Hey. Hoi. Yo. Hoe gaat-ie. Doei. Dag. Hoe istie.
Alles went. Het ene moment gooi je nog nonchalant een balletje petanque op het grindpad dat breeduit in de zon ligt naast het Museum voor Schone Kunsten op Antwerpen-Zuid. Glaasje pastis, toetertje erbij. Je haalt minachtend de schouders op bij de gedachte aan dat luidruchtige volkje van boven de Moerdijk dat op datzelfde moment de Meir koloniseert ter voorpret van een vrijgezellenavond. Maar ach, de Meir, die geheel uit duivenstront en met fake Moschino-tassen behangen blondines opgetrokken treurpromenade, die verdient toch niet beter.
Het volgende moment woon je zelf boven de Moerdijk.
Geen probleem. Ik ben die rare Belg. Ik gebruik woorden die niet bestaan. Ik ga niet naar het WK. Alles went.
Behalve.
Hey. Hoi. Yo. Hoe gaat-ie. Doei. Dag. Hoe istie. Leuk. Joh. Goh. Zoooo. Niet. Echt wel. Okeeeeh. Beter. Doeg.
`Hoi`, zeg ik ter begroeting. Niet ter afscheid aan de telefoon.
`Dag`, zeg ik ter afscheid.
`Tot de volgende!`, als ik in een frivole bui ben.
`Hoi.` zeg ik wanneer ik je voor het eerst tegenkom die dag.
`Dag.`, (of als ik het echt uit de klauwen laat lopen: `Ciao!`) wanneer ik je voor het laatst zie.
Tussen deze twee momenten in, zal ik geen van deze beide begroetingen herhalen, noch andere variaties op het thema bezigen.
Geen `Hey!` op trap, niet `Hoe istie?` bij de koffiezet, geen `Beter.` tijdens de lunch.
Als u mij vraagt of ik koffie wil, zal ik `Ja.` zeggen.
Of: `Nee, dank je`.
Niet: `Lekker!`.
Ook uitgesloten: `Lekker joh, sooo dat is een bak, doet me denken aan mijn vakantie in Oostenrijk joh daar hadden ze koffie dat wil je niet weeeeten nou gaat-ie goed, okeeeeeeh, beteeerrrrrr ja goed jongen zeg hey goh nou poehpoeh lekker hoor.`
Verder ben ik hier heel gelukkig. Echt wel.
Sorry maar ik heb een klere-hekel aan “ciao”. Waarom niet gewoon ‘dahaaag’ ofzo?
karin (URL) - 27-03-’06 21:14