Verder niemand gezien.
Ik stak een sigaret op en keek om me heen. Ooit was dat één van mijn basiskwaliteiten. De schuld van de iPhone. Ik moet twitteren, ik moet mail checken, ik moet Facebooken, ik moet foto’s maken die eruit zien alsof het 1974 is. Ik moet helemaal niets.
Aan de overkant van de straat liep een meisje op zwarte laarsjes. Er liepen ook andere mensen. Ter hoogte van de tramhalte stopte ze. Uit een gouden doosje - zo’n doosje dat je opa vroeger had – nam ze een sigaret. Ze begon erop te zuigen, met korte trekjes, en na elk trekje liet ze haar arm weer helemaal naar beneden zakken. Sigaret tussen wijs- en middelvinger, vingertoppen tegen handpalm. Na een tijd leunde ze achteruit, tegen een muur en rookte zo verder. Ze keek me aan. Ik keek terug. Nou ja, ik was al aan het kijken. Dus zij keek terug, ik bleef kijken en ondertussen rookten we. Langzaam ging haar arm op en neer. Ze bleef me aankijken. Nu snap ik dat. Maar zoveel mensen in de stad en dan met zijn tweeën naar elkaar kijken; het heeft iets decadents.
Er fietste een man voorbij. Hij zoog aan een rietje – cola, uit een beker. Tenslotte kwam de tram. Verder heb ik niemand gezien.
Kijk, dáárom heb ik spijt dat ik gestopt ben met roken.
Els - 30-03-’10 23:26