Ik zie mijn neus
Wat mij de laatste tijd echt mateloos stoort tot op het punt dat it`s freaking me out, is hetvolgende: ik zie mijn neus. En niet alleen wanneer ik scheel kijk. Nee. Altijd, overal, op elk moment van de dag dat ik mijn ogen open doe. Ik heb de stellige indruk dat dit nieuw is. Ik kan mij niet herinneren dat ik voor pakweg oktober 2005 ooit in mijn leven mijn neus gezien heb (behalve dan in de spiegel). Maar nu is hij overal. Ik kijk naar links. Ik kijk naar rechts. Ik schud mijn hoofd op en neer. Ik rij door een weids landschap, verbaas mij over de pracht van de horizon en de wolken die zich tegen haar aanschurken. Ik zie een schilderij van Monet. Een lekker wijf. Steeds pal in het midden, onverzettelijk: mijn neus. Waanzin. Ik wil vrij zicht. Ik wil weten: wat gebeurt er voor mijn neus? Wat is hier aan de hand?
1. Iedereen ziet zijn neus, het was me gewoon nooit eerder opgevallen.
2. Niet iedereen ziet zijn neus, enkel mensen met een grote.
3. Toch te veel gepulkt.
4. Een tumor drukt op het deel van mijn hersenen dat het zicht bepaalt, waardoor ik stilaan tunnelvisie krijg en ongewild steeds meer gefocused raak op mijn neus.
En alleen voor optie 4. ben ik verzekerd. Dat zal je altijd zien.
Volgende keer een essay over mijn andere grote frustratie en een taboe van wereldklasse waar - sorry gasten, maar het wordt tijd dat het gezegd wordt - alle mannen mee worstelen, namelijk het feit dat wij onszelf niet kunnen pijpen. Op enkele Chinezen na dan die hun jeugd in een kleine houten kist hebben moeten doorbrengen. Of zoals de grote Bill Hicks zaliger zei: `Ladies, if men could do it themselves, you would be sitting here all alone. Watching an empty stage.`
Nu ge het zegt. Sinds ik dit gelezen heb, kan ik hem ook niet uit mijn gezichtsveld verbannen.
klaus (E-mail ) (URL) - 17-01-’06 19:52