Vroeger was jong zijn beter.
Eens in de zoveel tijd durf ook ik wel `ns te twijfelen aan de zin van mijn bestaan in het algemeen en die van mijn job in het bijzonder. Noem het baldadigheid. Dan begin ik websites van hippe communicatieburo`s af te schuimen op zoek naar sexy vacatures die ik met mijn jarenlange ervaring als marketeer gespecialiseerd in de niche-markt der hoogopgeleidde jonge muziekliefhebber natuurlijk spelenderwijs de mijne kan maken, inclusief vijftiende maand en in sexorgieen ontaardende vrijmibo`s.
Gelukkig wordt ik op zo`n moment steevast uitgenodigd op een gelegenheid waar de creme de la creme der jongerenmarketeers aanwezig is. `Netwerken!`, roept de vlotte Jaap in mij dan snel, nog voor mijn hersenen in werking kunnen treden, en off i go met twee ogen dicht de valstrik in.
Erik De Zwart, radiogoeroe, jongerenvriend en wetenschappelijk onderzoeker in een, is deze middag onze gastheer. Om mij heen strooien zorgvuldig met Studio Line gestylede hot shots - vroeger, toen ze jong waren, noemden wij hen nog gewoon studentenballen; de tijd gaat snel en is onbarmhartig - de marketingtips al in het rond. `Nederland is een land waar veel jeugd is.` - `Tja, jongeren. Dan denk je aan BNN.` - `Jongeren willen gewoon van andere jongeren horen wat er cool is. Dus wij hebben net een paar jongeren aangenomen om ons product permanent hoog in de internetpolls te houden.` Vergeefs zoek ik naar een licht ironische tone of voice of een cynische twinkeling in de ogen.
Dan krijgen we een power point presentatie van de voornaamste resultaten van het Grote Jongerenonderzoek. Er zijn ook vier echte jongeren uitgenodigd die af en toe wat mogen zeggen. Ze lijken in niets op de Flair-types die de folder sieren en weigeren enige vorm van levensvreugde uit te stralen. Erik de Zwart spreekt hen aan alsof het vier debiele leden van een zeldzame Afrikaanse volksstam zijn. Eentje komt dicht in de buurt: hij vindt politiek niet meer zo interessant sinds Pim Fortuyn dood is. Een andere is zijn interesse in politiek `nog aan het opbouwen.` De derde gaat op D66 stemmen. De vierde zegt zich in november te zullen beroepen op stemwijzer.nl.
Nederland, sidder en beef.
Wanneer iemand uit het publiek wat dieper in wil gaan op het mediagebruik van onze jonge medemens (47% kijkt `s ochtends TV), krijgt hij als antwoord van vriend de Zwart dat dat nu niet kan `want voor die informatie moet je betalen`. Er valt een ongemakkelijke stilte. De leden van de Afrikaanse volkstam kijken even alsof zij geen onkostenvergoeding voor hun komst gekregen hebben. Weliswaar verkiest 89% van hen een knappe vriend(in) zonder geld boven een lelijke met geld maar een appeltje voor de dorst is natuurlijk nooit weg.
Even later kauw ik op een broodje brie. Ik kijk nog even goed in het rond. Ik vraag me af of de streepjeshemden, de kostuumvesten, de mantelpakjes, het zonnebankbruin en de`hihaho`-small talk het waard zijn om te blijven wachten tot de sexorgie losbarst. Ik besluit van niet en zet koers richting de dichtsbijzijnde kroeg die in gezonde mate van jongeren voorzien is. Per slot van rekening is ruim de helft van hen bereid om een paar jaar eerder te sterven als ze maar kunnen roken en drinken. Dus. Dat wordt 1 kans op 2 een topavond.
Ivo Victoria was in Zanzibar (3)

Ivo Victoria (links) met de voorzitter van de PSV supportersvereniging, afdeling Zanzibar. Met betrekking tot het aantrekken van Patrick Kluivert, stelde de voorzitter: `Amekuja Kluivert? Hakuna matata, karibu! Tunamshukuru mwenyezi Mungu!`. Waarvan akte.
Ivo Victoria was in Zanzibar (2): Ik vaar op de Indische Oceaan en ik denk aan Barry Hughes.
Op weg naar de ferry die ons naar Zanzibar zal brengen, komen we de eerste papasi van betekenis tegen. Mijn grootste angsten voor vertrek naar Tanzania waren 1. Dat er te veel papasi zouden zijn. 2. Dat ik malaria zou krijgen. 3. Dat we ontvoerd zouden worden door Zanzibariaanse vrijheidstrijders en naakt midden in de jungle achtergelaten zouden worden ten prooi aan rode mieren en gigantische coconut crabs. In die volgorde. Papasi is Swahili voor mannetjes-die-waar-je-ook-gaat-op-je-af-komen. U kent ze wel. Ze heten je welkom. Ze vragen waar je vandaan komt. Ze gaan je helpen. Ze hebben een special price voor je. Want jij bent hun vriend. Ze blijven aan je kleven als gaffa tape.
Eerder ontmoetten wij deze types al in Tunesie, een land dat ik er tot op heden van verdenk de vasthoudendheid te hebben uitgevonden. Evenals de kunst om in alles een aanmoediging of een belediging te zien. Hoezo je wil niet - ben ik misschien niet goed genoeg? Of: ha, je wil het niet, geen probleem, ik heb ook nog wat anders in de aanbieding! `Neen` negeren ze en op elk ander argument hebben zij het antwoord al klaar. Het lijken wel vrouwen.
Niets van dat alles echter in Tanzania. Onze Oost-Afrikaanse vrienden zijn grofweg op te delen in twee soorten. De ene zijn gewoon niet zo heel erg goed in wat ze doen. Ze lijken moe. Terwijl ze je begroeten met een zacht, zuchtend `Jambo, my friend.`, staat het berusten in een nieuwe afwijzing al in hun ogen te lezen. Een simpele `No, thank you.` volstaat om ze af te schudden. Amateurs. De anderen zijn dan weer er-rug goed in wat ze doen. Charmant, vrolijk, geestig, geinteresseerd. Alleen: ze vergeten dat ze ook nog wat wilden verkopen. Ze vinden het eigenlijk al lang goed als ze hun Engels kunnen oefenen. Pro forma bieden ze je nog een better price aan voor het een of het ander maar daar gaat het eigenlijk niet om. Ben je getrouwd? Heb je kinderen? Twee keer neen? Hilariteit! Met die grap kunnen ze straks flink uitpakken op cafe.
Zes vrienden voor het leven later hebben we tickets voor de boot. We varen eerste klasse. Meer uit nieuwsgierigheid dan uit drang naar luxe en gelukkig maar. Eerste klasse varen komt erop neer dat we helemaal bovenin zitten zodat we de deining van de golven beter kunnen voelen. En we kunnen TV kijken. Op het programma: een 70-ties TV Serie waarin een blank koppel wordt verorberd door een alligator tot groot genoegen van onze autochtone medereizigers. Daarna een DVD met sport bloopers uit de jaren 80. Een Nederlandse DVD. Veel fragmenten uit vervlogen WK`s Veldrijden. Eindelijk een plek waar ze die sport op haar juiste waarde weten te schatten, namelijk: als zijnde uitstekende slapstick comedy. Ik zie een spectaculaire own goal van Feyenoord. De legendarische vliegende hakbal van Willy Carbo. Jean-Marie Pfaff na afloop van het WK-barrageduel Nederland-Belgie in 1985. Heel veel Barry Hughes-grappen. Barry Hughes! Ik vaar op de Indische Oceaan en ik denk aan Barry Hughes. Het moet niet gekker worden. De Tanzanianen vinden het allemaal prachtig. Als blanke word je hier sowieso 24/24 uitgelachen. Of dat gevoel heb je. En wat meer is: je gunt het ze. Niet uit een soort van misplaatst meerderwaardigheidsgevoel maar omdat hun lach zo aanstekelijk is en wanneer je in de spiegel naar jezelf kijkt, met je rode hoofd en je fashion victim look, kan je je alleen maar afvragen of zij misschien, heel misschien, hun prioriteiten wellicht iets beter op een rij hebben dan wij.
Wanneer we aanmeren in Stone Town, is het al donker. Met zijn honderden stommelen we over een te smalle loopbrug de boot af. We komen terecht in een stofwolk van taxichauffeurs en papasi. Er wordt geschreeuwd, geduwd, getrokken. `This way, my friend, this way!` `You need taxi, you need taxi?` Een oude man blijft aan ons trekken. `First go to immigration! I bring you to immigration`. `Rot op met je immigratiedienst, Zanzibar is niet eens een echt land!`, bijt ik hem toe in het Nederlands. Onze vriend Rough Guide heeft ons aangeraden vooral mee te doen met de nepprocedures van de Zanzibarianen. Al is het gewoon een deel van Tanzania, ze doen graag alsof ze onafhankelijk zijn. Morgen vind ik het vast aandoenlijk maar nu even niet. Uit pure recalcitrantigheid weigeren we alle aanbiedingen voor vervoer of verblijf, worstelen ons langs immigratie de haven uit en kiezen voor de taxichauffeur die het minst zijn best doet om ons als klant te werven. Al snel blijkt waarom: hij is knetterstoned. Ik begin me hier thuis te voelen.
Ivo Victoria was in Zanzibar (1): De Dar Es Salaam Hotel School.
Het is lunchtijd. Voor het eerst sinds we in Dar Es Salaam/Tanzania/Afrika zijn. Het terras van het City Garden restaurant doet op een vreemde manier vertrouwd aan met haar gewaagde mix van Afrikaanse kitsch in combinatie met meubilair dat zo uit het betere Achterhoekse wegrestaurant afkomstig zou kunnen zijn. Tussen de plastic tafeltjes en met bloemenkussens verfraaide stoelen staan beschilderde, houten beelden van giraffen en olifanten opgesteld. Het personeel, in groten getale aanwezig, staat zich strak in het pak stierlijk te vervelen bij de glimmende, zilveren schotels van het warme buffet. Een warm buffet, op het middaguur, in het centrum van Dar Es Salaam, bij zo`n slordige 35 graden celsius. Iemand heeft een denkfout gemaakt. Er zijn nauwelijks klanten.
Liefje en ik kijken elkaar vermoeid aan. Op de markt in de stoffige Kariakoo-wijk maakten we zonet kennis met Afrika. Duizenden Tanzanianen staan er met alles wat een mens bedenken kan of het nu kippen, sleutelhangers of mobiele telefoons zijn. Een ondoordringbaar kluwen van shoppende vrouwen in kanga en fel discussierende mannen; geroep, gelach, jambo jambo! We zijn de enige blanken die er rondlopen. We proberen in te schatten of dat stoer is, of dom. Onze eerste afding-operatie draait erop uit dat we 1000 Tanzaniaanse Shilling minder betalen voor een hangslot van twijfelachtig allure. 1000 Shilling is ongeveer 60 eurocent - jaha, wij zijn geen doetjes. En het hangslot doet het - in tegenstelling tot het eerste exemplaar dat we bijna zonder proberen meenamen. Overigens zullen we het slot tijdens deze reis nooit gebruiken, maar veiligheid is een gevoel, dat weet het kleinste kind.
Nu zijn we voor even blij met de in gezonde mate verwesterde City Garden. De cultuurschok dient stapsgewijs bestreden te worden. Het duurt ruim een kwartier voordat een schuchtere ober bedenkt dat we wellicht wat willen bestellen. Service is slow, onze vriend de Rough Guide had het voorspeld. Onze vriend de Rough Guide heeft gevoel voor understatement, zelfs voor iemand die Amsterdamse restaurants gewend is. Al snel zullen we leren anders met de tijd om te gaan. Een asbak vragen ruim voordat we beginnen te roken bijvoorbeeld. Kwestie van er nog wat aan te hebben wanneer hij arriveert.
De serveerster bij het ontbijt vanochtend. De receptioniste in het guesthouse. De ober van de City Garden. Er ontwikkelt zich een patroon. Er gaat een soort gelatenheid uit van elke Tanzaniaan die een dienende functie vervult. Oprechte interesse, pro-activiteit of gezond zakeninstinct lijken niet tot de normen en waarden van de Dar Es Salaam Hotel School te behoren. Verveeld kijken ze langs je heen terwijl ze schijnbaar wat noteren. Dan, plots, ontbloten ze de tanden en produceren een brede, droevige grijns alsof ze zich iets herinneren, iets waar ze ooit in geloofden, een vage gedachte aan een tijd toen de toekomst ertoe deed. Daarna, back to reality, begroeten ze je bestelling met een diepe zucht en sloffen even nors als traag weg om een kwartier later met een kop hemeltergend slechte oploskoffie terug te keren. We zijn nog te veel in Europese stemming om ervan te kunnen genieten.
Alleen Frank, de chauffeur die ons gisteravond tot onze verrassing stond op te wachten op de luchthaven met een bordje waarop stond `Ivo Victoria en Liefje`, leek er plezier in te scheppen ons te helpen. Wellicht ook omdat wij besloten hadden ons op de eerste avond, om het begin van de vakantie te vieren, gewillig te laten afzetten. Het eerste guesthouse - 25 dollar voor een double room - brengt ons ook het eerste gescheurde muskietennet, de eerste kakkerlak, de eerste koude douche. Morgen wacht ons de boot naar Zanzibar. We beseffen nog niet dat we er geweldig veel zin in hebben.
Ivo Victoria gaat weer beginnen.
Ivo Victoria was de afgelopen weken in Zanzibar, Tanzania. Tot grote vreugde van de lokale bevolking, zoals u uit onderstaande foto kan afleiden. Vanaf zeer binnenkort valt het bloedstollende reisverhaal en heel veel andere onzin op deze plek te lezen. Juicht, volkeren der aarde: Ivo Victoria gaat weer beginnen.
