web analytics

Vlak voor ik naar bed ging had ik nog even naar Femke Halsema bij Op1 gekeken en daarna had ik héél eventjes Twitter open geklikt. Kortom, ik kon de slaap niet vatten. Er woelde iets in mij, iets dat het midden hield tussen woede, verdriet en moedeloosheid. Dat heb ik altijd wanneer er iets gebeurt in de publieke arena wat zich heel eenvoudig laat misbruiken door vrijwel iedereen, omdat je bij voorbaat al weet hoe het schijndebat zich zal ontwikkelen en dat wanneer de rook is opgetrokken, er niets veranderd zal zijn – behalve dan dat de loopgraven nog wat dieper uitgegraven zullen zijn.

Wat is dat, iets ‘politiek’ niet kunnen uitleggen?

Waar ik het langst op bleef kauwen waren evenwel niet alle voorspelbare opportunistische reacties van politieke tegenstanders van Femke Halsema en ook niet de emo-uitingen van alle mensen die – na eerder bondscoach-in-bijberoep te zijn geweest, en zich recentelijk te hebben omgeschoold tot amateur-viroloog – nu plots over bovengemiddelde kennis van crowd control bleken te beschikken. Maar wel op een tweet van Bas Heijne die bij een foto van de demonstratie op de Dam schreef: ‘Dit valt politiek niet uit te leggen.’ Ondertussen heeft hij die tweet verwijderd. Heel goed van hem want wat een non-opmerking is dat toch, je leest ‘m vaker. Wat is dat, iets ‘politiek’ niet kunnen uitleggen? Het suggereert dat er een andere manier is waarop het wél uit te leggen valt, alleen politiek niet. Op welke andere manier dan wel? De menselijke manier misschien? De manier die rekening houdt met het feit dat daar duizenden woedende en moe getergde mensen stonden die gebruik maakten van hun grondwettelijk recht en dat dit grondwettelijk recht niet kan worden aangetast door een virus en ook niet door de pijn en de woede van duizenden andere mensen, hoe terecht dié pijn en dié woede óók is. Maar op welke manier is die menselijke benadering dan niet ‘politiek’? Hoe kan een genuanceerde benadering van de werkelijkheid niet politiek zijn? Het is juist wat politiek moét doen: de complexiteit van de werkelijkheid vormgeven in een beleid dat met iedereen rekening houdt. Ik snak naar politiek die de tragedie die de werkelijkheid maar al te vaak is, erkent.

Allemaal jonge mensen met mondkapjes in de open lucht, precies wat Jort graag wilde, behalve dan dat deze mensen niets consumeerden.

En een tragedie is wat er ontstaat wanneer twee of meer zaken die an sich legitiem zijn tegelijkertijd onverzoenbaar met elkaar blijken. Wie in deze kwestie diepgeworteld racisme gaat vergelijken met zij die met gevaar voor eigen leven in de zorg hebben gewerkt de voorbije maanden, of zij die naasten hebben verloren, of zij die hun onderneming moesten sluiten, of zij die hun oma niet mochten bezoeken, slaat de plank volledig mis. Het is niet óf Corona bestrijden óf racisme bestrijden. Beide dienen te gebeuren. Gisteren bleken ze onverzoenbaar met elkaar. Dat maakt beide kwesties niet minder urgent of legitiem. Ze bestaan allebei, je kan tegen slachtoffers van racisme niet zeggen ‘nu even niet’, net zomin als je dat tegen slachtoffers van Corona kan zeggen. Dat is lastig, ingewikkeld, pijnlijk en maakt mensen kwaad. Begrijpelijk. Maar niemand heeft gelijk.

Van ‘gewone mensen’ kan ik nog wel accepteren dat hun reacties emotioneel zijn, dat hun particuliere situatie hen het zicht ontneemt op het totale plaatje. Maar al die schaamteloze oneliners van politici en opiniemakers die nu munt proberen te slaan uit de situatie. Holy shit zeg, wat een armoede, wat een voorspelbaarheid. Daar werd ik dus zo woedend, zo verdrietig en zo moedeloos van dat ik de slaap niet kon vatten, en nog een uurtje of wat lag te luisteren naar de ademhaling van mijn vrouw totdat ik zelf ook enigszins tot rust was gekomen, zij het in de wetenschap dat dit dus nooit meer zal veranderen, dat we nu in een wereld leven waarin iedereen altijd maar gelijk wil hebben, en het liefst op zo simplistisch mogelijke wijze. (Ik ben overigens, wel benieuwd naar de mening van Jort Kelder in deze – u weet wel, de man die vindt dat we uw mollige oma gewoon dood mogen laten gaan ter meerdere eer en glorie van de economie en de hele Corona-crisis bagatelliseerde als een massapsychose. Hij zal wel erg voor deze demonstratie geweest zijn, allemaal jonge mensen met mondkapjes in de open lucht, precies wat Jort graag wilde, behalve dan dat deze mensen niets consumeerden. Dat was jammer, maar dat komt vast nog wel.)

Elke politicus of opiniemaker die deze complexe werkelijkheid miskent is ofwel geniaal ofwel een complete idioot.

Afijn. Dit alles betekent verder natuurlijk niet dat de social media-analisten van de Gemeente Amsterdam niet allemaal op bijscholingscursus moeten; zij waren blijkbaar de enigen die niet door hadden dat er veel mensen naar de Dam zouden trekken. En dit alles betekent verder ook niet dat er gisteren niet mogelijk een superspreader event plaats vond. Maar hoe ontwrichtend Corona ook is, er zullen ook gewoon andere dingen blijven gebeuren, niet iedereen lijkt dat door te hebben, je kan de werkelijkheid niet uit zetten omdat je toevallig even een virus te bestrijden hebt. Er zal racisme zijn, er zal homofobie zijn, er zal een economische crisis zijn, er zal aanhoudende droogte zijn, er zal moord en doodslag zijn, en ook leuke dingen, en er zullen ook nog tal van andere zaken gebeuren die nu niet te voorzien zijn. Allemaal tijdens Corona. Elke politicus of opiniemaker die deze complexe werkelijkheid weet terug te brengen tot een oneliner of een column van 400 woorden is ofwel geniaal ofwel een complete idioot.

Een conclusie die me weinig voldoening gaf, toegegeven, maar die ik wel even op moest schrijven, eerst in gedachten, en toen hier, en die verder gelukkig afwezig bleef in de diepe, droomloze slaap waarin ik uiteindelijk alsnog enige uurtjes mocht vertoeven.

Ik woonde net twee jaar in Amsterdam toen ik op een avond plaats nam op de bank in ons appartement in de Van der Pekstraat in Noord en de vier andere leden van de band een voor een opbelde. Bij elk telefoontje sloeg ik de beleefdheidsformules over en kwam meteen ter zake: ik stopte ermee, per direct. Ik was 33, speelde in bandjes sinds ik vijftien was, het merendeel van de tijd met dezelfde mensen, waaronder mijn broer Stef op gitaar en mijn beste vriend Ief op drums. Hij was de laatste die ik belde die avond. Pas later hoorde ik van zijn vriendin dat hij dacht dat ik hem belde om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Daarom weet ik dat het op 29 september 2004 was dat er een einde kwam aan een periode van bijna twintig jaar waarin ik diverse dappere pogingen ondernam om rockster te worden, pogingen die allemaal op meer of minder verdienstelijke wijze mislukt waren. Een jaar later startte ik dit blog – the rest is history.

Van alle bands waarin ik speelde is Kamino de enige die muziek heeft gemaakt waarnaar ik ook vandaag nog zonder schaamte kan luisteren. Tussen 1999 en 2004 verschenen twee albums en een EP die we opnamen bij bassist Mark thuis, in een aanvankelijk vrij knullige en later behoorlijk professionele home studio, meestal onder het genot van ettelijke goeie flessen wijn en nog betere wiet – want Mark had tevens een kleine edoch fijne wietplantage aangelegd in zijn woonst. Het is volgens drummer Ief daarom dat ik zoveel vergeten ben uit die periode. Deze dagen ga ik door de Kamino-archieven – ik heb alle krantenknipsels, playlists, flyers en foto’s uit die tijd bewaard – en ik val van de ene verbazing in de andere. Speelden wij werkelijk de support tour van de Duitse band Seesaw die in die tijd een hitje had met het nummer Smoke? Ik herinner me geen enkele van die concerten. Stonden wij in 013 in het voorprogramma van Das Pop toen toetsenist Jonas zijn debuut maakte, zoals de concertrecensie in OOR beweert? Geen idee dat wij ooit in Tilburg waren. Heeft onze single I Have Got To Love Me het werkelijk ooit tot TTT-hit geschopt op de laatste pagina van HUMO waarbij de volledige songtekst werd afgedrukt? Compleet vergeten.
Wat ik me wel herinner: de fysieke sensatie die het is om te zingen, om met je lijf iets voort te brengen in het moment en ondertussen aan helemaal niets te denken – een sensatie die schrijven zelden voortbrengt. De kracht van een goed ingespeelde band, hoe het geluid op zo’n podium je optilt wanneer de monitors precies goed staan afgesteld. Doorweekt van het zweet de kleedkamer inlopen en dan het eerste koude biertje. De verveling tussen soundcheck en optreden in, het eindeloze wachten, altijd overal maar wachten, de nachtelijke ritten naar huis, moe en vaak net iets te dronken. De ego-kick wanneer een net afgemixte song loeihard door de studio speakers knalt. Eindeloze met drank en wiet doordrenkte nachten in mijn appartementje op ’t Zuid in Antwerpen, urenlang in mijn eentje gitaar spelen, zingen, liedjes schrijven. De chronische frustratie over gebrek aan airplay, concertdata, roem.

Maar met dat laatste viel het, nu ik die archieven doorzoek, blijkbaar nogal mee: Kamino scoorde dikke radiohits op Radio21 in Wallonië hetgeen uitmondde in een vrij euforisch concert, samen met Tahiti 80, ergens in een kasteel in de Ardennen – na afloop waarvan twee leden van de band nog even de plaatselijke fauna en flora gingen bewonderen in het gezelschap van twee charmante dames uit het publiek. Dat soort dingen herinner ik me toevallig ook nog wel. Ook op Radio 1 werd de band veel gedraaid, onze clips waren te zien op TMF, we traden op in De Laatste Show (de DWDD van de VRT in die jaren) en de pers was steevast lovend: van De Morgen, HUMO, VPRO 3voor12 of OOR tot in de NME en Melody Maker aan toe. In onze beste periode speelden we zo’n vijftig concerten per jaar. Paradiso, Melkweg, Rotown, AB, Nijdrop, Velinx, Vera, Hedon… Diverse radiosessies, een support tour voor Novastar, shows op Dour Festival, EuroSonic, De Nachten, Marktrock Leuven, en een vrij memorabele passage in de legendarische showcase club The Barfly in Camden, London, waar ik aan bijgaande foto’s te zien, helemaal los ging. Misschien mis ik dat het meest: het los gaan. De overmoed en energie die zich meester van mij maakten zodra ik een podium opstapte – het is lastig om die vibe in een voordracht op een literair avondje te leggen.

Er staat nog steeds een gitaar in de woonkamer. Ergens op mijn computer moeten nog tien demo’s terug te vinden zijn van songs die ik schreef voor het derde Kamino-album, dat er nooit kwam. Vorig jaar schreef ik in een kortstondige bevlieging op tien avonden tijd nog tien nieuwe liedjes. De laatste tijd knutsel ik af en toe een beat in elkaar met behulp van muzieksoftware Ableton; misschien dat er ooit nog iets van komt.
Dit alles om u te vertellen dat zestien jaar na de avond waarop ik de band zo tactvol opdoekte, eindelijk alle muziek van Kamino op Spotify (en Apple Music, en Deezer, en Google Play) staat. Onze debuut EP Donut, en de albums Universal Love Music en Men Leave Women Go Crazy. Je kan ze HIER beluisteren. Op de Instagram @kaminotheband post ik elke dag een foto, video of ander archiefstuk met bijbehorend verhaaltje. Mensen die denken dat er nu ook reünie-concerten gaan volgen, hoeven zich niet in het minst zorgen te maken.

Nu duidelijk wordt dat de toestand in de Vlaamse bejaardentehuizen nogal hachelijk is, werd het tijd om te bellen met de grootste bejaardentehuizen-expert die ik ken: mijn oude moedertje. Ook in haar rusthuis zijn mensen met het virus besmet. Daarom moet mijn moeder het merendeel van de tijd in haar kamer blijven, en kan ze niet meer dagelijks aperitieven met haar vriendinnen – een groot gemis voor mijn moeder, en tevens een hard gelag voor producenten van goedkope witte wijn.

Hoe is het, vroeg ik.
Och manneke, zei mijn moeder. Gezéllig dat dat hier is.
Want ja, een virus dat het talent voor sarcasme van mijn moeder kan aantasten, moet nog worden uitgevonden.
Ik mag hier niks niet meer, zei mijn moeder. Ik zeg u, zoeteke: als dat hier nog lang gaat duren, dan zal ’t rap gedaan zijn. Vandaag of morgen hebben ze het zitten.
Wat hebben ze dan zitten, moederke?
Dan ga ik heel stout zijn.
O ja, en wat gaat ge dan doen?
Ontsnappen, zei mijn moeder.
Ontsnappen.
Ja. Ik heb al een pet gekocht.
Een pet. Zodat ze u niet herkennen?
Ja.
En hoe gaat ge dan ontsnappen?
Awel, zei mijn moeder. Ik heb hier dat ding, ge weet wel, dat ding dat op uw bed ligt en waar ge op slaapt.
Uw matras.
Ja, mijn matras, die heb ik dus al van mijn bed gehaald en die heb ik – zo! – door het raam gezwierd.
Oké, moederke. En nu?
Springen he.
We moesten allebei lachen.
Ik zei: moederke, dat is vanwege Corona dat gij niet meer naar buiten moogt.
Ja, zei mijn moeder. Maar ik doe daar niet aan mee.
Hoe bedoelt ge?
Ik doe mijn goesting.
Aha. Dus gij wílt Corona krijgen?
Maar natuurlijk. Mankeert daar misschien iets aan? vroeg mijn moeder.
Aan Corona? Ja moederke, daar wordt ge ziek van.
O, zei mijn moeder. Dat wist ik niet. Maar wacht nu eens efkens jongen, want er wordt hier op de deur geklopt.

Mijn moeder legde de hoorn naast het toestel. Ik kon horen hoe ze de deur opendeed, kort met iemand sprak, en de deur weer sloot. Daarna stommelde ze door haar kamer. Even werd het stil. Toen spoelde ze het toilet door. Daarna: opnieuw gestommel in de kamer. Een raam dat openging. Het zachte ruisen van de lentewind. Moederke, riep ik aan de andere kant van de lijn. Zijt ge daar nog?
Maar ik wist dat ze nu in haar stoel voor het raam zat, en genoot van de bloesems aan de takken van de bomen die zachtjes heen en weer wiegden, de vogels die af en aan vlogen, het gras, de bloemen, de eindeloos uitdijende tijd. Mijn moeder was vergeten dat ze met mij aan het telefoneren was, en dat was misschien verdrietig, maar ik wist dat ze niet alleen mij vergeten was. Nee, ze was de hele wereld vergeten en alles wat daar nu gebeurde was voor haar van geen enkel belang – en voor het eerst in lange tijd ervoer ik dit als een buitengewoon geruststellende gedachte, sterker nog, heel even voelde ik een zweem van jaloezie. Daarna heb ik zo liefdevol als dat kon, de verbinding verbroken.

Lijstjes-tijd komt er weer aan en bijgaand lijstje uit NRC Handelsblad van afgelopen weekend met de tien ‘beste boeken om cadeau te doen’ maakt een goede kans om in mijn lijstje van beste lijstjes van 2019 te belanden. Ondertussen prees filmregisseur Eva Cools (ga haar debuutfilm Cleo kijken!) Alles is OKÉ in Focus Knack, is het uitgebreide radio-interview bij Pompidou op Klara ALHIER te beluisteren en liet de uitgeverij me weten dat inmiddels de derde druk van Alles is OKÉ is opgelegd. Nice. Voor wie hier per ongeluk terecht komt en zich afvraagt waar dit allemaal over gaat: rechtsboven in uw scherm ziet u drie horizontale streepjes – niet iedereen schijnt te weten dat dit het menu is en dat een eenvoudige klik op deze streepjes u toestaat alles over mij en mijn boeken te weten te komen; probeer het eens. Groetjes!

Alles is OKÉ is nu een goed maandje uit en de reacties en recensies blijven binnenkomen, which is fine. Deze week is het boek Boek van de Week in de NCRV-Gids. “Pas nu ze vervaagt, doemt ze op”, schrijft Victoria. Alles wordt verklaarbaar en kan kloppend gemaakt worden. Dat doet hij dan ook. Hij maakt haar leven kloppend. Dat het hele boek doorspekt is met Vlaams maakt het extra fijn om te lezen…’ Aldus Mieke van der Weij, die Alles is OKÉ **** geeft. Nice. Vorige week stond dit interview in Het Parool, dat het had over een ‘liefdevolle roman’ met ‘rake, intieme scènes’. In de Volkskrant had Hugo Blom het over het luisterboek dat ik zelf insprak. In Knack verscheen een ****-recensie van Marnix Verplancke die vindt dat het boek ‘culmineert in een van de meest geladen en knapst opgebouwde scènes die Ivo Victoria ooit heeft geschreven.’ Holadiee. En verder vindt u bij uw favoriete podcastboer twee boekenpodcasts die aandacht besteden aan Alles is OKÉ. In Het Verhaal spreek ik ruim drie kwartier met Monique Huijdink over het boek, en in De Bende van het Boek praat Sara – die het boek las – met haar bendemaatje Trees over haar bevindingen. Gezellig! Voor wie mij een keer in levende lijve over Alles is OKÉ wil horen praten: check de agenda. De komende weken ben ik op Crossing Border in Den Haag, de Boekenbeurs in Antwerpen en bij De Kring in Amsterdam.

 

Vanaf vandaag staat er tweewekelijks op vrijdag een column van mijn hand op de opiniepagina van De Morgen. Enorm veel zin om hiermee aan de slag te gaan in de komende tijd. In de eerste staat al meteen een knoert van een spelfout – daar ga ik superprofessioneel de eindredactie de schuld van geven; het moet natuurlijk Pfeijffer zijn. Groetjes!

Pin It on Pinterest