Kent u die van die Belg die het de tweede avond op Eurosonic rustig aan ging doen omdat hij de volgende dag vroeg op moest?
Dus bis.
Ik had in al mijn vakbekwaamheid bedacht om te beginnen met een jeanet die het in een rechtvaardige wereld zou verdienen om dagelijks keihard droog in de reet geneukt te worden door ehm... ik noem een Paul de Leeuw. Daan dus. Godsamme wat heb ik een gruwelijke hekel aan Daan. Daar stond hij dan, met zijn kijk-mij-eens-de-juiste-merken-zonnebrillen-kennende non-attitude. De ene matige electropopsong na de andere pastische op eurohouse kwam voorbij en liet het voltallige publiek Siberisch koud zoals ze het in Siberie zelf nog maar zelden hebben mogen meemaken. Plus: Victoria`s Muziek Doctrine Numero Due: probeer niet grappig zijn in het bedrijven van popmuziek. Wees grappig. Maar probeer het asjeblieft niet - laat dat gewoon aan de professionals over. Ik noem een Geert Hoste. En op de koop toe deed Isolde Lasoen niet mee. Bummer.
Gelukkig volgde daarop al snel een hoogtepunt om `Jezus Christus wat een waann-zin-nig hoogtepunt!` tegen te zeggen: James Yorkston. Een man met de uitstraling van een bankbediende in vrijetijdskleding die met een gitaar, een onzekere stem, een handvol wereldsongs en - Daan, je had er bij moeten zijn - gortdroge humor moeiteloos de zaal inpalmde. Vrolijk glimlachend liet ik mij tot in het diepst van mijn donkere ziel raken - het was dat ik in goed gezelschap verkeerde of er waren ongelukken van gekomen. Jaaaaaaameeeezzzzz Yorkston!
Maar al snel werd ik teruggeworpen in de ombarmachtige armen van de realiteit: de Noorse hipsters van Datarock zorgden voor een lange rij voor het Grand Theatre. Dat wekte verwachtingen op maar ze inlossen, ho maar! Zelden een band zo smooth weten opkomen - inclusief uniform trendy knalrood Royal Tenenbaums-stylee trainingspak, een zanger die sprekend op Prince geleek en een drummer die DNA-gerelateerd was aan Den Dikke uit Little Britain - en zelden een band zo snel de zaal zien leegspelen wegens Gruwelijk Vervelend. Als Datarock een staalkaart is van what`s hot in Noorwegen, dan heb ik een donkerbruin vermoeden dat de vastgoedhandelaren aldaar zware tijden tegemoet gaan.
Snel naar Huize Maas alwaar de voltallige Sore Bottom Boys zich verenigd wisten aan de bar. En kijk, op slag ging het niveau keihard de hoogte in. Wijdbeens en met onze beste luchtgitaar in de aanslag lieten wij ons grandioos wegblazen door een briljant potje old school heavy metal van The Answer. (Denk: The Darkness maar dan met goeie liedjes.) Even later stond ik schouder aan schouder met met Polka Paultje en Solo Loe op de tafels met de handjes in de lucht ``Time on my hands!!`` mee te brullen met het retestrakke en van meer dan een handvol ijzersterke popsongs voorziene Five O`Clock Heroes (Denk: de jonge Police meets The Clash).
Maar toen vonden Paultje en Solo Loe het plotseling welletjes en zat er dus niks anders op dan alleen met beide middelvingers fier in de lucht 45 minuten lang ``Homo! Homo! Ricky Martin van mijn voeten!`` te scanderen tijdens de verder uitermate relaxed swingende afsluiter Gabriel Rios. Iemand moet het doen en ik ben niet bang die verantwoordelijkheid op mij te nemen. Ik niet, boys.
Toen zei Liefje iets in de stijl van ``Je bent dronken en je moet morgen in een seminarpanel zitten.`` Daarna werd alles zwart.