Leiden, zaterdagmiddag.
Zij zat naast hem op het bankje bij het water, met het kind op haar schoot. Ze keek hem aan. Hij keek naar het water. Het kind keek naar de lucht.
Sommige mensen lullen je de oren van je kop totdat je volstrekt niets over hen te weten bent gekomen. Anderen gaan op een bankje zitten.
Het was warm. Novemberhitte. Het kind droeg een sjaal en een winterjas. Wanneer zal het zorginstinct van moeders zich aanpassen aan de klimaatcrisis? Alles gaat zo traag en nog kunnen we niet volgen.
De man richtte zich op, spreidde zijn armen, opende zijn mond en dook weer in elkaar, zijn blik gericht op de grond. Zij bleef hem aankijken.
‘Nee,’ zei de man terwijl ik langs liep. ‘Nee, er is geen reden.’
Ik hield even in en keek opzij. Onze blikken kruisten elkaar, als degens, een schelle tik van staal. Toen liep ik snel weer verder. Ik wist genoeg. Als er een reden was geweest, dan hadden ze daar niet gezeten.
Alles heeft altijd een reden. En niks is ooit echt te verklaren. Vooral niet in de liefde.
RalphP (URL) - 31-10-’09 18:15