Goed geschreven onsamenhangende vage shit.
Daar zaten we, in een museum, te Oss: veertig mensen die niks gaven om Parijs-Roubaix en ik. Op het moment dat Cancellara demarreerde, begon de voordracht.
Paul De Reus, de kunstenaar, was aanwezig. Het was moeilijk te zeggen of hij blij was met de verhalen die Nelleke Zandwijk en ik op basis van zijn tentoonstelling geschreven hadden. Daarvoor zei hij tijdens het tafelgesprek net iets te vaak dat hij het leuk vond. Het uitleggen van wat waarom en hoe was hem overduidelijk een martelgang. Ik begreep hem.
Het verhaal dat ik schreef heet ‘Dolende’. Nieuwsbriefleden krijgen het ooit in de mailbox. Aanvankelijk was ik ontevreden over het verhaal. Onsamenhangende, vage shit. Goed geschreven onsamenhangende vage shit – dat dan weer wel. Maar de deadline naderde dus ik leverde het in. Naast zin voor zelfkritiek draag ik het nakomen van afspraken hoog in het vaandel. Vervolgens bleken een boel mensen, waaronder ook verschillende mensen wier mening ik serieus neem, het een heel goed verhaal te vinden. Hetgeen het uitleggen van wat waarom en hoe er niet makkelijker op maakte. En hetgeen mij aan het denken zet, met het oog op boek 2 waarvan het schrijven op dit moment het best te vergelijken valt met het dronken door een mij onbekend, horizonloos, leeg landschap zwalken: ik heb veel lol maar ik weet nauwelijks waar ik ben, laat staan waar ik naartoe ga.
Aan het eind van het gesprek had Cancellara drie minuten voorsprong en toen moest de uitslag van de verhalenwedstrijd nog volgen. Na het beluisteren van de drie beste inzendingen, vond ik het zo vanzelfsprekend dat Eva Mouton zou winnen dat ik vergat haar te feliciteren.
Daarna kreeg iedereen bloemen.