Niet leuk.
Alle fietsrekken voor de Albert Heijn waren vol dus ik moest mijn fiets neerzetten om de hoek, achter de fitness, op de kade tegenover de boot van de zeilschool waar ik ooit drie lessen gevolgd heb – die rekken zijn altijd vrij.
Het waaide en het regende net niet of net wel, dat soort weer.
Ik had het IJ nog niet vaak zo gezien. Woest als een zee, schuimkoppen die tegen de woonboten bij de brug naar KNSM kapot sloegen. Ik zette de fiets vast, liep naar binnen en bestelde sigaretten bij de balie. Het was hetzelfde frêle Surinaamse meisje als altijd. Ze wilde het briefje van vijf euro in ontvangst nemen en de sigaretten geven in één keer, met dezelfde hand, en ik probeerde daar in mee te gaan maar het ging natuurlijk mis, het was allemaal een beetje onhandig, haar slanke gespierde vingers raakten verstrengeld in de mijne, het briefje viel op de balie en voor het eerst in al die tijd dat zij mij sigaretten verkoopt, lachte ze me toe en ik lachte terug en zei dag.
Toen ik buiten kwam regende het, deze keer echt. Ik zag een vrouw die haar fiets van het slot haalde en naast haar stond een jongen van een jaar of vijf, op zijn fiets, te wachten en hij zei: ‘Dit is toch niet leuk? Of wel soms?’