web analytics

Totale stilstand.

9 nov, 2017

Zoals altijd wanneer ik op donderdag ga hardlopen, kwam ik in het park Het Mannetje tegen, een flinke tachtiger met wandelstok en pet die, wanneer hij mij aan ziet komen lopen, als een wielersupporter aan de rand van het pad gaat staan. Wanneer ik hem dan passeer, steekt hij zijn duim naar me op en knipoogt, waarop ik reageer met een al even vastberaden opgestoken duim en een knipoog, en verder ren. En ja, het is inderdaad zo dat Het Mannetje dit alleen voor mij doet. Mensen die ook gaan hardlopen in het Flevopark en wel eens hetzelfde hebben meegemaakt: u vergist zich.

Welbeschouwd is wandelen niets meer dan de bewegende variant van totale stilstand.

Dit hartverwarmende ritueel staat evenwel in schril contrast met een nieuw fenomeen dat zich bij het hardlopen sinds kort manifesteert en ook vanochtend in het Flevopark weer volop aan de orde was: wandelaars die ostentatief weigeren aan de kant te gaan op een smal paadje ook al zien ze je van verre aankomen. Ik laat mij veel welgevallen in het leven maar gedist worden door wandelaars gaat me te ver. Wandelen, na Formule 1-racen de saaiste activiteit die een menselijk bestaan mogelijk maakt. Wanneer hun moeder aan mijn dochters vraagt of ze mee gaan wandelen, vragen ze: ‘Waarom?’ Dat is de impact die mijn aanwezigheid in ons gezin kan hebben, inderdaad, en telkenmale word ik bij deze vaststelling overvallen door een groots en ongrijpbaar gevoel van trots. Laat ons een kat een kat noemen: welbeschouwd is wandelen niets meer dan de bewegende variant van totale stilstand. So take it easy met die kapsones, wandelaars.

Thuisgekomen nam ik een douche, dronk een halve liter vers geperst sap, wipte op de fiets en alras doorkruiste ik het Vliegenbos, op weg naar kantoor. Het zonlicht viel prinsheerlijk door het bladerdek. Takken kraakten, grind knarste, vogels vlogen op en vanuit de diepere, donkere krochten van het woud, kwam boosaardig hoongelach aanwaaien dat mij verdomd bekend voorkwam en op slag zag ik die verdomde editor-in-chief weer zitten, op die kruk, nu alweer een eeuwigheid geleden en in mijn hoofd weerklonken de woorden die hij triomfantelijk door het restaurant van het Lloyd Hotel had laten galmen: ‘Dit is een boek, dat schrijf jij op vier maanden tijd! Volgend voorjaar hebben wij een bestseller te pakken vriend, let op mijn woorden!’

O wacht nu weet ik weer wanneer die eeuwigheid geleden ook alweer was: dat was precies vier maanden geleden.

1 Reactie

  1. ms

    Ik leerde mijn kinderen dat ze nooit mogen veralgemenen. Dit bedoel ik dus. Luc en ik gaan veel wandelen. Al is wandelen in ons geval een foute uitdrukking. We nemen onze rugzak en gaan stappen, nemen foto’s, filmen, observeren.

    Geloof me, waar mensen bij elkaar komen zie je steeds hetzelfde. Je hebt de hoffelijke variant en de ik-ben-hier-alleen variant.

    Een grotere pest op wandelpaden zijn fietsers en dan bedoel ik niet de man/vrouw met de fiets die even een toertje doet, maar veel van de semi-professionelen die denken dat ze trainen voor de TdF zouden je gewoon omver rijden.

    Ik moet even denken: lopers? Daar hebben we nu nog nooit problemen mee gehad.

    Mijn dochter vond wandelen ook maar stappen om te stappen. Ieder zijn meug.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest