Al vroeg te laat.
Vanochtend liep ik om kwart over zeven de deur uit. Het was stil en donker. Nou. Niet echt donker. Die verdomde straatlantaarns. Men heeft ons het donker afgenomen. In Afrika! Daar! Daar hebben ze niet alleen honger, maar daar weten ze ook nog wat echt donker is. Het is niet al kommer en kwel.
Het was dus stil en een Westerse variant van donker. Nou ja, stil. Echte stilte hoor je bijna nergens meer. Zelfs in Afrika is er altijd wel een krekel te vinden. Dus dat liet ik maar zo. Het was stil en een Westerse variant van donker. Goed.
Het IJ lag er blinkend bij. Ik zou zeggen: als een spiegel. Maar dat wordt zo vaak gezegd. Dat een groot wateroppervlak erbij ligt als een spiegel. Terwijl dat helemaal niet kan. Want een spiegel is glad en water danst en kabbelt. Dus ok. Het IJ lag erbij als een dronken spiegel.
Ik liep er een tijdje langs. Ik loop graag langs water en in Nederland is er veel van dus voorlopig ga ik hier nog niet weg. En al helemaal niet terug. Ik geloof niet dat het verstandig is om terug te gaan. In het leven moet je steeds verder. Terugkijken mag wel. Sterker nog, het is een van mijn favoriete bezigheden, met name wanneer ik langs water loop. Dus ik liep langs het water en ik keek terug en ik vroeg me af hoe het verder zou gaan. Na een minuut of tien was ik eruit.
Tevreden stak ik binnendoor naar het Rietlandpark en stapte op de tram. Ik keek om me heen en stelde verschrikt vast: ik zit met fokking schoolgaande jeugd op de tram. Ik dacht dat ik vanochtend te vroeg de deur uit ging. Maar ik was dus blijkbaar net te laat.
Ik kan nu weer even een flauwe reactie geven. Maar ik kan ook gewoon zeggen: mooi geschreven. Ik twijfel nog.
Greetje (URL) - 14-12-’07 00:20