Tijd om (ervoor) te gaan.

Om 13.04 legde ik de sleutels van mijn leasewagen op het bureau van de collega die hem overneemt. Rond deze tijd zal zij ontdekt hebben dat het rechterdimlicht stuk is. Sorry.

Om 13.17 besloot ik dat emotionele afscheids-emails voor sissies en leugenaars zijn. Ik schreef mijn login en paswoord op een post-it en kleefde die op het scherm. Dat zag er goed uit.

Om 13.22 schudde ik mijn opvolger de hand, wenste hem succes en verzekerde hem dat het allemaal best meeviel als je het goed plande. Dat was natuurlijk gelogen. Sorry.

Om 13.35 verliet ik het gebouw zoals ik er bijna zes jaar lang gezeten had: in stilte, alleen en gelukkig. In Rainbows knalde op maximaal volume uit mijn iPod. Aan het eind van de straat begon het te motregenen. Ik miste de tram. Kortom, alles ging geheel volgens plan.

Om 13.54 stapte ik op de trein. Groene en grijze vlekken raasden voorbij terwijl Thom Yorke me jammerend waarschuwde. `Don`t get any big ideas, they`re not gonna happen.`

Maar voor sommige dingen is het al te laat nog voordat je eraan begonnen bent.

De onvoorspelbare defensieve efficientie van de gemiddelde strandjanet oftewel: ik ben naar de kapper geweest.

Anyways. Mijn vaste kapper is met vakantie. Dus ik moest naar een andere kapper. Want wij hadden een situatie. Ik neem aan dat ik de ernst van de zaak daarmee voldoende heb toegelicht. Ik naar de kapper. Niet mijn kapper. Desalniettemin werd ik geknipt door een janet. Een janet, beste Nederlandse vrienden, is een homo. Dit heeft niets met zijn sexuele voorkeur te maken. De meeste homo`s zijn janet, dat wel, maar alle janetten zijn homo`s. Ook als ze met vrouwen neuken. Okido. Deze janet was evenwel niet zomaar een janet maar wel haar overtreffende trap: de strandjanet. Het verschil is enkel zichtbaar voor een geoefend oog.

De strandjanet in kwestie slofte quasi-nonchalant door de kapperszaak met hangende schouders en een slepend rechterbeen dat ik weet aan zijn strakke jeans die wellicht de bloedcirculatie ter hoogte van zijn ballen afsneed. Zijn glazige blik werd ingekaderd door een bestudeerd slordige pet en halflange haren die hij zorgvuldig rond zijn oren gedrapeerd had. Die oren moesten blijkbaar bloot al was er haar genoeg om ze aan het zicht te onttrekken. Dat had ik zelf buitengewoon prettig gevonden want ik dig die oorpiercings niet zo. Maar het meest intrigerend - alsof dat woord uberhaupt van toepassing zou kunnen zijn op een strandjanet maar hey, ik ben in een baldadige bui - was toch het gebreide golfje dat hij aan had. Jawel, hier zijn we, het golfje is terug. Decennia nadat onze moeders bij gebrek aan alcoholprobleem onze jeugd alsnog tot een hel maakten door ons met kerst een zelf gebreid golfje kado te doen, hebben de fashionista het onding ontdekt. Daarbij dient wel opgemerkt dat het niet de bedoeling is dat u het golfje zomaar aandoet, neen, het is van groot belang 1 schouder ter hoogte van je ellenboog te laten hangen. Probeert u het eens, desnoods met een gewoon jasje, kijk `ns hoe het voelt, kijk `ns of het kan.

Ok. Ik ben gek op gesprekken met de kapper eenmaal er op kapkundig vlak een vertrouwensband is opgebouwd. Dat was hier niet het geval. Dit was een strandjanet met een gebreid golfje waarvan 1 schouder ter hoogte van de ellenboog hing - opperste concentratie was geboden en aldus de ruimte voor conversatie nihil. De strandjanet knipte niet slecht, toegegeven, het was van een aanvaardbaar niveau. Al snel begonnen de werken aardig te vlotten en permitteerde ik me enkele gedachten. Dit soort strandjanet had ik er vroeger, op school, altijd graag bij in mijn voetbalteam. Dat mag misschien verwondering wekken, maar de gebrekkige motoriek van de gemiddelde strandjanet maakt hem tot een schier onpasseerbare hindernis voor de betere voetballer. Zij zetten hun voeten neer precies daar waar ervaren voetballers ze niet verwachten en hun armen zwaaien alle richtingen uit zonder enig causaal verband met wat de zwaartekracht op dat moment met hun lichaam van zin is. Bovendien blijven zij in al hun kinderlijk naieve onwetendheid ten allen tijde naar de bal kijken - iets wat in de voetballerij simpelweg not done is. Dolgelukkig was zo`n strandjanet wanneer ik hem in mijn team opnam en de prestigieuze opdracht meegaf de beste speler van de tegenstander van geen vin te lossen. Menig overwinning van interscholair belang was te danken aan niet alleen mijn briljante tweevoetigheid en bijpassend spelinzicht maar zeker ook voornoemde tactische vondst en aldus de voor de tegenstander totaal onvoorspelbare defensieve efficientie van de strandjanet van dienst. Ja, Ajax zou in de verdediging goed een paar strandjanetten kunnen gebruiken, ware het niet dat ze er al zoveel hebben rondlopen in de rest van de ploeg. In offensief opzicht, kan ik u verklappen, is de strandjanet namelijk van weinig nut.

Zoveel melancholie en zoveel glorierijk verleden samengebald in 1 even simpele als soepele gedachtengang, ik werd er een beetje emotioneel van. Minzaam keek ik toe hoe de strandjanet de zaak afrondde. `Wat vind je ervan?`, hield hij de spiegel in de spiegel
.
`Jongen`, antwoordde ik, `Als jij bij mij in de klas had gezeten, dan had ik jou gelukkig kunnen maken.`.

Toen wilde hij opeens heel erg snel afrekenen.

Wenuurtje op de creche.

We kwamen binnen en Lola begon meteen omstandig naar iedereen te lachen. Dat vond iedereen geweldig zoals ik nog maar zelden iedereen iets geweldig heb zien vinden. Men was verrukt. Iedereen was verrukt. Goed.

Ik ging zitten en Lola werd in een wipstoeltje gezet. De andere kinderen verzamelden zich om haar heen. Een meisje met blonde krullen begon het wipstoeltje op en neer te duwen. Lola bleef lachen. Ik begon me zorgen te maken.

Toen Lola geboren werd, smste een vriend me bij wijze van felicitatie: `Welcome to the club of worried men.` Hij had gelijk. Je maakt je altijd zorgen. Het is ook niet te voorspellen hoe het zal gaan. Zal ze wel gezond zijn? Zal ze wel goed eten? Zal ze wel goed slapen? Zal ze wel luisteren naar papa? Zal ze zijn wijze levenslessen wel ter harte nemen, namelijk dat niets er toe doet, niet echt, dat het leven al bij al slechts een scheet in een fles is, een lege fles op de bodem van een stinkende glasbak en dat je niks moet geloven van geluk; geloof geluk niet, mijn lieveling, het is niets meer dan arrogantie en het overmoedige minachten van onze zinloosheid. Van die dingen.

Het meisje met de blonde krullen bleef aan het wipstoeltje sjorren. Het ging steeds harder op en neer. Lola vond het prima. Ik dronk koffie en probeerde niet naar de klok te kijken. Het meisje duwde nog harder, het wipstoeltje kantelde nu bijna helemaal om. Ik stond op. Toen kreeg Lola een hoestbui en rochelde met een ongekende kracht een dot slijm recht in het gezicht van het meisje. Lachend keek Lola me aan. Ze knipoogde. Ja, ik zweer u, mijn dochter van 5 maanden oud rochelde een ander kind vol in het gezicht, begon te lachen en knipoogde naar haar vader.

Ik ging weer zitten. Gerustgesteld.