Bretoense Dromen (2): Urbain Alpain en Le Chasseur Francais
Moeizaam staat Urbain Alpain op om zich naar de koffiezet te reppen. Dat mag dan misschien wel een contradictio in terminis zijn, dat moeizaam opstaan en dat reppen in een, maar hij weet waarom hij het doet. Je moet uitkijken met die lui. Voor je het weet ben je te laat. 'Heb je nog steeds last van je slechte knie?', vraagt zijn broer. Sinds er in 1983 een koe op zijn slechte knie was gaan staan, was die knie niet meer zo goed. Dat had hij die koe nooit verweten, dat mocht je die beesten niet verwijten, die zijn dom. Dom maar lief, net als poezen.
Bijna bij de koffie. Schichtig kijkt Urbain Alpain om. Zijn broer neemt nog een slok van zijn glas wijn. Het glas is half leeg. Of half vol, zeggen sommige mensen, maar niet Urbain Alpain, voor dat gat laat hij zich niet meer vangen. Hij moet nu echt voortmaken of hij is te laat. Vorig jaar was hij te laat geweest. Eerst de wijn ingeschonken, gewacht tot hun glas leeg was en dan pas koffie gaan zetten. Die moest nog helemaal gezet worden. Ja, dan red je het dus niet. Daar hadden ze genadeloos gebruik van gemaakt, dat kon je ze niet verwijten, het waren geen koeien. Vandaar de pannekoeken. 'We hebben net gegeten!', zei zijn broer nog. Maar dat soort smoesjes is natuurlijk makkelijk te pareren, zelfs voor Urbain Alpain. Zijn nichtje uit Nederland maakt trouwens geen probleem van die pannekoeken, die lust ze wel. Alleen die rare Belg geeft geen krimp. Geen wijn, geen pannekoeken, die jongen voert kwaad in zijn schild. Je moet die Belgen niet vertrouwen, dat hadden ze in 1302 al ondervonden en dat was nooit veranderd. Wel altijd vriendelijk lachen en merci zeggen ja dat wel, maar je weet het gewoon nooit met die Belgen, dat is het, je weet het gewoon niet. Zouden ze het eigenlijk zelf wel weten?
Op tafel ligt Le Chasseur Francais. 'La nature vue par ceux qui la vivent.' Als er iemand de natuur leeft, dan is het Urbain Alpain wel. Tegenwoordig heeft Le Chasseur Francais ook nog een andere titel, die vlak onder de oude op de voorpagina wordt afgedrukt: www.lechasseurfrancais.com. Dat is voor mensen met een computer. Wel weer typisch dat die een eigen titel moeten hebben. Urbain Alpain heeft geen computer. Nochtans, zijn broer vindt zo'n computer een enorme vooruitgang. Maar Urbain Alpain vindt dat vooruitgang alleen maar vooruitgang is als het zichtbaar is. De nieuwe Beretta 686 White Onyx bijvoorbeeld, dat is een mooi staaltje zichtbare vooruitgang. Preciezer, lichter, dat zie je meteen. Maar wat valt er nu qua vooruitgang te zien aan een computer? Niets! En als hij er wel is, die vooruitgang, waarom houden ze hem dan verborgen voor de gewone man? Die Belg. Hij moet vooral die Belg in de gaten houden, die zit klaar. Die zit klaar zoals Van Impe in '83. Fignon was de beste, dat zag iedereen, maar Van Impe zat klaar en het was 'm nog bijna gelukt ook, sapristie wat had hij zitten vloeken op die kleine Belg. Geen wonder dat die koe zo schrok.
'We zullen er zijn tegen het begin van de middag.', had zijn broer gezegd. 'Uurtje of twee.' Dus om 11 uur had Urbain Alpain de eerste pot gezet. Want je zou het altijd zien, dat ze dan toch vroeger kwamen en dat hij dan zonder koffie had gezeten. En dan om 12 uur had hij een nieuwe pot gezet. Want op oude koffie zouden ze hem niet betrappen, ha nee, dat zou je altijd zien dat ze dan geen koffie nemen omdat hij niet vers is. En om 13 uur een derde. De wijn was het probleem niet, daar konden ze niet onderuit, dat zou hen verraden. Nee, de dag dat ze onder de wijn uit proberen te komen, moet hij zich maar 'ns flink achter de oren krabben. Maar de koffie. In de koffie zit 'm de kneep. Om 14 uur stond de vierde pot klaar. En om 15 uur kwamen ze aanzetten, net toen hij de vierde pot had weggegooid. Dat zal je altijd zien. Dus toen had hij ze, terwijl de vijfde pot liep, meegenomen naar de honden. 'Oh maar Tommy heeft een etterbal ter grootte van een tennisbal onder zijn kin hangen.', had zijn nichtje geroepen. Tja, stadsmensen. Die hond is perfect gelukkig, die mankeert niks, je zal maar 'ns voor een etterbal ter grootte van ocharme een tennisbal naar de veterinaire gaan. Hem krijgen ze niet gek.
'Zo', zegt Urbain Alpain, terwijl zijn broer en zijn nichtje hun dampende beker koffie aan de lippen zetten. 'Iemand nog een pannekoek?' Hij kijkt vervaarlijk naar de Belg. De Belg kijkt naar de klok. Die stamt uit 1874. Die is nog van Urbain Alpains moeder geweest en van haar moeder en de moeder daarvoor. Nu kijkt ook Urbain Alpain naar de klok. Hij glimlacht moe maar trots. Drieentwintig minuten op de teller. Als dat zo doorgaat breekt hij het record uit 1983.
Lees ook Bretoense Dromen (1): San en de anabole stereoiden
Wederom prachtig geschreven. Arme Urbain Alpain, zo zonder computer. En helaas van die slechte knie.
Rose (URL) - 02-01-’06 17:37Mijn glas is altijd halfleeg. Niet omdat ik zo’n pessimist ben, maar omdat ik vermoed dat mensen die zeggen: “mijn glas zit halfvol” té bewust optimistisch willen zijn…