Ik wil niet sterven.
Van alle dingen die mij intimideren in dit leven – ik noem de dood, liefde, Stacey Rookhuizen – vrees ik het meest: een afspraak voor onderhoud maken met de garage.
Ik wil een afspraak voor onderhoud bij de garage en ik wil ze snel, morgen, overmorgen, zeker nog deze week. Dus ik bel – maar niet voordat ik mijzelf voor de spiegel de nodige assertiviteit heb ingepraat, niet voordat ik een glas whisky in één teug heb geledigd, niet voordat ik het beoogde telefoonscript met alle denkbare ontsnappingsroutes in een flowchart heb uitgetekend.
Dus ik bel en ik zeg dat ik een afspraak wil maken en met mijn wijsvinger glijd ik over de flowchart langs de dingen die volgens mij aan mijn wagen schorten en die ik nu ga opsommen, ja, ik ga het nu zeggen, ik doe het snel, snel, snel, het draait om snelheid en efficiëntie, daar ga ik, let op, ik geef hem geen kans.
'Ja.'
Na drie woorden zegt de garagist ‘Ja.’
En zucht.
En het is alsof ik een snelweg was opgereden, met haast en spoed het gas had in gedrukt, mijn handen rond het stuur geklemd en na honderd meter zet er iemand een muur neer over de volle breedte van de weg. Dat is de garagist die 'ja' zegt en zucht. En ik gooi de remmen dicht.
Dan zegt de garagist: ‘31 juli. Ik zit vol. Vroeger kan niet. Breng ‘m maar binnen op 31 juli.’
En hij hangt op.
En alles wat ik kan denken is: nee, nee, ik wil niet sterven.
‘Breng ‘m maar binnen’ angstaanjagend.
David Pefko (E-mail ) (URL) - 23-07-’09 13:46