Kutmongolen.
Aan de andere kant van de kamer zit een meisje dat na elk telefoongesprek dat ze heeft afgerond de volgende woorden richt tot niemand in het bijzonder: ``Het zijn echt allemaal mongolen.``. Het meisje draagt een Arabische sjaal. Wij noemden die sjaals Arafatsjaals, vroeger, toen ze voor de eerste keer hip waren. Het leven is werkelijk waar niets meer dan een eeuwig voort meanderende stroom herhalingen van zichzelf. Arafatsjaals. Noemen ze die sjaals nu nog steeds zo?
Dat is een beetje triest voor Yasser Arafat. Je strijdt je hele leven voor rechtvaardigheid, vrijheid en nog wat van die dingen en daarna ben je gewoon even morsdood als wij allemaal ooit zullen zijn en al wie ons voorging nu is. En al je dromen, beloftes en idealen verdwijnen in een groot, oneindig diep niets en zelfs van dat niets weet je niks, voel je niks, zoals je niks wist of voelde toen je nog niet geboren was. Tenminste, zo stel ik het me voor.
Al wat er van je rest zijn wat herinneringen in de hoofden van mensen die straks ook dood zullen zijn en de naam van een sjaal rond de nek van een hip meisje dat na elk telefoongesprek dat ze gevoerd heeft ``Wat een kutmongolen zijn het toch!`` uitroept. Of iets anders. Ze roept vast ook wel `ns iets anders. Maar op die momenten let ik niet op en jij, Yasser, hoort het toch niet.
Heel disrespectvol maar ze werden ook turkentotten genoemd.
karin (URL) - 09-11-’07 09:25