De foto.

Dus dit is 'm geworden. De definitieve auteursfoto. Ik vind eigenlijk dat er niks over te zeggen valt. Het is gewoon een steengoeie foto. Geef toe.

Dank u wel, Stephan.

De foto.

Dus dit is 'm geworden. De definitieve auteursfoto. Ik vind eigenlijk dat er niks over te zeggen valt. Het is gewoon een steengoeie foto. Geef toe.

Dank u wel, Stephan.

Die zijn het ook niet geworden (tris).

Maar goed, onderweg naar het definitieve boekomslag en de kwintessentiele auteursfoto, ploegden wij gestaag verder. Zo had Peter Te Bos nog deze variant.

Er waren opvallend veel mensen die vonden dat dat 'm was. Maar een papieren hoedje op het omslag van mijn romandebuut? Met alle respect, maar dan debuteer ik nog liever niet. Kortom, wie een beetje kan puzzelen weet nu hoe het definitieve omslag er uiteindelijk zal komen uit te zien.

Dan was er nog deze foto van de onvolprezen Stephan Vanfleteren.

Laten we een kat een kat noemen: op deze foto heb ik een dikke kop. Bovendien blijkt uit niets welk een werkelijk fe-no-me-na-le good hairday ik had op de dag van de fotosessie.

Volgende week: de uitslag! Ik mag hopen dat u met deze zinderende cliffhanger van heb-ik-je-daar het weekend doorkomt.

Die zijn het ook niet geworden (tris).

Maar goed, onderweg naar het definitieve boekomslag en de kwintessentiele auteursfoto, ploegden wij gestaag verder. Zo had Peter Te Bos nog deze variant.

Er waren opvallend veel mensen die vonden dat dat 'm was. Maar een papieren hoedje op het omslag van mijn romandebuut? Met alle respect, maar dan debuteer ik nog liever niet. Kortom, wie een beetje kan puzzelen weet nu hoe het definitieve omslag er uiteindelijk zal komen uit te zien.

Dan was er nog deze foto van de onvolprezen Stephan Vanfleteren.

Laten we een kat een kat noemen: op deze foto heb ik een dikke kop. Bovendien blijkt uit niets welk een werkelijk fe-no-me-na-le good hairday ik had op de dag van de fotosessie.

Volgende week: de uitslag! Ik mag hopen dat u met deze zinderende cliffhanger van heb-ik-je-daar het weekend doorkomt.

Morgen weer geen Martin Bril.

Tja.

Woensdagochtend stond er rechtsonder op de voorpagina van de Volkskrant wederom: “Vandaag geen Martin Bril”. Ik zei tegen Liefje dat het volgens mij niet lang meer ging duren.

Ik was 1 keer in contact met Martin Bril. Dat had ik zelf uitgelokt. Ik had dit stukje geschreven. En daarna slinks een comment gepost op zijn website. In de hoop dat. Een dag later kreeg ik een email van Martin Bril. Die begon met “Beste Ivo, Leuke website.” En daarna vroeg hij mij iets over de personen die in het stukje voorkwamen. (Hij wilde weten wie het precies waren.)

Ik vertelde enthousiast aan Liefje dat ik in contact was met dé Martin Bril en liet niet na daarbij uitbundig de nadruk de leggen op de aanhef van zijn email om niet te zeggen dat ik de rest gewoon verzweeg. Ik was gewoon in touch met de man. Ik correspondeerde met Martin Bril. Het was slechts een kwestie van tijd vooraleer een diepe, intellectueel hoogstaande vriendschap zou ontluiken. Liefje zei: “Wauw, leuk.”

En zoals zo vaak wanneer ik te enthousiast word, schreef ik een veel te lange email terug met het antwoord op zijn vraag, doorspekt met overmoedige grapjes en genante slimmigheidjes. Nooit meer wat van Martin Bril gehoord. En terecht.

Woensdagavond lag ik op de bank met de iPhone in aanslag toen er naar mijn zin plots veel te vaak hetzelfde bericht werd gepost op Twitter.

Morgen weer geen Martin Bril. Ik hoop dat ze dat vanaf nu, elke dag, rechtsonder op de voorpagina van de Volkskrant zetten.

Morgen weer geen Martin Bril.

Tja.

Woensdagochtend stond er rechtsonder op de voorpagina van de Volkskrant wederom: “Vandaag geen Martin Bril”. Ik zei tegen Liefje dat het volgens mij niet lang meer ging duren.

Ik was 1 keer in contact met Martin Bril. Dat had ik zelf uitgelokt. Ik had dit stukje geschreven. En daarna slinks een comment gepost op zijn website. In de hoop dat. Een dag later kreeg ik een email van Martin Bril. Die begon met “Beste Ivo, Leuke website.” En daarna vroeg hij mij iets over de personen die in het stukje voorkwamen. (Hij wilde weten wie het precies waren.)

Ik vertelde enthousiast aan Liefje dat ik in contact was met dé Martin Bril en liet niet na daarbij uitbundig de nadruk de leggen op de aanhef van zijn email om niet te zeggen dat ik de rest gewoon verzweeg. Ik was gewoon in touch met de man. Ik correspondeerde met Martin Bril. Het was slechts een kwestie van tijd vooraleer een diepe, intellectueel hoogstaande vriendschap zou ontluiken. Liefje zei: “Wauw, leuk.”

En zoals zo vaak wanneer ik te enthousiast word, schreef ik een veel te lange email terug met het antwoord op zijn vraag, doorspekt met overmoedige grapjes en genante slimmigheidjes. Nooit meer wat van Martin Bril gehoord. En terecht.

Woensdagavond lag ik op de bank met de iPhone in aanslag toen er naar mijn zin plots veel te vaak hetzelfde bericht werd gepost op Twitter.

Morgen weer geen Martin Bril. Ik hoop dat ze dat vanaf nu, elke dag, rechtsonder op de voorpagina van de Volkskrant zetten.

De doden in mijn adresboek.

Vanochtend ging ik door mijn adresboek, ter samenstelling van een lijstje vrienden, kennissen, ex-collega’s, familie en andere lui die ik ooit goed genoeg gekend kan hebben om ze straks door middel van een ouderwets potje emotionele chantage tot aanschaf van Het Boek te dwingen.

Ik heb 2580 contacten in mijn adresboek zitten, zo bleek. Na selectie hield ik er een dikke 300 over. Bij nader inzien bleken drie leden van dat lijstje dood te zijn.

Ik heb getwijfeld of ik hen definitief moest wissen of niet. Ik dacht aan hun e-mail accounts. Eentje gebruikte Hotmail. Zou iemand de moeite hebben genomen hem af te sluiten? Of zweefde die mailbox ergens rond, een stip aan de virtuele horizon. Liep hij willoos vol met spam, of was de limiet al bereikt en werden die enkele vergeefse berichten van slecht geïnformeerden of ongelovigen beantwoord met een zakelijke boodschap van de Mailer-Daemon?

Ik herinner me dat mijn vader tot lang na zijn overlijden emails bleef ontvangen van een man met wie hij in contact was gekomen bij het samenstellen van de familiestamboom. Achteraf bekeken hadden we gewoon door kunnen gaan met het beantwoorden van zijn vragen. Ze hadden elkaar nooit ontmoet, mijn vader had nog jaren virtueel kunnen leven. Maar dat was niet het soort troost waar wij veel aan gehad zouden hebben.

Dus ik heb ze gewist. De Mailer-Daemon heeft al werk zat.

Omslag.

En toen moest er dus een omslag komen voor Het Boek en wie kon ik daar anders voor aan boord trekken dan de onvolprezen Peter Te Bos die precies twee jaar geleden nog als special guest met The Sore Bottom Boys mee door the US of A tourde? Nou. Een heleboel gave ontwerpers, maar ik wilde Peter.

Peter ontwerpt onder meer ook voor Lowlands en hij speelt in een bandje - don't we all.

Hij maakte vier voorstellen en dit waren de numero's 1 en 2. U raadt het al: die zijn het niet geworden.

Ow. Nu weet u gelijk ook hoe het boek gaat heten!

In stilte.

Het lijkt stil hier, maar vergis u niet: achter de schermen wordt keihard getimmerd aan een marketingtechnisch verantwoorde make-over van deze website, allemaal in het kader van Het Boek.

Want ik ben deze layout niet beu, zeker niet. Ik voorzie ook dat hij ooit, wanneer het stof is neder gedaald, weer terug zal keren.

Maar er is nu een omslag en een titel enzo en dus leek het mij wel fijn de boel hier in lijn te brengen met mijn off line avontuur. In afwachting daarvan, zal ik u de komende dagen wat vervelen met beelden en foto’s die het niet zijn geworden. Wat dacht u van deze? Mooi he. Is ‘m niet geworden.

Maar Stephan Vanfleteren. Mijn God, wat ben ik trots dat hij de foto’s wilde maken.

Die ochtend, bij de post. Toen ik mijn bankpas door de gleuf van de automaat haalde. Tot driemaal toe. Vergeefs. Zei de ene postbeambte tegen de andere.

‘Oooooooh maar wat zien ik? Hey! Hey!’
‘Welk?’
‘Hey! Hij is niet aangemeld!’
‘Welk?’
‘Niet aangemeld. Hij is niet aangemeld! Hohohohohoho. Daarnet.’
‘Oooooh. Daarstraks.’
‘Ja, ik zei toch nog: we hebbe we vaker last met ABN passies.’
‘Hohohohohoho’
‘Ik zei nog: we hebbe wel vaker last met ABN passies.’
‘Hohohohohoho’
‘Maar die ING passies doen het altijd prima hoor. Ik zei nog: we hebbe wel vaker last met ABN passies.’
‘Welk?’
‘Hohohohoho. Niet aangemeld. Hij was niet aangemeld. Ik kijk op dat schermpie, ik zie: toestel niet aangemeld. Nou nou nou. Ik denk: dat is niet normaal op dit uur van de dag. Nou, daar gaat ie hoor.’
‘Doet-ie het?’
‘Ja, nou doet-ie het. Hohohohoho. Ik zei nog net: we hebbe wel vaker last met ABN passies.’
‘Nou ja. Nou doet-ie het, he. Nou doet-ie het, he.
‘Nou doe-ie het, ja. Hohohohoho. Nou ja. Moet kunnen.’
‘Moet kunnen.’
‘Moet kunnen.’
‘Asjeblieft meneer.’
‘Moet kunnen.’
‘Ik zei nog...’

De stand van zaken.

Sinds ik Versie 8 inleverde bij Zij Die Erover Gaan verkeer ik in een staat van totale lethargie. U kent dat wel. Zuchten. Voor je uit staren. Rondjes door de kamer slenteren. Een harddisk van 1 terrabyte installeren. Halve liters bier in de Albert Hein gaan kopen en alle vrouwen die je op de terugweg tegen komt in hun kont knijpen. We’ve all been there. Daarna de brievenbussen in de Seinwachterstraat volpissen. En dan weer diep zuchten.

Kortom, ik verveel me. Ik verveel me. Ik verveel me.

Niet dat er niks te doen valt, nee, ik ben megadruk met vanalles regelen voor dit en dit en dat en dat. En ik moet twitteren natuurlijk, heel veel twitteren. En terwijl ik dat allemaal doe, verveel ik me.

Er is een omslagontwerp. Dat ik nog even niet ga laten zien maar waarover mijn moeder zei: “Zo.”

Er is een auteursfoto. Die ik nog even niet ga laten zien maar waarover mijn moeder zei: “Hmm.”

Er is een verkoopsbrochure. Die ik niet ga laten zien maar waarover mijn moeder zei: “Hmm. Zo.”

Dus dat belooft het beste.

Ik vraag me af of het de boek-is-geschreven-blues is. En wat voor soort blues mij straks zal overvallen, wanneer ik Versie 8 terug krijg.

De vrouwen in mijn leven nemen abonnementen.

Al mijn hele leven lees ik kranten die ik niet wil lezen. Dat komt door de vrouwen in mijn leven. De vrouwen in mijn leven houden niet van sport in het algemeen en hebben een fysieke afkeer van voetbal in het bijzonder. Daarom nemen de vrouwen in mijn leven abonnementen op kranten als De Standaard of De Volkskrant. En dat doen ze steevast voordat ik in hun leven ben zodat tegen de tijd dat ik verschijn, het abonnement al daar is, met hen vergroeid of aan hen vastgeketend, onlosmakelijk met hen verbonden, of erger nog, deel van hen geworden, als een tattoo.

Dan kom ik eraan. Ik arriveer nietsvermoedend in hun leven. De zon schijnt, witte bloesem dwarrelt uit de bomen. Ik open de brievenbus. Daar is de krant die ik niet wil lezen. De vrouw in mijn leven kijkt me liefdevol en meedogenloos aan. Ik heb geen keuze. Het is dat, of anders heb ik niets.

Vele malen heb ik getracht een andere krant te lezen dan de krant van de vrouwen in mijn leven. Ik kom niet verder dan de occasionele aanschaf van Het Laatste Nieuws. Of een maandagexemplaar van het AD, dat ik ’s woensdags vind in een verlaten treincoupé.

Neem dan toch gewoon je eigen abonnement, zou je denken. Een abonnement naast dat van de vrouw in je leven. Lees allebei je eigen krant, in harmonie. Maar dat is onmogelijk. De vrouwen in mijn leven lezen geen kranten. Ze nemen alleen abonnementen. Dat is de onbetwistbare taakverdeling die wij nooit met elkaar hebben afgesproken: zij nemen abonnementen. En ik, ik probeer ze te lezen.

Een meester in boutades en instructies.

Ik ging naar de kapper. Want wij hadden een situatie. Mensen die mij kennen, weten dat ik bijzonder slecht om kan gaan met situaties. Dus dat moest geen dag langer duren. 

Ooit sprak ik een man die na vele jaren als loonslaaf nu een middelgroot ondernemer dreigde te worden. Hij bekloeg zich over het recht van zijn werknemers om op vakantie te gaan en daar hun been te breken tijdens het skieën. Ofzo. En dat hij dat allemaal maar moest betalen.

Ik heb toen een vurig betoog afgestoken over zwaar bevochten sociale rechten en onze voorouders en fascisme en de Dolly Dots – want ik was dronken – maarrrrrrrr: als het gaat om kapsters en hun recht om op vakantie te gaan, ben ik het even vurig met hem eens. Want nu had ik een situatie. En dat kan dus niet.

Anyways. Mijn kapster was terug van vakantie. Zij begon te knippen, ik dronk een glas water en ondertussen spraken wij.

Er moet een gesprek zijn. Tijdens de knipbeurt. Daarbij moet de conversatie zinvol zijn zonder diepgang te krijgen. Een evenwichtsoefening waar ik enorm van kan genieten. Een knipbeurt dwingt je om de essentie van je leven samen te vatten in een twintigtal minuten oppervlakkige boutades en correctie instructies met betrekking tot de na te streven coupe. Geen sinecure. Maar als ik al ergens een meester in ben, dan wel in oppervlakkige boutades en correcte instructies.

Aldus geschiedde. Mijn lieve kapster vertelde mij alles over haar op de klippen gelopen relatie en ik zei dat het in de nek wat langer mocht. Ondertussen keek ik mezelf aan. Hoe vaak in een mensenleven kijken wij onszelf twintig minuten lang onafgebroken recht in de ogen? Veel te weinig.

Het viel me op dat ik de hoeken van mijn mond naar beneden trek wanneer ik doe alsof ik luister. En als ik begrip toon, laat ik mijn wenkbrauwen over mijn ogen hangen als een troostrijk afdak. Dus die heb ik deze keer maar niet laten trimmen.