Kapot.
Toen de jongen van een jaar of zestien de man met de tas kruiste bij de entree, probeerde hij de tas van de man te pakken. De man liet niet los. Er ontstond rumoer, ik keek om. Het laatste wat ik hoorde was dat de kassajuffrouw zei dat het 22 euro 70 was.
Daarna zag ik mezelf boven op de jongen van een jaar of zestien springen. Ik haalde drie maal keihard uit, draaide zijn arm op zijn rug en beukte zijn hoofd tegen de vloer tot er bloed uit kwam. Niemand anders in de supermarkt bewoog. Alles was stil. Het enige wat bestond was mijn verwoestende wil om iemand kapot maken. Ik wilde geen hulp bieden, ik wilde geen compliment, geen schouderklop van een medeburger of meneer agent. Gewoon. Iemand. Kapot. Maken.
Toen vroeg de kassajuffrouw: “Bonuskaart of airmiles?”. Buiten fietste een jongen van een jaar of zestien haastig door het rood.
Ik doe een vandenbtje
1. Ik tikte het woord referentiecheck in een stukje dat ik voor deze website schreef. Word meende daar referentiechick van te moeten maken. For the record: mijn referentiechick is Dapnhe Bunskoek.
2. Een dame rolde een rolstoel tot naast de buggy van Lola, dicht tegen het tralies aan. Lola wees en zei “Wawawiewawa.”. De dame boog zich over de rolstoel en vroeg: “Kan je hem zien, mama?” Lola probeerde zijn slurf te pakken. Mama tuurde en zei: “Neen.”
3. Men had mij verteld dat schrijven lijden was. Men had mij verteld dat je ook gewoon zes vrije zondagen na elkaar 8000 woorden per dag kon schrijven. Men heeft mij gezegd dat ik eerst rondjes door de stad moest gaan lopen, dagen, weken desnoods jarenlang. Daarna zou ik kunnen schrijven, misschien. Nu ik precies 29485 woorden ver ben, is de eerste conclusie evenwel toch vooral dat ik er een beetje autistisch van word.
4. In mijn dromen plaats ik mezelf telkens weer voor dezelfde hartverscheurende keuze. ”Ivo”, zegt mijn innerlijke droomstem dan, “Ivo, als je zou mogen kiezen, wat zou je dan op dit moment het liefst doen? Neuken? Of een balletje hoog houden?”. Ik kom er maar niet uit.
Ik zat naast iemand beroemd.
Ik zat op een terras en de jonge vrouw naast me was blond. Uiteraard sloot er alras een oudere, lelijkere vrouw aan. De jonge blonde vrouw was Bart weer tegengekomen in de Kalverstraat, na een jaar, zomaar. En dat na al het gedoe in de pers, dat vreselijke artikel in Story, de manier waarop. Ik nam een Spock-achtige gedaante aan.
Er werd geHalinad zus en geHannad zo en de pers hier en de media daar, er werd gefilosofeerd over doorbreken in Londen en dat dat zo makkelijk nog niet was, nee, eerder moeilijk zelfs want agent zus en castings zo en ik had werkelijk geen idee wie er naast me zat.
In de voorbije zes jaar zijn naar schatting 12 generaties Bekende Vlamingen geheel aan mij voorbij gegaan (ik weet nog maar pas wie Stan van Samang is en wie de fok is dit alweer?), maar ik blijk ook niet mee te zijn met wat hip & happening is in BN-land. De totale ontheemding nadert nu toch wel in al te rasse schreden haar voltooiing.
Toen herinnerde ik me een eindredacteur die mij lang geleden vertelde dat ik de specifieke pitbull-mentaliteit ontbeerde die onlosmakelijk deel uit maakt van de ware showbizz-journalist; waarna hij me ontsloeg.
En zo keerde ik alsnog volkomen onwetend en tevreden weer naar huis terug.
Gebrek aan heimwee.
Enkele dagen geleden sprak ik met een Portugees. We stelden vast dat we allebei droevig werden bij de gedachte aan ons geboorteland.
Dat kwam niet omdat we er niet meer wonen. Of ten minste, heimwee was niet de oorzaak. Eerder een gebrek aan heimwee. De vaststelling dat we steeds minder verlangden om terug te keren. En dat men er alles aan schijnt te doen om het ons makkelijk te maken.
Ik herinner me dat ik het zelf briljant vond, vroeger. Als je er woont is het briljant. Je begrijpt er net zo weinig van, maar je verwart maar al te graag begrip met vaderlandsliefde als het nog een rondje cynisch bier oplevert. Hilarisch. Uniek. Het beste land van de wereld. Origineel ook. Kijk ons eens origineel absurdistisch-grappig-amateuristisch bezig zijn.
Nu kijk ik naar Belgie als naar een aflevering van The Office. Oeh, doe dat nu niet. Auw, zeg dat nu niet. En dan doen ze of zeggen ze het toch. Er valt alleen niks te lachen en de schaamte lost niet op.
Het gekke is - daar waren de Portugees en ik het over eens - dat je jezelf er niet minder Belg of Portugees van gaat voelen. Integendeel. Je voelt je steeds meer deel van een land dat je steeds minder mist.
Gebrek aan heimwee.
Enkele dagen geleden sprak ik met een Portugees. We stelden vast dat we allebei droevig werden bij de gedachte aan ons geboorteland.
Dat kwam niet omdat we er niet meer wonen. Of ten minste, heimwee was niet de oorzaak. Eerder een gebrek aan heimwee. De vaststelling dat we steeds minder verlangden om terug te keren. En dat men er alles aan schijnt te doen om het ons makkelijk te maken.
Als je er woont is het briljant. Dat herinner ik me. Je begreep er net zo weinig van, maar dat onbegrip werd gesmoord in het cynisme dat wij voor het gemak vaderlandsliefde noemden. Wij waren hilarisch. Uniek. Het beste land van de wereld. Origineel ook. Kijk ons eens origineel absurdistisch-grappig-amateuristisch bezig zijn.
Nu kijk ik naar Belgie als naar een aflevering van The Office. Oeh, doe dat nu niet. Auw, zeg dat nu niet. En dan doen ze of zeggen ze het toch. Er valt alleen niks te lachen en de schaamte lost niet op.
Het ergste van al, zo besloten de Portugees en ik, is dat je jezelf er niet minder Portugees of Belg door gaat voelen. Integendeel. En zo voel je je, tegen wil en dank, steeds meer verbonden met een plek die je steeds minder mist.
Leonard, my man.
De huizen tegenover het Westergasterrein zongen “Hey, That’s No Way To Say Goodbye”. En toen kwam ik nog maar net aan gelopen.
Halverwege zei Leonard Cohen: “We’ll be back in a couple of minutes.” Uit zijn mond klonken die woorden als een filosofisch statement. Wellicht neemt het niet meer dan een paar minuten om terug te komen, dat zou kunnen, dat zou mooi zijn – ik wil het graag geloven maar ik wil bewijs.
Rondom mij stonden vijftigers hand in hand, jointjes te roken, jonge vrouwen zongen dat ze mijn man waren, ik schreeuwde terug dat ik de vader van hun kind kon zijn, dat we zouden wandelen op het strand, dat ik de huur betaalde.
Tijdens de toegift liep ik langzaam van voor naar achteren, door een zee van glimmende ogen, naar de uitgang.
Zoveel gelukkige mensen en ik was niet bang. Of toch minder dan toen ik aankwam.
Tadaaaaa.
Jaha, zeg dat wel. Met heel veel dank aan Walter (die het ontwierp) en Charis (die het bouwde). Het lijkt potvolkoffie wel het weblog van een schrijver!
Overigens is het archief vlekkeloos getransporteerd, op een paar mp3-downloads na, dat gaan we nog fixen. De feeds daarentegen zijn veranderd, daar komt u vanzelf achter als u binnen twee maanden nog eens langs komt om te kijken waarom ik zolang uit uw reader wegblijf. Evenwel, per heden: RSS en ATOM.
Verjaardag.
Vroeger overkwam het me dat ik mijn eigen verjaardag vergat. Nou ja, overkwam. Het was een streven. Ik was een Eigenzinnig en Gekweld Kunstenaar en ik wenste mij niet bezig te houden met aardse futiliteiten die de aandacht zouden afleiden van waar het allemaal werkelijk om ging, namelijk: pijn. En drank en vrouwen, uiteraard.
Ik heb geoefend om mijn eigen verjaardag te vergeten.
Het was begin jaren '90. Dat hielp: geen internet, dus geen social networks om je een kattebelletje te sturen en ook de mobiele telefoon had haar tipping point nog lang niet bereikt. Ik bezat er geen, net zomin als mijn vrienden en familie. Niemand kon mij sms-en of anderszins doen denken aan die verdoemde dag. Als ik de vaste lijn maar niet opnam en mijn antwoordapparaat maar niet luisterde. Nu ik erover denk. Het was in die tijd ontroerend makkelijk jezelf uit de wereld te verwijderen.
Het lastigste aan mijn pogingen mijn verjaardag te vergeten was dat ik er wel aan moest denken dat ik die dag de post niet mocht openen en de telefoon niet mocht opnemen en mijn antwoordapparaat niet mocht luisteren - en tegelijk moest vergeten waarom ik dat allemaal niet mocht doen.
Maar op een dag lukte het. Op 11 juli 1994 realiseerde ik me dat ik 4 dagen eerder 23 was geworden.
Sindsdien is er niets meer dat ik niet kan vergeten.
(Ik was gisteren jarig)
Ze zitten in ons bloed.
Gisteren wurgde Lola Victoria een konijn.
Ik speurde vergeefs naar spijt of twijfel in haar ogen. Maar ze lachte anderhalve tand bloot en kneep de keel van dat konijn langzaam helemaal dicht met die twee snoezige vuistjes van haar. Daarbij riep ze vrolijk iets in de trant van "Allah Akhbar!". Serieus. Ze zitten nu ook in ons bloed.
Daarna reed ik naar het Westerpark. Een oude Canadees zuchtte: "Holland. The only country in the world where you can get busted for having tobacco in your weed." Net op dat moment liep Prinses Laurentien lang ons heen - ik wil daar 1 ding over zeggen: benen. Lange benen heeft ze. En ze weet het.
Toen ik naar de auto liep, zweefde "Teardrop" zachtjes met me mee terwijl de regen op mijn neus joeg. Ik dacht: nou, dat zijn toch wel allemaal mooie dingen die ik wellicht naadloos met elkaar kan verweven tot een zinnenprikkelend weblogstukje.
Maar tot mijn stomme verbazing wilde ook dat niet lukken.
Optisch geluk.
Vanochtend stond ik in mijn blote piemel voor de spiegel. Normaal gezien is dat een moment van zelfbevestiging. Maar vandaag was anders.
Het is waar. Het is waar wat iedereen zegt. Ik ben vermagerd. Ik kan mijn ribben weer tellen. Zoals vroeger, weet je nog vroeger? Toen de zomers nog ongestraft heet konden zijn? Ik bij mijn grootmoeder in de tuin grommend uit een teil water op rees? Met ingehouden adem en gebalde vuisten siste dat ik een monster was?
Een gestroopt konijn, ja. Zei mijn oma dan.
Ik ben vermagerd. Je denkt te veel na, zegt mijn schoonmoeder. Dan schept ze mijn bord vol verse fruits de mer, want dat is hoe mijn schoonmoeder en ik communiceren: zij koopt verse fruits de mer en ik eet ze op. Zo worden wij ieder voor zich op onze eigen manier gelukkig, ook al hebben wij er geen van beiden verdienste aan. Ja, wellicht is dat echt geluk - echt geluk is zonder verdienste.
Ik ben vermagerd. Wij moeten daar iets aan gaan doen, zegt Solo Loe. Maar ik denk niet dat het een door gezamenlijke actie op te lossen probleem betreft, wat jammer is, zou gezelliger zijn.
Het ding met mijn piemel is wel: hij lijkt nu nog groter. Dat is optisch geluk.

