Loop met mij mee.
Loop met mij mee. We beginnen bij de Nieuwe Linde. Wanneer je daar buiten komt, weet je niet meer wat er binnen is gebeurd. Zo moesten er meer plekken zijn. Dan gaan we door de Edward Pécherstraat en we stoppen bij nummer zes. Op mijn bel staat geen naam.
Loop met mij mee. Over de kaai, langs de Sinksenfoor, L’Entrepot du Congo, Zurich en Farine; vechten voor je lever en je maag. Dan steken we door tot op de Volksstraat. Godverdomme. Godverdomme. Kijk die terrassen. Overal terrassen. Waar komen al die lelijke zwarte Vedett-terrassen vandaan? Waar is de afgeleefde schaarste die ons vreugde en een zelfbeeld schonk? Wie is er nog van hier, zoals wij? Wie kent ons nog, zoals wij? Wie zijn die mensen? Wie kent er nog ons bier?
Loop met mij mee. Achter het museum, langs plekken waar wij kansen om te neuken lieten liggen. Naast het museum, over de grindbaan waar ik mijn afscheid vierde. Dat was nog eens een afscheid, een afscheid met stalen ballen. Maar nu speelt er niemand meer, althans toch niemand van belang.
Loop met mij mee. Loop met mij mee. Iedereen is blij. Ik niet. Ik niet. Ik ben ook niet triest. Ik ben ook niet vrij. Ik ben van hier, als de zon. Maar je hebt nog maar pas je rug gekeerd of niemand kijkt nog om.
Ja.
Emma Fasol (E-mail ) (URL) - 05-06-’09 16:12Dit is het.
Kom maar op met dat boek.