Een teleurstellende dood.

Soms voel ik me alsof ik op pensioen ben: ik schrijf een boek en ik heb veel vrije tijd.

Dat brengt onvermijdelijk de gedachte met zich mee dat ik niet meer lang te leven zou hebben.

Ik geef de voorkeur aan een lange, slepende ziekte zodat ik het einde tijdig kan voorzien. Liefst van al zou ik dan enkele dagen voor ik daadwerkelijk sterf, alvast de overlijdensbrief uitsturen. Gewoon, om te kijken hoe de stemming is.

Het is tevens een aantrekkelijke gedachte om een fake begrafenis te organiseren die ik via de webcam op mijn sterfbed kan volgen. Maar zover zou ik niet gaan. Want wat als de opkomst tegenvalt? Ik blijf per slot van rekening een evenementenorganisator in hart en nieren. 

Hoe teleurstellend om te moeten gaan met de wetenschap dat de break-even niet gehaald is.

Ondertussen.

Ben ik op Picnic08. Of ze daar de toekomst voorspellen, zullen we pas binnen een jaar of 100 weten maar gezellig is het er wel.

Tijdens een lezing noteerde ik dat ik een filmpje op YouTube moest checken. Toen realiseerde ik me dat ik nog maar drie jaar geleden, op dezelfde plek, in een zelfde soort notitieboekje noteerde: check YouTube. Punt.

Iemand beweerde dat hij iemand kende die op Picnic rondliep met een ouder mobieltje dan het mijne. Ik blijf het erg moeilijk vinden om dat te geloven, want zo’n festival is het niet. Ik heb een Nokia 6230i uit 2006. Op Picnic is dat het equivalent van iemand die naar een autosalon rijdt in een Toyota Corolla uit 1987. Het is het soort van zielig waarmee ik graag mag kokketeren.

Een Engelsman die Rem Koolhaas zegt, zegt ‘Rem Cool House’. Het zal wel weer geen toeval zijn zeker.

De nieuwe versie van Friendfeed – een soort van Twitter meets Facebook – introduceert de functie ‘Fake Follow’. Wanneer iemand je vriendje wil worden, maar jij eigenlijk niet het zijne, dan kan je toch dat vriendje accepteren en vervolgens met de Fake Follow-optie de indruk geven dat je zijn updates volgt terwijl ze in werkelijkheid netjes uit je updatestream geweerd worden. Dit om gekwetste ego’s te vermijden.

Conclusie: dat dekselse sociale web begint steeds meer op de echte wereld te lijken.

Een goeie deal (bis).

Ik liet dus mijn energie lezen door Joost Brummelkamp in ruil voor een stukje dat ik voor zijn site ga schrijven. Om dat stukje te kunnen schrijven, wacht ik nog even tot ik van Joost de CD-opname van de sessie heb ontvangen, want ja, de hele sessie – dik anderhalf uur – werd opgenomen.

Dat vond ik prettig. Niet alleen omdat Joost mij een boel dingen vertelde die ik nog eens rustig wil kunnen naluisteren, maar ook omdat het hem noopte om af en toe even zijn laptop open te klappen om te checken of de opname wel voorspoedig liep. Deze pragmatische handeling, en het feit dat Joost geregeld in lachen uitbarstte – blijkbaar hebben mijn chakra’s gevoel voor humor – minimaliseerde fors het esoterische gehalte van de sessie, tot grote opluchting van de cynische lul in mij.

Toen ik na afloop door Utrecht naar het station liep, vroeg ik me af of ik wat nieuws over mezelf aan de weet was gekomen. Dat was ik niet. Maar dat op zich al, was knap. Want ik meen te weten dat ik mezelf nogal erg goed ken – egocentrisme heeft ook voordelen – en wat Joost mij verteld had, bevestigde dat in soms akelig veel detail. Dat was knap van hem. Maar doet eigenlijk niet terzake, want het was uiteraard geen wedstrijd.

Toch kon de cynische lul in mij het niet laten zich af te vragen of Joost soms vals gespeeld had. Hij leest mijn weblog en wie mijn weblog regelmatig leest, heeft het niet moeilijk om te ‘zien’ dat ik in een fase van grote verandering verkeer in mijn leven en dat dat de nodige twijfels en hindernissen met zich mee brengt.

Maar deze kwaadwillende theorie zou suggereren dat Joost Brummelkamp een charlatan is, en dat is hij opzeker niet. En als hij het is, dan heeft hij nog heel veel te leren want zeg zelf: 75 euro per sessie, zo krijg je die villa op de Bahama’s natuurlijk in geen honderd jaar bij elkaar gefraudeerd.

Bovendien verhinderde het feit dat hij mij niets nieuws vertelde, niet dat ik wat geleerd heb. Daarover, en over de sessie zelf binnenkort meer op de site van Joost, maar nu nog even mijn bed in. Want iets anders is: sinds ik mijn energie heb laten lezen, lijkt het wel alsof ik er helemaal geen meer heb. Geef terug, Joost!

Een goeie deal.

Het is vaak makkelijker om je diepste geheimen prijs te geven aan een volslagen vreemde, dan het is om jezelf bloot te geven aan je geliefde of vrienden.

Maar geldt het omgekeerde ook? Kan een vreemde, vrij van voorkennis en zonder bevreesd te hoeven zijn voor de gevolgen die zijn woorden zullen hebben voor een onbestaande relatie, ook makkelijker in jouw ziel kijken en inschatten of het goei marchandise is dan je naasten?

Ik ga het testen. Vandaag onderga ik een reading. Een wat? Een reading. Wat is dat precies? Geen idee. Daarom ga ik. Het werd me aangeboden door Joost Brummelkamp, voor sommigen onder u bekend als reageur extra-ordinaire, in ruil voor een stukje over deze ervaring dat ik zal schrijven voor zijn website.

Ik vind het nu al een goeie deal.

Middelen die wij inzetten om de waarheid te verzachten.

'Je zal het wel horen aan mijn stem...', zei de klusjesman aan de telefoon. '...maar ik ben zwaar verkouden.'

Ik hoorde niks. Het was onmiskenbaar onze klusjesman, met hetzelfde doorrookte Amsterdamse accent als altijd.

'Ja, ik heb een hoofd, dat wil je niet weten. Nou ja, dat hoor je zo, toch.'

Ik hoorde gewoon een wedstrijdfitte klusjesman.

Ik heb niets tegen mensen die liegen. Ik mag zelf ook graag liegen. Van alle middelen die wij inzetten om de waarheid te verzachten, is liegen bij verre de charmantste.

'Dus ik kan vandaag niet komen. Zwaar verkouden, jongen. Nou, ja, dat hoor je zelf ook wel. Aan mijn stem.'

Ik hoorde volstrekt niets abnormaals aan zijn stem.

'Ja', zei ik. 'Ik hoor het. Dat is niet zo mooi.'

Daarna heb ik een andere klusjesman gebeld. Zoals gezegd, ik heb niets tegen liegen. Zolang het slot van de terrasdeur maar gemaakt wordt en een beetje snel ook.

J.M.H.

Ik geloof dat het Ellingmann was die een tijd geleden, toen Vandenb voor de 27ste keer in 3 dagen tijd van layout veranderd was, uitriep : 'Gooi die comments dicht, Walter. Het levert niks op.'

Maar soms. Zo klikte ik vanuit een comment van een paar stukjes geleden rechtstreeks door naar het fijnste weblog dat ik in tijden ben tegen gekomen: Gemarkeerd, van Dimitri Antonissen, u kent hem van Boekblog.

Een simpele vondst, geestig en ontroerend uitgevoerd – ik wou dat ik het kon.

Terwijl ik door Gemarkeerd klikte, ontdekte ik dat tijdens mijn vakantie (ja, ik ben al lang terug, ik doe alleen nog even alsof, uit zelfbehoud) J.M.H. Berckmans overleden is. Dat vond ik minder geestig en ontroerend.

Toen ik nog jong en beloftevol was, woonde ik op Antwerpen-Zuid en mijn voornaamste tijdverdrijf bestond erin om zo vaak mogelijk in de verkeerde kroegen te hangen met de mannen van Circus Bulderdrang. Want die trokken de gevaarlijkste meisjes van de stad aan. En J.M.H. Berckmans.

Die gevaarlijke meisjes kon ik natuurlijk niet krijgen en van J.M.H. Berckmans was ik bang. Hij zag er toen al uit alsof hij elk moment dood kon gaan en ik kan me niet herinneren hem ooit op normale spreektoon te hebben horen praten. Hij riep en spuwde heel hard. Of hij fluisterde heel zacht. Ik ben later nooit meer bang geweest van iemand die ik sympathiek vond.

J.M.H. op zijn beurt, heeft mij nooit bewust waargenomen. Dat was mijn rol in die tijd; ik hing erbij zonder erbij te horen. Een gave die ik door de jaren heen geperfectioneerd heb.

En nu is hij dus dood, zo ongeveer twintig jaar later dan veel mensen hadden verwacht.

Om de sfeer te proeven van die heroïsche dagen halfweg de jaren ’90, check deze demo van het legendarische Circus Bulderdrang liedje ‘Koffie met melk’, met J.M.H. Berckmans op euh... zang. Of zoiets.

Het zou me verbazen, en ook lichtjes van hem tegenvallen, als J.M.H. nu in vrede zou rusten.

And the winner is...

Deze rakker.

En als ik vanaf nu elke dag een euro opzij leg dan kan ik mij in 2018 een echt goeie fles veroorloven.

Nou ja. 2018. Een redelijk goeie fles, laat ons zeggen.

Nou ja. Redelijk. Toch alleszins een fles van een aanvaardbaar niveau. Wellicht. Als de inflatie meezit.

Ik kan niet wachten.

Kost wat, staat het scheef.

Liefje wilde de toren van Pisa zien, koste wat het kost.

Dus wij reden naar Pisa. Liefje keek naar de toren, ik maakte foto’s van mensen die poseerden voor een foto waarop het zou lijken alsof zij de toren tegen hielden.

Daarna gingen we op een terras zitten en betaalden 9 euro 30 cent voor een water en una birra, dat gelukkig wel pronto kwam. Dat was dus wat het kostte. Je moet er wat voor over hebben om jezelf toerist te voelen.

Ik zeg u een ding over die toren: dat komt echt nooit meer goed.

Strobéri.

De serveerster somde de soorten ijs op die beschikbaar waren. Ze klonken allemaal heel Italiaans, alsof we op vakantie waren en het lekkerste ijs van de wereld gingen eten aan een tafeltje, bij een fontein, op de binnenplaats van een prachtige Palazzo op de top van een heuvel. En dat was ook zo.

Ik (her)kende geen enkele ijssoort die ze noemde. Dus ik dacht, geheel tegen mijn volksaard in: ik gok maar eens wat.

“Doe mij die laatste die je noemde.”, zei ik. “En de strobéri.”

Toen keek de serveerster mij aan alsof ze niet goed wist of ze beledigd moest zijn.

Dus.

Het getimed publishen van Pivot X bleek het nog niet te doen, of ik had het weer niet begrepen. Alleszins. Nu op deze pagina: allemaal stukjes die de voorbije week eigenlijk netjes dag per dag hadden moeten verschijnen, en ook wat stukjes die morgen en overmorgen gingen verschijnen. Inclusief gedateerde verwijzingen naar krantenberichten van vorige week. Wat wil een mens nog meer?

Op vakantie wordt men vanzelf creatief.

Lola Victoria is un poco ziek.

Lola Victoria heeft haar zwembadenangst overwonnen. Wanneer papa en mama gaan zwemmen, wordt er niet meer gekrijst. Hooguit een beetje gepiept. Mama en papa zwemmen en naast het zwembad zit een witte, piepende muis. Zoiets.

Omdat dit probleem nu van de baan is, heeft Lola Victoria besloten maar niet meer te eten. Alle beschikbare lichaamsopeningen worden aangewend om wat er nog aan voeding ingaat, onmiddellijk weer af te scheiden, in zo vloeibaar mogelijke vorm.

Twee dagen later staan wij met een op de rand van dehydratatie balancerende Lola Victoria in de eerste hulp van het ziekenhuis van Poggibonsi. Wederom besef ik hoe gruwelijk oneens ik het ben met mensen die vinden dat je alles eens moet meegemaakt hebben.

Ik scan de wachtkamer. Ook in Poggibonsi, misschien wel vooral in Poggibonsi, weten ze hoe ze die dingen zo deprimerend mogelijk moeten maken. Welke troost moeten wij vinden in rode, plastic kuipstoeltjes? Sinds wanneer is vaal bruin de kleur van hoop? Hoe kan ik uit ingekaderde kleurkopieën van overbodige landschapsaquarellen afleiden dat alles goed komt?

De dokter liegt dat ze Frans kan, zoals alle Italianen liegen dat ze Frans kunnen om dan gewoon verder te gaan in het Italiaans. Ik had nooit gedacht dat ik het nog een keer zou zeggen maar: Meneer Mens, nog bedankt voor die lessen Latijn.

Lola krijgt Gatorade voorgeschreven. Ik kan niet wachten om het gezicht van onze Nederlandse dokter te zien wanneer ik haar dat vertel.

Kranten, ah, waar is de tijd?

In een internetloze omgeving val je terug op kranten om op de hoogte te blijven van wat reilt en zeilt in contreien waar de kwaliteit van de naderende druivenoogst minder hoog op de agenda staat.

Nou ja. Kranten. De Telegraaf en haar Belgisch equivalent, Het Laatste Nieuws.

Het is een geruststellende gedachte dat als zo dadelijk WOIII uitbreekt, ik onverminderd en in gelukzalige onwetendheid zal kunnen verder genieten van mijn glaasje Chianti Classico. Maar verder word ook ik keihard geconfronteerd met de escapades van Missverkiezing-organisator Ignace Crombe, die het met een van zijn missen doet. Sommige mensen maken van voorspelbaarheid hun vak.

In Den Haag gaan ze het sissen naar meisjes aanpakken. Zover zijn we dus gekomen. Je kan binnenkort ongewenst sissen aangeven via internet. Een zware slag voor de Haagse hangjongeren, lijkt mij.

Onlangs hoorde ik op TV nog iemand die ervoor gestudeerd had zeggen: ‘Het grote probleem met het integratiebeleid, is dat het er is.’

Ik ben nooit vies geweest van een beetje chargeren dus ik was het op slag eens met die beste kerel. Dat wij van elkaar verschillen, is geen punt. Het is pas wanneer je niet accepteert dat je van elkaar verschilt, dat de problemen beginnen. Wie sist, laat zichzelf kennen. Wie energie heeft om zich eraan te ergeren, heeft veel te weinig zorgen. Wie er beleid van wil maken het sissen te bestrijden, heeft veel te weinig werk van echt belang op zijn bureau liggen.

Het zal wel aan mij liggen, maar ik kan mij niet eens meer herinneren wanneer ik mij voor het laatste beledigd voelde. Dat noem ik dan weer: goed geplaatste arrogantie.

Poeh, he. Ik moet er op slag dringend een frisse duik van nemen.

De eerste konijntjes.

Er zijn veel konijntjes. Sympathieke rakkers met lange oren en witte staartjes. Ze huppelen rond ons huisje, vlakbij het terras. En ze gaan nooit zwemmen. Kortom, Lola is gek op de konijntjes.

Mijn vroegste herinnering is dat ik in de tuin van ons vakantiehuisje in de Ardennen loop en met een touw probeer om een konijn te vangen, samen met mijn vader.

Deze konijntjes komen te vroeg om ooit Lola’s eerste herinnering te kunnen zijn. Maar ik zal de symboliek terzijnertijd wel een handje helpen, neem ik me voor.

Typisch een schouwspel.

Wanneer de avond valt, komen de zwaluwen.

Om beurten vallen ze uit de lucht, als stuntvliegtuigen. Hun bekken ketsen tegen het wateroppervlak; een snelle slok. Dan trekken ze weer op, in een spiraal, tot in het resterende blauw.

Opnieuw, van vooraf aan;  de vrije val, de slok, de flits omhoog.

En opnieuw.

Zo vanuit een ligstoel, met een glas koele Vernaccia en enkele plakjes Mortadella bij de hand, zou ik zeggen: typisch een schouwspel.

Misplaatste arrogantie is hier niet op haar plaats.

Lola en ik doen “Ciao bella” naar elkaar. We voelen ons daar allebei goed bij, wellicht omdat het zo waar is.

Ons huisje leunt op een bescheiden helling. De kiezelweg naar beneden leidt naar konijntjes, kippen en wilde zwijntjes. Nou ja. Wild.  Ook weer niet zo wild dat ze er geen hekken meer rond konden zetten. In de verte ligt San Gimignano. Van hieruit kunnen wij niet zien hoe druk de winkeliers er nu zijn met het verkopen van middelmatige wijn en artisanale onzin aan toeristen. Van hieruit gezien, is San Gimignano een middeleeuwse droom.

Om kwart voor 2 drink ik mijn eerste glas wijn. Ik ben in principe niet zo dol op Chianti, maar je vooroordelen tijdelijk aan de kant zetten – dat is ook vakantie. En als ik een kleine overwinning op mezelf kan behalen door een glas wijn te drinken, dan zal ik het niet laten. Dat zou misplaatste arrogantie zijn. Nu is misplaatste arrogantie wellicht een van mijn grootste kwaliteiten, maar ik heb geleerd haar te doseren en ik weet: ze komt zo veel beter tot haar recht in andere situaties dan deze.

Lola doet boem met de blokken. En als ze honger heeft, eet ze een mier.

Lola Victoria is un poco chagrijnig.

Wij hadden ook kunnen checken of Lola Victoria zwembaden leuk vond voordat we besloten om twee weken lang in een huisje met zwembad te verblijven. Maar dat hebben we dus niet gedaan.

Om de een of andere reden boezemen grote wateroppervlakten haar angst in. Nou. Nee. Het is geen angst. Het is puur chagrijn.

De zon doet haar ding. Een briesje zeilt de heuvels af. De rozenstruiken kleuren prima met mijn glas Vernaccia. In de verte zetten de torens van San Gimignano de tijd stil. Bij het zwembad zit een bloedchagrijnige baby.

Ik stap het water in en ga zwemmen. Op slag verdwijnt het chagrijn. En maakt plaats voor blinde woede.

Duidelijk op vakantie.

De eerste woorden Italiaans die ik mezelf aanleer zijn 'una birra' en 'pronto'.

Dus ik zeg: “Una birra en een beetje pronto ook, ja!” Daarna open ik de minibar en neem een biertje. 

We zijn in Lugano. Dat is nog niet echt Italië en het is ook niet meer echt Zwitserland. En de mensen flaneren er als op een Zuid-Franse boulevard. Kortom, Lugano is een prima plek om te overnachten als je onderweg bent.

Liefje laat haar broek zakken, gaat op het voetbadje zitten, kijk naast zich en zegt: “Hey, we hebben twee wc’s.”

We zijn op vakantie. Duidelijk.