Salto.

Ik zat in de tram. Valt het u ook op dat ik de laatste tijd erg vaak in de tram zit? Jaha. Terwijl anderen het zelfstandig ondernemerschap in kwaad daglicht plaatsen door het te verwarren met een liederlijk leven in ledigheid waarbij men meent verantwoordelijkheden straffeloos met lome hand voor zich uit te kunnen duwen, timmer ik keihard aan de weg. En - dat kan ik u na een maandje wel verklappen - het aan de weg timmeren vereist een niet te verwaarlozen aantal tramritten. Zo blijkt.

Ik keek voor me uit. Dan kan ik beter luisteren. Achter mij voerden een moeder en een kind een gesprek. Dat ging zo.

- "Een salto lijkt me supergaaf maar dat kan niet iedereen."
- "Nou, zo moeilijk is het nou ook weer niet."
- "Een salto? Kan jij een salto dan?"
- "Ja hoor."
- "Ga weg. Echt?"
- "Ja hoor. Ik kan een salto."
- "Doe 'ns dan."
- "Nou ja, hier zo in de tram gaat natuurlijk niet. Maar het is niet moeilijk hoor."

Ik besloot op de quasi-nonchalante wijze die onlosmakelijk deel uit maakt van mijn uitstraling even achterom te kijken. Wat ik zag was een kind dat in bewondering op keek naar haar moeder.

Een hele dikke moeder.

Bij de volgende halte moesten ze eruit. Het kind keek even achterom en mij recht in de ogen. Ik wilde nog roepen: geloof haar niet, het is werkelijk waar fysiek onmogelijk, daar zijn mensen op afgestudeerd en kijk we vliegen tegenwoordig naar de maan, nou ja, dat deden we ooit wel, dus we weten wat er voor nodig is om de zwaartekracht te omzeilen maar zij niet, zij is slechts je moeder en ze liegt, ze liegt, ze liegt en een moeder die liegt tegen haar kind, dat is de hel.

Maar in de milliseconde dat ik dat dacht, keek ik het kind in de ogen en ik zag hoop.

En daar ben ik zo vreselijk slecht in, in het kapot maken van hoop. Ik kan niet altijd uitblinken.

Lekker (4).

Het waaide. Wind. Vanuit de strak vormgegeven loopgraaf die station Rietlandpark is, zag ik de wolken voorbij drijven in de lucht als ware zij schepen op drift. Bijzonder lelijke en tegen alle wetten van de aerodynamica in ontworpen schepen weliswaar, maar toch: schepen. Tenminste, dat was wat ik er op dat moment van vond - pak mij daar nu niet op.

Ik zocht beschutting achter een van de plexiglas wanden van de tramhalte. Een plexiglas wand verderop stonden twee dames met een kind. Ik moet zeggen: een vrouw, een meisje en een kind. Toen zei het meisje tegen de vrouw: "Kom op nou, geef me een kus, nou."

Ze leek me zestien. Tegenwoordig is dat een hele leeftijd. De vrouw twijfelde. Het kind zat in een buggy en was zich van geen kwaad bewust, zoals dat gaat met kinderen. Ik ben blij dat ik geen kind meer ben maar mijn God, wat zou ik me graag van geen kwaad bewust zijn. Wie herinnert zich nog de tijd dat hij zich van geen kwaad bewust was? Het is als de tijd voordat je geboren werd - een vredig zwart gat.

Toen gaf de vrouw toe. Het meisje greep haar gretig vast en zoende haar vol op de mond. De wind droeg het smakken van hun tongen dwars door mijn plexiglas wand heen.

"Lekker.", zei het meisje. Toen kwam de tram. Stipt op tijd en weer te laat. Je kon erop wachten.


Lekker (3).
Lekker (2).
Lekker.

Een oprecht beoefenaar van vriendjespolitiek.

Ik ben, lieve lezers, op fenomenale wijze en uiteraard volkomen terecht beland op de longlist voor maar liefst twee Dutch Bloggies. Voor Beste Weblog, begrijpelijk inderdaad, en voor Beste Literatuur Weblog, godbetert!

Dat wekt, bezijdens begrip, jaloezie en bewondering, ook vragen op. Zo vragen mensen mij wel eens: Ivo, is het echt waar dat die Dutch Bloggies doorgestoken kaart zijn en dat het allemaal alleen maar om vriendjespolitiek draait?

Kijk, dan ga ik steigeren. Want naast ten allen tijde op even briljante als verschroeiende wijze arty farty teksten produceren, draag ik ook rechtvaardigheid hoog in het vaandel. Met name die `alleen maar om vriendjespolitiek`, veelal uitgesproken op de schampere toon die bij de minder getalenteerden schijnt te horen, is mij een doorn in het oog.

Hoezo `alleen maar om vriendjespolitiek`!? Wat is dat nu weer? Jullie doen net alsof, omdat het vriendjespolitiek is, het allemaal vanzelf gaat! Niets is minder waar. Een beetje kwalitatief hoogstaande vriendjespolitiek is hard labeur van jaren en ik kan het weten, gezien mijn afkomst. Want vind ze maar eens: de juiste feestjes, de juiste mensen, de benodigde fondsen voor steekpenningen - het is verdorie geen hobby. Nee, de oprechte beoefenaar van vriendjespolitiek moet bereid zijn offers te brengen zoals daar zijn: zijn sociale leven, zijn vrije tijd, zijn bankrekening. En als je dan nog op de onbetrouwbaarheid van zo`n jurylid zou kunnen rekenen, maar nee hoor, voor je het weet nemen die van Geen Stijl ze mee voor een avondje Casa Rosso en kan je van voorafaan beginnen.

De vriendjespolitiek, lieve mensen, is een onzekere wereld, een slangenkuil waarin alleen de allerbesten gedijen en overleven. Het is hard werken, het is totale overgave, het is talent. Moest het lot van de wereld in handen zijn van vriendjespolitiek, ik zou durven beweren: er is hoop.

Tot het zover is, buig ik me even over de inrichting van mijn schoorsteenmantel want twee (2!) Dutch Bloggies, daar had mijn binnenhuisarchitect even geen rekening mee gehouden.

Alles zonder liefde waait weg in de wind.

`It`s art.`, zei de Amerikaanse kunststudente die deel uitmaakte van ons exquise gezelschap in de prestigieuze skybox van het Eindhovens Dagblad. `American football is stop-motion-stop-motion-stop-motion. Soccer goes on and on; it flows, like water and you can see the trail that players leave behind as they wander over the field in mysterious ways - it goes on and on. It`s art.`

Onwetendheid, lieve vrienden, legt de waarheid zelden een strobreed in de weg.

Niettemin. Nadat de hoop van een stel sympathieke Zweden op een toekomst van enig belang verworden was tot niets meer dan een vage herinnering, reed ik gewoon genadeloos weer terug naar Amsterdam. De nacht was mistig mooi en pas toen een dame in een BMW mijn lonken nadrukkelijk negeerde, herinnerde ik me dat ik onlangs mijn kekke Volvo S40 had ingeruild voor vrijheid en een aftandse Mitsubishi Colt in bruikleen. Verandering op zich kan geen kwaad, het is de acceptatie ervan die een mens kan raken tot in zijn diepste staat van zijn.

Op de radio wond een rector zich op. Het onderwijs, wat zal ik ervan zeggen? Ik zweeg. Nadat de brave man was uitgeraasd mocht hij een plaatje aanvragen. Dat moeten ze vaker doen. Hoe boos, flauw of vrolijk mensen ook worden: vergeet niet om ze een plaatje te laten aanvragen.

Hij ging voor `And I Love You So` van Don Mc Lean. Excellente keuze. Het ging hem om de zinsnede: `The book of life is brief and once a page is read, all but love is dead. That is my belief.`

`Ja`, zei hij, aangedaan door de gedachte aan zijn lieve vrouw in haar ziekenbed maar zonder het belang van degelijk onderwijs uit het oog te verliezen, `Als je iets met liefde doet, dan blijft het heel. Al wat je zonder liefde doet, waait weg in de wind.`

Dat vond ik even mooi als klef gezegd. Want zo ben ik. Dus alras neuriede ik mee.

`And yes I know how loveless life can be. The shadows follow me. And the night won't set me free. But I don't let the evening get me down, now that you're around with me...`

Tevreden gaf ik de Mitsubishi Colt een vriendschappelijke tik op het dashboard. De Colt en ik, wij waren weliswaar alleen op weg en geen ons beiden kon bevroeden wanneer de schaduwen van het verleden zouden oplossen in het verblindende licht van de toekomst. Maar wij waren op weg. Dwars door de nacht heen. Rucksichtlos tegen beter weten in. Omringd door alle liefde en kunst die je kan verwachten van een kutstereo met een zelfstandig ondernemende volumeknop.

Zo houden we de gang erin.

Ik nam de tram, maar de tram kwam niet. Dus ik wachtte. Toen kwam de tram. Ik mocht mijn strippenkaart niet laten afstempelen. Nee, zei de stempeldame, deze is gratis. Omdat je hebt moeten wachten. Dat vond ik stom. Aardig maar stom. Ik ben niet zo voor gratis slechte service.

De tram ging rijden. Rechts van ons deed de zon heel erg stoer maar ik had echt wel door dat we achter glas zaten.

Toen ik aankwam vroeg iemand of ik koffie wilde. Ja, lekker. Dat zei ik. Toen kwam er iemand mij een bakje oplos-Douwe Egberts brengen. Ah, vroeger, dacht ik, vroeger zei ik nog gewoon ja als iemand vroeg of ik koffie wilde. Wie heeft mij die godverdomde lekker aangepraat?

Op weg naar huis bedacht ik dat er relatief veel mensen heel rijk worden met het bedenken van kleine dingen. Ik noem een paperclip. Post-its. Het klemmetje waarmee je een benzinepomp kan vast zetten zodat je kan tanken zonder dat vettige handvat de hele tijd vast te moeten houden. Ok, toegegeven, meestal doet dat klemmetje het niet. Dat maakt de verdienste van de uitvinder alleen maar groter. En het blijft een klein ding.

Ja, het zit `m in kleine dingen. Dat was, geloof ik, de les van de dag. Maar zeker weten doe je dat natuurlijk nooit. Misschien morgen. Het houdt de gang erin.

Alles bij elkaar niets meer dan een broodje Martino.

Toen ik gisteravond aanzette om een broodje Martino te gaan smeren, had ik er een bewogen 48 uur weekendbeleving op zitten tijdens dewelke ik onder meer

  • maar liefst twee perfecte ontbijtjes prepareerde en in totaal 4 donuts, 1 bal gehakt en 1 hamburger met alles erop en eraan naar binnen werkte. Het was van juni 2002 geleden dat ik nog een donut gegeten had. Man, man, man. Soms doet een mens dingen.
  • in levende lijve getuige was van een zinderende pot topvoetbal tussen de quintessentiele landskampioen en Heerenveen. Ja, dat was me een zinderende pot om `godnondedju wat een zinderende pot voetbal` tegen te zeggen en dat hebben Solo Loe en ik dan ook meermaals tegen elkaar gezegd want wij verzaken niet wanneer men ons verzoekt om correcte analyses - sterker nog, daar staan wij voor bekend.
  • in goed gezelschap een wandeling door een postkaart maakte waarbij de overbelichte kade van het KNSM-eiland samen met het als goud fonkelende IJ als postkaart fungeerden en de geheel uit onbesuisde charme opgetrokken Lola Victoria als gezelschap.
  • een levendig gesprek met Solo Loe voerde waarbij de vraagstelling luidde: `Is bewustzijn mogelijk buiten een fysiek lichaam oftewel zou er nog wat zijn na dit aardse bestaan of niet?`. Solo Loe was rotsvast overtuigd van wel terwijl ik even keihard dacht van niet - ik belijd de theorie van het Grote Zwarte Gat zoals de trouwe lezers onder u weten. Zo verschilden Solo Loe en ik niet voor het eerst van mening maar deelden wij onverminderd respect voor elkanders kwaliteiten. Want dat is het soort van vriendschap dat Solo Loe en ik hebben.
  • 3 Vlaamse kandidaten voor het Eurovisie Songfestival met stijgende verbijstering gade sloeg. De eerste had als claim to fame een vergeten editie van Idols die alleen Kris Wauters zich nog wist te herinneren - de man heeft blijkbaar een olifantengeheugen voor genante schnabbels. De tweede had als claim to fame dat ze TV-presentatrice was maar in de diepste krochten van haar ziel, in feite en van oorsprong was ze zangeres. Ja, dat soort kennen we. Blijkbaar was Geena Lisa zich zodanig bewust van de inwisselbaarheid van haar eigen talent en persoonlijkheid dat ze daar maar meteen haar act van gemaakt had: ze werd geflankeerd door 4 lookalikes die net zo geprononceerd de lippen konden tuiten als zijzelf. De derde had als claim to fame dat hij samen hokte met een tv-presentatrice die eigenlijk van oorsprong zangeres is - ja, het heerst - en die niet nalaat in de vakpers te onderstrepen dat haar mannetje groot geschapen is. Wij hopen voor hem dat zijn gigalul niet, zoals zijn act, de broodnodige ballen mist. Daarna ging ik maar een beetje in het wilde weg zappen, uit zelfrespect.

Dus toen ik uiteindelijk bij het smeren van een broodje Martino was aangekomen dacht ik: ok, dan doe ik niet zuinig met de mosterd ook niet. Zogezegd, zogedaan.

Respect voor Rollatorman.

Het was groen voor de voetgangers. Het was druk. Er was wind. Aan de overkant van de Insulindeweg stond een dikke, oude man met een rollator. Laten we hem Rollatorman noemen. Dat geeft het iets heroisch en dat is hier geweldig van toepassing zal u merken, dat heroische element. Ik liep naar het zebrapad en terwijl ik daar naartoe liep werd het rood voor de voetgangers want dat is het soort van karma dat ik naar verkeerlichten toe graag mag uitstralen. Rood bleek het sein voor Rollatorman om over te steken. Niets wees op een vergissing. Rollatorman wist precies wat hij ging doen. Het was rood, en hij ging oversteken.

Goed. Er was wind. Het was druk. Rollatorman did not care. Een opgevoerde Honda CRX zeilde rakelings langs hem heen. Rollatorman keek even op, en gnuifde. Jaha. Lang geleden dat ik iemand nog zo heb zien gnuiven. Ik dacht dat het gnuiven op sterven na dood was en dat alleen Louis van Gaal de kunst nog echt beheerste maar dat was voordat ik Rollatorman zag. Zelfverzekerd en gnuivend rolde onze superheld richting de overkant. Daar was het stil. Uit ontzag. Bewondering. Angst. Drie hangjongeren, een huismoeder en ondergetekende keken ademloos toe en af en toe vol verbazing naar elkaar. Een tram belde luid. Een BMW ging vol in de remmen. Iemand zwaaide met de vuist. Rollatorman had alles onder controle.

Toen hij bij ons was aangekomen, werd het groen. Ik stak niet over. Dat vond ik ongepast. Ik wilde de held even goed van dichtbij zien. Wellicht de hand schudden. Applaudisseren. Respect voor Rollatorman. Maar Rollatorman had geen tijd voor de fans. Teleurgesteld keek hij over zijn schouder naar wat achter hem lag. Ja, Rollatorman keek naar de Insulindeweg als naar het leven zelf: een waardeloos hindernissenparcours dat zelfs door een dikke oude man met een klompvoet bedwongen kon worden.

Toen vermande hij zichzelf, rolde naar het zebrapad aan de Molukkenstraat en ging daar geduldig staan wachten tot het rood werd. Het moet een keer lukken.

Geen idee van niets in het bijzonder.

Ik heb het al vaker beweerd op deze plek, en niet ijdel: het leven bestaat uit niets dan keuzes. Nochtans is dat gelogen. Er zijn ook dingen in het leven die je helemaal niet kan kiezen. Zoals: je familie, je buren, de slepende ziekte waaraan je zal komen te overlijden en kinderopvang in Amsterdam.

Uiteraard ligt het niet in mijn volksaard me daarbij neer te leggen. Zo voorspel ik een hele moeilijke tijd voor de genaamde Nina, kinderopvang leidster voor de briljante Lola Victoria, en ten huize Victoria beter bekend als Het Schaap van Hallal want ten huize Victoria streven wij ernaar humor te combineren met een rechtvaardige weergave van de feiten. Wij zijn, ten huize Victoria, een soort doorontwikkelde versie van Peter R. Devries wat dat betreft. (De feiten, maar dan met humor, hebtuem, hebtuem?). Terzake. Nina is een met een vreselijke huidafwijking geboren Moslima van bovenaardse domheid. Lief, maar dom. Het is zo`n type die het niet weet. En het ook niet weet dat ze het niet weet. Ze heeft simpelweg geen idee. Van niets. Ik heb altijd stiekem een beetje bewondering voor mensen die dat kunnen, geen idee hebben van niets in het bijzonder. Nina kan dat en heeft voor zichzelf een modus vivandi ontwikkeld die daarbij aansluit. Zo beantwoordt ze elke mededeling of vraag met `Ziet er goed uit hoor!`. Altijd. Als volgt.

Ivo Victoria: ` Goeiemorgen!`
Nina: `Ze ziet er goed uit he! Zo, ziet er goed uit!`
Ivo Victoria: `Eh, ja.`
Nina: `Goed hoor. Goed hoor.`
Ivo Victoria: `Nina, ik zet het groentehapje in de koelkast, ok?`
Nina: `Ja, goed hoor, goed hoor, wil ze vaak niet eten he, wil ze vaak niet eten, maar ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `Thuis eet ze het zonder problemen, dus hoe komt het denk je dat het hier niet zo wil lukken?`
Nina: `Nou, ja, poeh. Ehm maar ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `Ja, dat weet ik, ze ziet er goed uit. Maar wil je het hapje wel meerdere malen aanbieden als ze niet wil eten? Soms lukt het niet van de eerste keer.`
Nina: `Ja goed hoor, goed hoor, ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `NATUURLIJK ZIET ZE ER GOED UIT WAT IS HET FOKKING PROBLEEM MET JOU HEB JE ZO`N ONGELOFELIJK COMPLEX OVERGEHOUDEN VAN JE EIGEN UITGEDROOGDE AFGEPELDE KANKERHUID DAT JE HET NIET KAN BEVATTEN DAT EEN BABY ER BETER UIT ZIET DAN JIJ?`
Nina: `Ja goed hoor, goed hoor, ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `Afgelopen zaterdag was ik bij AZ-PSV, nou die kaaskoppen werden me daar van de mat geveegd, dat wil je niet weten.`
Nina: `Goed hoor, ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `E=MC2.`
Nina: `Goed hoor, ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `Nina, mag ik ter afsluiting nog jouw analyse van Super Duper Tuesday en de effecten ervan op de dalende dollar-koers?`
Nina: `Goed hoor, ze ziet er goed uit hoor.`
Ivo Victoria: `Burps`.
Nina: `Goed hoor, ziet er goed uit hoor.`

Kortom, al bij al heb ik er wel lol van, zolang haar batterijen het blijven doen.

Totdusver niet geblowd (maar het had gekund).

Ik zat in de trein naar Hilversum en ik las een concept contract dat ik zo ging bespreken en ik dacht: `Hey, als ik deze klootzak naai, dan gaat de winst in mijn eigen zak.` Ik zal niet beweren dat deze gedachte mij ontroerde; dat zou niet heel netjes zijn. Gelukkig heb ik weinig moeite met liegen.

Nadat ik de klootzak inderdaad, en geheel in verhouding tot mijn kwaliteiten, genaaid had keerde ik terug naar Amsterdam. De trein was laat. `Hey`, realiseerde ik me even plots als vreugdevol. `Ik heb geen auto meer. Ik mag klagen over de NS! Ik hoor erbij!`. Geroutineerd zuchtte ik mee met mijn medereizigers en simuleerde met luide stem een telefoongesprek tijdens het welke ik niet na liet dingen te roepen als `Klote NS` en - een keer of vier - `Druk op de zaak.`.

Toen ik thuis kwam, trok ik de koelkast open. `Ha!`, triomfeerde ik wederom. `Voortaan bepaal ik zelf wel of de kalfsfilet op is.`. Uiteraard was de kalfsfilet niet op. Ik weet weinig over wat mij in de komende maanden te wachten staat, maar 1 ding staat muurvast: de kalfsfilet zal niet te vaak op zijn. Niet in mijn wereld, kiddo.

Ik lunchte aan tafel en zag mijn shag en mijn drugs liggen. `Zo, he.`, mijmerde ik voldaan. `Nu ik thuis werk, kan ik op elk moment van de dag blowen. Wanneer ik maar wil. Op het terras, in de garage, op kantoor, in de woonkamer - nou ja, niet in de woonkamer want dat mag niet van Liefje want die heeft ergens gelezen dat drugs niet goed zijn voor babies en je weet hoe het gaat met vrouwen als ze eenmaal iets in hun hoofd hebben.` Daarna smeerde ik nog een broodje kalfsfilet en ik vervolgde met wat andere gedachten in de stijl van `Mmmm, blowen, mmmmm, drugs, mmmmm, blowen.` En toen, lieve lezers, en let nu goed op: heb ik niet geblowd. Kijk, dat bedoel ik.

Daarna liep ik naar de AKO op de hoek en kocht nog een stel ordners. Voor de zekerheid.