Danny Koevermans en de systemen tartende dag.

Ik ben een man van orde. Dat is niet waar. Ik ben geen man van orde. Ik ben een man van systemen. Ik kan leven met chaos. Zolang er maar een stringente systematiek aan ten grondslag ligt. Bepaalde dingen horen op bepaalde plaatsen. Daar geloof ik heel erg in. Alle dingen hebben een plaats. Een (1) plaats.

De bovenste lade van Liefjes 70ties design kastje in de woonkamer = opladers van mobiele telefoons & laptops en de oortjes van mijn iPod. Ik ging met de trein naar Eindhoven, ik nam mijn iPod mee en ik wilde mijn oortjes. Ze lagen er niet. Ze lagen er niet. Ze lagen er niet. Heel even was ik in de verleiding om te gaan nadenken over wanneer ik ze het laatst gebruikt had en wat ik er daarna mee gedaan had of waar ik ze dan misschien wel gelegd zou kunnen hebben. Maar ik ben een man van systemen. Ik heb die systemen bedacht om mij nooit zulke vragen te hoeven stellen. 70ties designkastje = iPod-oortjes. Dat is alles wat ik in de database van mijn brein hoef op te slaan. Dat is efficientie. 70ties designkastje = geen iPod-oortjes, geeft een onherstelbare error-melding in mijn hoofd. Het is niet onaanvaardbaar. Nee. Het is. Onwerkelijk. Het is het moment van ultieme woede en verbijstering vlak voordat iemand `Bananasplit!` roept en de verborgen camera aanwijst - alleen: niemand roept het. Het is de angst uit een droom waarin je op je buik ligt en je probeert je om te draaien maar het gaat niet, je trekt en sleurt want je wil je omdraaien maar het gaat niet het gaat niet en dan word je wakker - alleen: je wordt niet wakker.

En zo stond ik gistermiddag machteloos vloekend en tierend op en neer te springen voor het 70ties design kastje in de woonkamer terwijl Liefje aan tafel dromerig voor zich uit zat te staren. Want dat is wat zwangere vrouwen doen. Zij staren dromerig voor zich uit. Aan tafel, op de fiets, achter het stuur van de auto. Als u straks de deur uit gaat: kijk uit voor zwangere vrouwen.

Maar ik moest mijn trein halen en dus drukte ik met een uiterste inspanning de ctrl-alt-delete-toetsen van mijn hersenen in en snelde iPod-oortjesloos naar de tram die ik net miste en dus nam ik de volgende, die na 200 meter moest stoppen voor een brug die open stond en nu hou ik ontzettend veel van water, maar niet van boten die te hoog zijn voor een brug, had je daar niet aan kunnen denken toen je die boot bouwde, lul, en toen stapte bij het Muziekgebouw een donkere jongen op die naast me ging zitten en hij had van die kekke Sennheiser-oortjes in die ik ook heb, die ik ook heb, ja, maar die zich nu in een parallel universum systeemloos door de ruimte voort bewogen en ik dacht bij de volgende halte ruk ik die oortjes van je kop en loop hard weg, dan weet je ook `ns hoe dat voelt want dat is hoe politically uncorrect ik kan worden wanneer er met mijn systeem gefokt wordt. En natuurlijk deed ik dat niet, natuurlijk deed ik dat niet maar ik kwam wel mooi net te laat op Centraal Station aan om nog tijd te hebben om in de Free Record Shop nieuwe oortjes te kopen en dus moest ik dat heel pokke eind naar Eindhoven doorbrengen in een oorverdovende stilte en ik haat oorverdovende stiltes, zeker als die oorverdovende stiltes bestaan uit het onregelmatige denderen van een treinwagon over de rails, het gekrijs van een hongerige baby en het geschrans van een dikke Amerikaanse toerist tegenover me. Die een petje droeg met daarop `KFC Goe`, hetgeen heel bijzonder is, toch voor een Amerikaanse toerist. Toen kwam ik aan in Eindhoven en terwijl ik met een biertje in de hand de opwarming gade sloeg, zei iemand dat het 25 jaar geleden was dat AZ nog `ns wist te winnen bij PSV.

Eigenlijk had ik het toen moeten weten. Eigenlijk wist ik het toen. Dat dit zo`n dag was. Zo`n systemen tartende dag. Zo`n eens-in-de-25-jaar-dag. Ik knikte naar Solo Loe dat we maar `ns onze stoelen moesten opzoeken. De scheidsrechter floot, wij schudden elkaar de hand en bezworen elkaar dat we ervoor zouden gaan, dat we negentig minuten lang zouden schreeuwen & roepen & tieren in dienst van het team. Dat deden we. Mijn God, wat deden we dat goed, wat waren wij goed, goed en machteloos, maar goed. Dan kwam De Corner. Ik zag Danny Koevermans klaar staan bij de penaltystip. Ik zou gezworen hebben, het kon niet waar zijn, maar ik vernauwde mijn ogen en ik zou gezworen hebben, ik zweer je, dat ik mijn iPod-oortjes zag zitten in de oren van Danny Koevermans. In gedachten hoorde ik hoe een stem uit een parallel universum Danny in de oren fluisterde dat het om de afvallende bal ging, Danny, het gaat om de afvallende bal. Ik zat veel te ver om het te kunnen zien maar toch zag ik het, hoe Danny Koevermans zijn hoofd lichtjes schuin hield en aandachtig luisterde, hoe hij daarna twee stappen achteruit zette, hoe de bal afviel.

Nog voor de netten trilden, boog ik mijn hoofd en keek naar mijn schoenen en een leeg bekertje Bavaria.

Toen werd alles stil.

Ik voel me weer een beetje meer begrepen. Zo werkt mijn hoofd ook. Dank.

Karin - 05-02-’07 08:17

(optioneel veld)
(optioneel veld)

Reactiemoderatie staat aan op deze site. Dit betekent dat je reactie niet zichtbaar zal zijn, tot deze is goedgekeurd door een beheerder.

Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Alle teksten op deze site zijn auteursrechterlijk beschermd.
Geen reproductie op welke wijze dan ook zonder toestemming van de auteur.