dus ik zou er verder maar niet te veel van verwachten.

Goed.

(Had ik al verteld dat ik het fijn vind om een zin te tikken en dan, bij wijze van interludium en ter overgang naar een totaal ander stuk, gewoonweg het woord Goed. te plaatsen. Dat vind ik mooi. Goed. En wat ik echt wilde zeggen: dat heb ik dus niet bedacht maar dat heb ik gewoon gestolen/afgekeken/geleend van de onvolprezen Martin Bril. Iedere keer als u dus weer zo`n welgeplaatste Goed. van mij tegen het lijf loopt, mag u wat mij betreft vol respect en bewondering aan Martin Bril denken.)

Goed.

De zon piept door de wolken wanneer ik welgemutst het terras van Oscars betreed. `s Zomers is Oscars een smaakvolle club aan het Scheveningse strand. Alle andere seizoenen trouwens ook, alleen woont Oscars klandizie dan in Benidorm. Dus klust Oscars bij door haar faciliteiten - vergaderzaaltjes, strandstoelen en een overheerlijke lunch - te verhuren aan bedrijven die er hun personeel wensen te trakteren op cursussen projectmanagement. Bijvoorbeeld.

Cursusleider JP heeft zijn trui strak in zijn jeans gestopt. Dat vind ik eng. Mannen die hun trui strak in hun broek duwen; het zou bij wet verboden moeten worden. Het is trouwens niet eens een trui, het is meer een kruisbestuiving tussen een sweater, een polo en een trui. De stof is dun, maar de mouwen zijn lang en de kraag is een polo-kraagje zoals van een Lacoste-polo. Zo`n kraagje dat altijd slap hangt en niet valt te strijken. En zeggen dat Lacoste weer hip is - een mooi moment om te besluiten dat ik te oud word om nog mee te doen aan de waan van de dag, lijkt me. Gefascineerd kijk ik naar de zes knoopjes die vanaf de kraag over zijn borst lopen. Er staan letters op. Een d, een i, een e, een s, nog een e en een l. (Ik ben allergisch voor kleding met tekst op. Ik wil een mooi shirt. Geen reclamezuil. Goed.)

Het is moeilijk te zeggen hoe oud JP is. Zijn haren zijn grijs, maar hij is mager en bruin. Ik zie nu dat zijn tepels door de sweaterpolotrui priemen. Dat wil ik helemaal niet zien. JP praat zelfverzekerd en bedachtzaam. Hij analyseert. Hij weet dat je de dingen moet doorzien. Dat alles valt te vatten. Als je het maar goed wegzet. Ik denk aan Ad Visser. Ik zie JP urenlange tantrische sex seks beleven met een dikke vrouw die Ladyshave tegennatuurlijk vind. Dat wil ik helemaal niet zien.

`Wanneer het mis gaat, is de projectmanager altijd de lul.`, vertelt JP.

Ik kijk uit het raam. Ik zie de zee.

Dus.

Toen ik begon met webloggen, had ik me voorgenomen een aantal dingen niet te doen. Zoals stoppen met loggen. Doe ik niet.

Ik surf van her naar der en overal zie ik de loggers sneuvelen bij bosjes. Een enkeling heeft het fatsoen om zijn boeltje zonder boe of ba uit het werelwijde web te knikkeren of om het gewoon eenzaam achter te laten en langzaam te laten overwoekeren door spamonkruid maar veelal wordt het afscheid opgeluisterd met hartverscheurende noodkreten a la `de stress om te moeten posten is te groot` en `de dictatuur van het comments scoren maakt mijn leven een hel` en `mijn lief wil ook wat quality time` of `ik moet nu toch eindelijk `ns wat nuttigs met mijn vergankelijkheid`. Enzovoort, enzoverder. Voor deze mensen heb ik slecht 1 boodschap: stelletjes wankers! In Afrika sterven er kindertjes van de honger!

Dan zijn er ook nog loggers die mij irriteren. Hey ho sorry he dat ik zo lang niet gepost heb he ja zeg amai ik ben zo druk en ik heb niks te vertellen en mijn goudvis had de mazelen dus ja zo kwam het dan maar ja dan toch nog maar een postje want ik ben jullie niet vergeten hoor! Nou, ik anders jou wel. Want er viel geen zak te lezen namelijk en dan kom ik dus niet, thank God voor de RSS-reader, en ik verwacht van mijn lezers exact hetzelfde. Geen post, geen bezoek en al wie mij onder valse voorwendselen naar zijn log lokt via zulke miezerige non-posts mag van groot geluk spreken dat ik me nooit zo in het hacken verdiept heb - maar hey, ik heb dan weer vrienden; had ik al verteld dat het leven uit niets dan keuzes bestaat?

Goed.

Dat zat ik me de afgelopen week zo allemaal een beetje te bedenken en dat wou ik dan ook hier even posten maar dat kwam er niet van want ik was veel te druk HIERMEE.

Een aangename zondagmiddag.


Een aangename sfeer op het veld.


Solo Loe vierde met gepaste bescheidenheid...


...zelf heb ik ten te allen tijde respect voor de tegenstander maar...


... dit waren de twee stoelen die dit seizoen het verschil maakten...

Hoe ik de Postcodeloterij verloor (slot)

Mijn hele leven lang heb ik nooit anders geweten dan dat er in de eetkamer, boven het bureau van mijn vader, een bamboe kooitje hing met daarin een gele kanarie. Die heette altijd Fifi. Ik schat dat ik ondertussen zo`n goed dozijn Fifi`s overleefd heb. Moeders huidige Fifi is een geval apart. Af en toe, niet zelden wanneer hij net uit volle borst de Mattheus Passie van Bach van additionele arrangementen aan het voorzien is, valt hij om en knalt vol op zijn bek tegen de bodem van zijn kooitje. Een vogel die valt, je ziet het niet alle dagen.

`Jongen, het is weer lang geleden he.`
Ik knik.
`Jongen, pompoensoep?`
Ik schud het hoofd.
`Echt niet? Zeker van? Vers hoor?`
Ik zucht.

Pok. Fifi valt, krabbelt weer op, fladdert naar zijn stokje. Pok.

`Mama. Voor zijn eigen goed: doe dat beestje dood.`
`Jongen, de dierenarts zegt dat als dat stompje helemaal dichtgegroeid is, dat hij er dan wel weer op kan steunen. En hij zingt opnieuw. Ik vind dat plezant. Ik ben niet graag alleen thuis.`
`Ok. Leven met een invalide kanarie. Alles kan altijd erger.`

Terwijl Liefje ons karretje op zijn draagkracht testte, was ik wat doelloos door de Match gaan dwalen. Ik liep een ex-klasgenoot tegen het lijf die een carriere als voetbalscheidsrechter ambieerde. Bij de vleeswaren stond ik oog in oog met de vrouw van mijn neef. Ik keek haar secondenlang aan zonder haar te herkennen en liep verder terwijl ik een blik vol verachting wierp op mijn achterneefje dat naast haar stond.

`Jongen, ben jij daarstraks Nathalie tegengekomen in de Match?`
`Niet dat ik weet.`
`Je liep haar voorbij zonder goeiedag te zeggen.`
`Ik ben blij te vernemen dat de tam-tams in Edegem nog steeds uitstekend functioneren.`
`Tante C. is je meter, jongen.`

Pok.

Enkele minuten later had Baas E teruggebeld. Zo te horen was op dat moment Ch!pz aan zet op het Java-eiland.
`Ivo!`
`Ja.`
`De tweede letter is een W.`
Opgelucht keek ik Liefje aan. Die stapelde net twee kartons Contrex bovenop ons winkelkarretje.
`347 euro per lot voor de wijk!`, riep Baas E. opgewonden ten afscheid.

Pok.

`Och jongen. Wat zou je met dat geld gedaan hebben dat je nu niet kan? Dat valt toch allemaal wel mee?`
`Beleggen. Een sabatjaar nemen. Een boot kopen. Vijf jaar vroeger stoppen met werken. Eigen bedrijf beginnen. Onze verbouwing cash betalen. Een skybox bij PSV. Ik had wel een paar ideetjes, weet je. Maar ik heb het niet slecht. Dat is waar. Alles kan altijd erger.`

Pok.

Hoe ik de Postcodeloterij verloor (2)

Liefje dartelt uitgelaten door de nagenoeg lege gangpaden. Angstig kijk ik toe hoe het nutteloze producten-niveau in ons winkelwagentje gestaag stijgt. Match - elke Franse of Belgische vrouw die in Nederland woont, begint spontaan te ovuleren bij de gedachte aan haar verloren supermarktparadijs. We zijn in mijn geboortedorp Edegem, een geheel uit gemiste kansen en overbodige mensenlevens opgetrokken brok middelmatigheid. `Ik vind hier allemaal dingen die ik thuis niet kan vinden.`, keilt Liefje vrolijk een potje tarama in ons karretje. Ik zie vooral mensen die ik jaren geleden heb achtergelaten op weg naar... tja, naar waar ook alweer eigenlijk? Alleszins naar een plek waar ik hen met geen mogelijkheid zou kunnen vinden en vooral: zij mij ook niet. So far, so good.

Ik sta tussen de groentenbakken. Ik zwaai naar een jongen die ik ken. Ooit was hij de David Byrne van Edegem-centrum. Nu duwt hij vermoeid een winkelkarretje en drie kinderen voor zich uit naar de parking.

Telefoon.

`Ivo!`, hoor ik Baas E. roepen tegen een achtergrond van joelende mensen en iets waarvan ik vermoed dat het Anita Meyer is die het beste van zichzelf onbaatzuchtig aan het Java-eiland schenkt.
`De eerste letter is getrokken. Het is een T!`
`Klote.`
Verschrikt kijkt een winkelende vrouw op in wie ik de moeder meen te herkennen van een ex-liefje. Ze schudt haar hoofd, net als toen.

Onze postcode begint met een T. De eerste letter van de winnende twee letter-combinatie begint met een T.
Zelden heb ik een bui zo vreselijk voelen hangen als vandaag.
`Hahahahahaha`.
Baas E. kan zijn lol niet op. Baas E. houdt van winnen. Maar nog meer houdt Baas E. ervan mensen te zien verliezen. Ik voorzie een traumatische maandagochtend.

Ik hang op. Liefje kijkt me vragend aan. `We gaan winnen.`, zeg ik. Ontroostbaar.

Hoe ik de Postcodeloterij verloor (1)

Baas E. belt op mijn mobiel. 9.17h. Dat is vroeg. Dat is ofwel heel goed ofwel heel slecht nieuws. Baas E. woont twee straten verderop, op dat fijne Sporenburg-eiland. Toch zien we elkaar alleen op het werk. Nooit `ns in de Albert Hein of bij winkelcentrum Brazilie of gezellig in de Cantine. Gek is dat. Maar deze keer verbindt onze woonplaats ons op tragische wijze.

`Ivo!`
`Hey E., dat is vroeg.`
`Ja. Heb jij Postcodeloterijloten?`
`Yep. Liefje zeurt al maanden om die dingen op te zeggen maar ik denk altijd: ik wil niet de lul zijn die de Postcodeloterij niet wint omdat hij de week tevoren opgezegd had. Want dat zal...`
`Ivo!`
`Ja.`
`De lentekanjer is in 1019 gevallen. Zaterdag is de trekking op het Java-eiland.`

1019 is Sporenburg. Besef. Ik. Plots.

`Joehoe!`
`D. heeft vorige maand onze loten opgezegd.`
`Auw.`
`Maar ze heeft gebeld en we hadden nog net betaald voor deze maand!`
`Joehoe!!!! Eindelijk kan ik Liefje `ns feestelijk uitlachen en mijn voortschrijdend inzicht laten triomferen als nooit tevoren!!!`, hang ik juichend op terwijl ik de trappen op ren om Liefje feestelijk uit te lachen en mijn voortschrijdend inzicht te laten triomferen als nooit tevoren. Maareh. Wacht `ns. Effe voor de zekerheid de website checken. Ja! Het klopt! Maareh. Wacht `ns. Effe voor de zekerheid mijn rekeningafschriften checken.

Ok. Rustig ademhalen. Kijk nog `ns. 1031EB. Dat is niet mijn postcode. Dat was mijn postcode. Twee jaar geleden. Dit suckt. Dit is niet goed. Ik heb een verhuisbericht gestuurd. Zeker weten. Toen kreeg je bericht terug. Kon je kiezen. Doorspelen op je oude postcode. Overgaan op je nieuwe. Of tijdelijk op twee postcodes spelen en dan pas overgaan op je nieuwe. Wat heb je aangevinkt, Ivo. Wat. THINK!

`Goeiemiddag met de Postcodeloterij, waarmee kan ik u van dienst zijn?`
`Nou eh, ja, eh, het zit zo: ...`
`Oh nou, dat zullen we `ns nakijken, meneer Victoria.`

Een minuut George Baker Selection later.

`Nou, meneer Victoria, u staat in ons systeem nog op 1031EB.`
`Maar eh, ik had gekozen voor tijdelijk op twee postcodes spelen! Dat weet ik zeker! Op het graf van mijn vader!`
`Ja eh, wij hebben inderdaad een verhuisbericht ontvangen. Eh wij moeten dit nakijken. Wij zullen u hierover snel terugbellen.`
`Eh ja maar eh wanneer is snel?`
`Eh ja, meneer Victoria, dat weet ik niet, maar gezien de aard van de zaak zal hier wel spoed achter gezet worden.`
`Eh ja, ok, goed.`

Ik slof de trap op. Ga als een ziek hondje naast Liefje in bed liggen. Ze opent een oog. `Opzeggen dat ding.`

Knopjesmanipulatie.

Het was rood. Ik kwam aan fietsen op mijn uberkekke zwarte Gazelle Scooter Bike, een machine van heb-je-me-daar, dat wil je niet weten. Sierlijk remde ik af en kwam tot stilstand zonder voet aan de grond te zetten. Met een hand leunde ik nonchalant tegen de paal. Glimlachend reed Tom Boonen door mijn hoofd. Rechts van me trokken auto`s zuchtend op. Ik drukte op het gele knopje. En dan nog `ns. En dan nog `ns. Want. Zo`n gele knopje, als daar vaak op gedrukt wordt, dan gaat dat knopje al snel denken van hatsikidee wat een bende fietsers staat daar ongeduldig te wachten om over te steken, ik zal maar `ns snel dat licht op groen zetten. Lijkt mij. Het is een theorie.

Aan de overkant van de weg stond een meisje in een blauwe jas op de fiets te wachten om het kruispunt dwars over te steken. Gek was dat. De verkeerslichten voor de fietsers stonden in alle richtingen tegelijk op rood. Maar goed. Het was gewoon zo`n dag. Het meisje kreeg mijn knopjesmanipulatie-strategie in de gaten. Ze drukte op haar gele knopje. En nog `ns. En nog `ns. En toen drukte ik weer drie keer op mijn knopje. En toen zij weer snel vijf keer achter elkaar op het hare terwijl ze schichtig mijn kant uit gluurde. Ze had groene ogen. Op haar wangen speelden lentesproeten en de wind deed haar wilde krullen prachtig opspringen. Maar er was geen tijd voor sentiment. Vanachter mijn zonnebril priemde ik staalhard naar de overkant en drukte demonstratief een keer of zesentwintig op het knopje. Dacht die trut misschien dat ze mij daar zomaar een beetje kon gaan staan aftroeven in het knopjes drukken om zo haar licht eerder op groen te laten springen dan het mijne? Mooi niet.

Zinderende zondagmiddagminuten gingen voorbij als waren het uren. Verbeten drukten het meisje en ik. Twee waanzinnigen met een missie. Sluierwolken doopten het kruispunt van de Oostenburgergracht en de Czaar Peterstraat in een vreemd, Twin Peaks-achtig zonlicht. Omstaanders deinsden terug. Het was stil.

Daarna staken we tegelijk de straat over. Door het rood. Gewoon. Zoals iedereen.