Lekker (4).
Het waaide. Wind. Vanuit de strak vormgegeven loopgraaf die station Rietlandpark is, zag ik de wolken voorbij drijven in de lucht als ware zij schepen op drift. Bijzonder lelijke en tegen alle wetten van de aerodynamica in ontworpen schepen weliswaar, maar toch: schepen. Tenminste, dat was wat ik er op dat moment van vond - pak mij daar nu niet op.
Ik zocht beschutting achter een van de plexiglas wanden van de tramhalte. Een plexiglas wand verderop stonden twee dames met een kind. Ik moet zeggen: een vrouw, een meisje en een kind. Toen zei het meisje tegen de vrouw: "Kom op nou, geef me een kus, nou."
Ze leek me zestien. Tegenwoordig is dat een hele leeftijd. De vrouw twijfelde. Het kind zat in een buggy en was zich van geen kwaad bewust, zoals dat gaat met kinderen. Ik ben blij dat ik geen kind meer ben maar mijn God, wat zou ik me graag van geen kwaad bewust zijn. Wie herinnert zich nog de tijd dat hij zich van geen kwaad bewust was? Het is als de tijd voordat je geboren werd - een vredig zwart gat.
Toen gaf de vrouw toe. Het meisje greep haar gretig vast en zoende haar vol op de mond. De wind droeg het smakken van hun tongen dwars door mijn plexiglas wand heen.
"Lekker.", zei het meisje. Toen kwam de tram. Stipt op tijd en weer te laat. Je kon erop wachten.
Jeuj. Ik voelde hem niet aankomen.
cockie (E-mail ) (URL) - 23-02-’08 17:41