Er moet gevochten worden. En hard.
Toen ik het eiland Sporenburg opreed, blies de airco op zulk een volle toeren dat zelfs Chiel Montagne er van onder de indruk zou zijn geweest. Er stonden kinderbadjes op straat en de jonge moeders dartelden vrolijk in het rond.
Zoetjes zoemde ik over de Panamakade. Aan mijn rechterhand het spoorwegbassin, aan mijn linkerhand een pleintje. De zon mepte er flink op los, alles en iedereen was traag. Totdat. Totdat daar aan de overkant van het plein, vanuit de Lampenistenstraat, met vastberaden tred kwam gelopen: een hele kleine ninja.
Geheel in zwarte, militaire klederdracht gehuld. U kent dat wel: niet te strak, niet te los, veel praktische zakken en gespen, broekspijpen in combat boots, zwarte hoofddoek, zwarte sjaal, het gezicht op 1 smalle streep na verborgen. U zegt: zo kleden ninja's zich niet. Ik zweer u: daar liep een hele kleine ninja.
Vastberaden marcheerde de hele kleine ninja het pleintje op als betrof het Tien-An-Mien zelf. Het was niet duidelijk waar hij heen ging of welk motief hem stuurde, maar er mocht geen twijfel over bestaan dat hij het doel zou bereiken.
Kijk, dacht ik. Weer een les. Ook wanneer de vrouwen hun handdoeken openvouwen op het strand en de mannen hun beste barbecue truuks demonstreren, ook dan. Ook wanneer onze zorgen zijn weggebrand en fonkelend goud rijkelijk vloeit, ook dan. Ook wanneer het kind in onze schoot verrukt opspringt bij de bel van de ijscoman en oranje hoop door miljoenen kelen giert, ook dan.
Ook dan moet er gevochten worden. En hard. Want je krijgt niets voor niets in het leven, ook al is dat wel wat er uiteindelijk van zal overblijven.
Daarna draaide ik onze straat in. Toen ik het hek open deed, liepen er twee hele kleine judoka's voorbij. Ze waren in het wit, op blote voeten.
zegt even niks en zucht van de prachtige zinnen
Jacq (E-mail ) (URL) - 07-06-’08 14:17