Niemand is mijn moeder.
Ik had niet gehoord wat het jongetje had gezegd. De vrouw voor mij wel maar die had dan ook een roze joggingpak aan.
‘Je moet aardig zijn tegen je moeder,’ zei ze.
Het jongetje lachte schaapachtig. Zijn moeder, een naar mijn gevoel behoorlijk Nederlandse dame met een naar mijn gevoel behoorlijk islamitische hoofddoek op, gaf hem een liefkozende klap op zijn achterhoofd. De vrouw voor mij, evenwel, ging door.
‘Je moet aardig zijn tegen je moeder, dat is heel belangrijk hoor, dat je aardig bent. Voor je moeder.’
Nu was het de beurt aan de dame met hoofddoek om schaapachtig te lachen.
‘Dat is mijn moeder niet,’ zei het jongetje. ‘Niemand is mijn moeder.’
Mooi.
Rick (E-mail ) (URL) - 15-04-’10 16:09En als je het zo kort houdt, zal ik je stukjes elke dag lezen, moet ook nog werken weet je.