Legitimatielist.

Halt. Wacht. Stop eens, kom `ns hier, zet jij die fiets `ns aan de kant! Oh, sorry, meneer de agent, ik had u niet gezien, wat is er aan de hand? De agent kijkt streng. Naar mijn lichten. Die er niet zijn. Ik heb geen voorlicht en geen achterlicht en ik ben mijn handige opspelddingetjes vergeten en het is donker. Dus. Oh, ja, agent, dat is waar. Het spijt me. Het was licht toen ik thuis vertrok. Haha, hebt u `m? De agent kijkt. Ja, dat kan allemaal wel zijn maar mag ik uw legitimatie even zien. Zeker, zeker, kijk. De agent kijkt. Dat is een Belgische identiteitskaart. Inderdaad, agent. Dat is geen geldige legitimatie. Een identiteitskaart. Is geen geldige legimatie. Het spijt me zeer. Oh, maar agent. Ik denk toch echt. Ik weet het bijna zeker. Dat denkt en weet u dan verkeerd. Hebt u geen rijbewijs? Een rijbewijs? Ja, natuurlijk, heb ik een rijbewijs, dat mag u zeker zien, begrijpt u mij niet verkeerd. Maar ik zou toch zweren. Ik ben er haast van overtuigd: voor buitenlanders is een rijbewijs geen geldige legitimatie. In dit prachtige vlakke land. En een identiteitskaart wel. Het is precies andersom als voor die sympathieke Nederlanders zelf. Raar, maar waar. Dat herinner ik me nog heel goed. Daarom heb ik ze aangevraagd. Helemaal in Den Haag. Bij de Ambassade. Vriendelijke mensen daar. Trouwens.

Nee nee nee nee nee. Dat is niet zo. Dat is helemaal niet waar. Uw rijbewijs graag. Natuurlijk, natuurlijk, mijn rijbewijs. Maar toch, misschien ben ik brutaal. Maar die wet legitimatieplicht, die heb ik echt helemaal uitgespit. Ok. Luister. Ik roep een collega op. Ik verifieer het. Trek het na. Ga het even uitpluizen. Voor de sport. De agent roept een collega op. Hoor je? Hoor je het? Uw rijbewijs aub, ik heb geen tijd te veel. Ok. Ok. Hier, mijn rijbewijs, geen probleem. Goed. De agent schrijft de boete. Ik wip op een been. Ik wip op een ander been. Ik denk. What the fuck. Agent. Agent, asjeblieft. Ik wil niet brutaal zijn, dat is niet mijn aard. Maar ik weet het echt heel zeker, dat van die legitimatie. Mag ik u een voorstel doen. Voor de sport? De agent zucht. Ok. Ok, dan. Wat is je voorstel. Als u mij uw emailadres geeft, dan zoek ik op of ik gelijk had. Het bewuste artikel uit die wet. Of een ander officieel document waaruit het blijkt. En dat ik u dat dan email. En dan, als ik gelijk heb, dan scheldt u mij de boete kwijt. Als beloning. Omdat ik de wet, op een (1) in het groter geheel der dingen verder volkomen pietluttig onderdeel dat helemaal niet zo belangrijk is, dat nimmer de maatschappelijke orde in gevaar zal brengen en waarvan u absoluut niet te verwijten valt dat u het misschien niet even aandachtig gelezen hebt dan de rest van al die wetten dat mag je ook niet verwachten hoe dik is zo`n wetboek ook niet dat is toch gewoon gekkenwerk en ze blijven dat maar aanpassen en wijzigen wie haalt het in zijn hoofd maar goed. Omdat ik dus, op dat ene onderdeel, de wet een ietsiepietsie beter ken dan u. De agent fronst. Agent. Kom op. Voor de sport. Ik lach. De agent glimlacht. Ik spreid de armen wijd. Ik hou mijn hoofd schuin. Ik lach. Ok. Ok, zegt de agent. Ok, dat doen we. Als jij gelijk hebt, gooi ik die boete weg. Dat doe ik. Dat blijft onder ons. Natuurlijk. Nee, maar, dat blijft onder ons. Echt. Dat moet een zaak blijven tussen jou en mij. Onder ons. Anders vat ik je alsnog bij de kraag, geloof me maar. Ok. Nou. Nou ja, u hebt natuurlijk geen geldig legitimatiebewijs van mij. Dus die boete laat ik sowieso nietig verklaren. De agent fronst. Ik lach. Grapje! Grapje! Lach ik. De agent lacht. Ok. Deal.

Dus.

Moe.

Lag ik tv te kijken. Zie ik een kalende man in maatpak schalks `cool` zeggen.

Denk ik: `Zo. Het moet niet gekker worden. Een beetje kalend in maatpak bijdetijds lopen doen op tv.`

Bleek het de weerman te zijn.

Dus.

Kiezen voor de kortste rij.

Tijdens het afrekenen betrapte ik mezelf erop dat ik gekozen had voor de kortste rij. Dat is dus ook al nieuw, zuchtte ik. Waar is de tijd dat ik schaamteloos koos voor de kassa met de mooiste kassajuffrouw, ongeacht de lengte van de rij? Maar goed. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat dat door de jaren heen ook een vrij zinloze motivatie is gebleken. Want tussen kassajufrouwen en mij is het nooit wat geworden. Dat komt natuurlijk omdat ik een man van het betere diepgaande gesprek ben en kassajuffrouwen niet. Die zijn gewoon dom.

Ok. En dan wordt u nu kei-verontwaardigd want of u bent een kassajuffrouw of u gelooft dat er in elke mens schoonheid schuilt - en dat is wellicht ook zo, maar ik val nu eenmaal op intelligentie.

Dus u zegt, kei-verontwaardigd: `He Victoria, waar haal je dat vandaan, dat kassajuffrouwen dom zijn? Wat ben jij een bevooroordeelde klootzak.` En, ook al is dat laatste zeker waar, dan zeg ik: `O ja? Zijn ze slim dan? Waarom zijn ze dan kassajuffrouwen geworden? He?`. En dan zegt u weer: `Dat weet jij toch helemaal niet? Misschien zijn het wel studentes? Kei-slimme studentes quantummechanica die in afwachting van een glorierijke loopbaan tijdens dewelke hun bevindingen zullen leiden tot het omkeren van de klimaatsverandering en, derhalve, het redden van de wereld een centje proberen bij te verdienen! Of het zijn alleenstaande moeders, verlaten door hun rijke man, vergeten door te studeren omdat dat niet nodig was en omdat zij hun heilige geest en energie wilden wijden aan het hoogste doel der doelen, namelijk het groot brengen van hun kinderen! En dat doen ze nu, alleen, met het hongerloontje dat een kassajuffrouw betaald krijgt en dat doen ze goed en heldhaftig en dat zou jouw eeuwige respect en bewondering moeten afdwingen!`. En dan zeg ik weer: `Studenten zijn het scum of the earth, ongeacht hoe het later met hen uitpakt dus daar wil ik al helemaaaal niks mee te maken hebben en als ze niet slim genoeg waren om door te hebben dat afhankelijkheid van een (rijke) man een garantie op een lang en ongelukkig leven is, dan waren ze vast ook niet slim genoeg om door te studeren en dus zijn ze maar kassajuffrouw geworden! Omdat ze dom zijn! Dus.`. En dan maakt u een wegwerpgebaar, zo van `Och jongen, zielepoot, pedant menneke, flikker toch lekker op.` want u weet niet meer zo goed wat er nog tegen in te brengen valt of u weet het wel maar u kent mij en u weet dat er met mij in dat soort discussies toch geen land te bezeilen valt - dat kan uberhaupt niet, land bezeilen, vandaar wellicht de uitdrukking, maar toch.

Goed. Ik kies tegenwoordig dus voor de kortste rij, in plaats van voor het mooiste kassameisje. Dat u het weet. Tijdwinst voor mij, geen zinloze hoop op een beter leven voor de kassajuffrouwen. Want ik heb weleens gelezen dat kassajuffrouwen onder elkaar de klandizie nauwgezet in het oog houden en als er dan een lekker stuk, zoals ik, de kassa`s nadert, dat ze dan een geheime codetaal hebben om elkaar erop attent te maken dat er een lekker ding, ik dus, aan komt. Wellicht worden er ook weddenschappen afgesloten op welke kassa hij kiest. Ik weet het niet maar het zou zomaar kunnen. Hoeven ze dus niet meer te doen. Ik kies de kortste rij. Klootzak dat ik ben.

De Maxicosi blues.

`Weet je wat het is?`, keek ik de verkoopster staalhard in haar veel te blauwe ogen. `Jij denkt wel dat je Maxicosi`s verkoopt, maar dat is niet zo.`

Verdwaasd keek ze naar het rijtje autozitjes aan de muur. Alsof ze zichzelf ervan wilde verzekeren dat ze wel degelijk was waar ze verondersteld was te zijn.

`Weet je wat jij verkoopt? Jij verkoopt gewetensussers. Jij werkt in dienst van een industrie die teert op angst. Mijn angst! Jij wil cashen op mijn angst! Jij werkt voor de duivel!`

Zachtjes trok Liefje aan mijn mouw.

`SATAN! SATAN!`, hield ik mijn wijsvingers gekruist voor het verschrikte aangezicht van de winkeljuffrouw terwijl ik, nu ietwat steviger, aan de arm een ander gangpad werd in getrokken.

Daarna wees Liefje aan welke babykamer ze wilde en trok ik, verslagen napuffend, de creditcard. In de ogen van de kassabediende flikkerden treiterig twee roodhete vlammetjes.

The Sore Bottom Boys USA 2007 (8): Drugs have done many good things for us.

Onverstoorbaar manoevreert Polka Paultje de hagelwitte Chrysler Van door onbestemde straten van La Jolla, San Diego. ``Paultje. Polka. We zijn verkeerd. Dit gaat niet goed``, zucht Solo Loe. ``Kom, we gaan het vragen.`` Maar Polka blijft zen. ``Als jullie beginnen te twijfelen, dan zijn we er bijna. Dat is een van de grote lessen van deze reis.``
``Polka. We zijn 5 uur onderweg.``
``Wacht nou effe. Ik ken het hier.``
Met een uiterste krachtinspanning halen Solo Loe en ik de wenkbrauwen op naar elkaar.
``Jij kent het hier. Dus.``
``Ik heb gekeken op Google Earth. Geloof me nou.``
Deze keer ontbreekt ons de mentale kracht om welk lichaamsdeel dan ook naar elkaar op te trekken.
``Paultje, seriously. Vind jij je zelf nooit een ietsiepietsie te arrogant?``, kreun ik.
``Jawel. Zeker.``, knikt Polka voldaan.
``Wat een arrogant antwoord zeg.``, sist Loe.

Het is maandag, koninginnedag. Maandag, the day after Coachella-dag. Vijf lange uren reden de Boys de scenic route van Palm Desert naar Mission Bay, San Diego. Mission Bay heeft alles wat Palm Desert niet heeft: motregen, bewolking, de oceaan, een motel zonder pool en - tot de Boys` grote opluchting - heel veel lelijke wijven. Maar het lichaam is moe en ook de geest kan een opkikkertje gebruiken. Gisteren nog hingen de Boys met Tommy Lee, werden er nummers uitgewisseld met Vincent Gallo en Drew Barrymore. Gaven zij thumbs up aan Willie Nelson. Deden de backing vocals bij Crowded House. Kortom, business as usual. Maar vandaag. Vandaag is grijs. Vandaag is leeg. Vandaag is Blankenberge. Er rest slechts een oplossing. Waar iets in zit. Met een van The Lemonheads gebietst restje, gaat Solo Loe aan het werk. Even later zitten de Boys tevreden op een bankje aan het strand. Met een kamerbrede grijns en toegeknepen oogjes turen ze naar de oceaan.

``Zo, Loe. Dat was een top idee. Had er eentje van mij kunnen zijn.``
``Hey. Hey.``
``Ja.``
``Hey. Dat zijn surfers.``
``Ja. Zeg.``
``Als we nou `ns op dat andere bankje gaan zitten.``
``Weet je wat ik wel fijn vind? Musjes.``
``Droge bek. Droge bek. Droge bek zeg.
``Zullen we dan misschien op dat andere bankje zitten.``
``Hier houdt de Westerse wereld op. Wij zitten hier letterlijk op de rand van de Westerse beschaving.``
``Living on the edge.``
``Daar staan wij voor bekend.``
``Kijk, een walvis.``
``Niet. Dolfijn.``
``Niet. Walvis.``
``Niet. Dolfijn.``
``Zoooohoooo.``
``Nou. Inderdaad.``

Twee toeters later is de dag voorbij. Languit evalueren de Boys terwijl Fox het laatste shownieuws de kamer in flikkert.
``Vroeger vond ik Kim Basinger een lekker wijf.``, filosofeer ik melancholisch.
``Ivo.`` Loe kijkt moeilijk.
``Maar nu niet meer, nee, nu vind ik het alleen nog maar een lelijk wijf.``, herstel ik snel.
``Ah. Vandaar dat je erover begon.``
``Precies.``
``Ivo. Vanochtend, in Palm Desert, bij het zwembad bedacht ik me: als ik de kans zou gekregen hebben om deze reis in te ruilen voor een 100% zeker kampioenschap voor PSV. Zou ik dat dan gedaan hebben?``
``?``
``Ik denk het wel, namelijk.``
``Dus. Jij zou onze vriendschap op het spel gezet hebben. Onze bijzondere relatie, die zoals je weet tot de kwalitatieve topklasse behoort, onder zware druk geplaatst hebben als PSV daarmee 100% zekerheid over de titel zou hebben verworven? Alles wat wij de voorbije jaren met elkaar hebben opgebouwd down the drain. Voor voetbal?``
``Ja.``
``Kicken.``