’s Middags had ik twee gemiste oproepen van een nummer dat ik niet kende. Ik keek uit het raam en at een banaan. Er was geen begrafenis vandaag. Gisteren had de fanfare weer gespeeld terwijl de witte kist van de kerk over het plantsoen naar de Nieuwe Ooster werd gerold, maar nu was alles buiten stil, en ik had de hele ochtend in een diepe concentratie gewerkt, iets wat me steeds vaker lukt, tot mijn geluk, misschien dat ik daarom een tikje overmoedig werd en iets deed wat ik anders nooit doe: ik belde terug.

Mensen die vorig jaar nog hun mond vol hadden over een hoognodige ‘cultuuromslag’.

Ik trof een medewerker van debatcentrum De Balie. Ze vertelde over een interviewformat waarbij drie geheime interviewers een prominent figuur ondervroegen. Ik begreep het niet helemaal maar het klonk als een kruising tussen College Tour en The Masked Singer. De volgende gast zou Mai Spijkers zijn.
‘Nee,’ zei ik.
‘Nou,’ zei de medewerker van De Balie beteuterd. ‘Niemand wil. Het schijnt een heel incestueus wereldje te zijn, de uitgeverswereld.’

No shit, Sherlock. Maar ik had in dit stuk al gezegd wat ik te zeggen had, en wie een beetje aandachtig las of leest, ziet dat het stuk op een paar regels na – die eruit werden gepikt door lui die ook een paar clicks wilden – niet eens over Mai Spijkers gaat. Ik wilde uitleggen waarover het dan wel ging, en haar vragen waarom, in godsnaam, een vrijplaats voor het maatschappelijk betrokken debat mee zou gaan in de hedendaagse ophefcultuur middels dit soort interviewformats die op het eerste zicht best geinig lijken maar halverwege mijn eerste zin viel ik stil, staarde naar de bananenschil die op mijn bureau lag, dacht: laat maar. Ik was, kortom, misschien wat kortaf. Daar wil ik me via deze weg graag voor excuseren. De medewerker van de Balie trof me op een slecht moment, hetgeen natuurlijk vreemd was want ik had háár gebeld, en kort voordat ik dat deed was het nog een uitstekend moment geweest. Afijn.

Geeft dit mij energie, of kost het mij energie?

Wel wees ik haar op een aantal mensen die naar mijn mening geschikter waren, mensen die vorig jaar nog hun mond vol hadden over een hoognodige ‘cultuuromslag’ maar ondertussen zomerfeest na boekpresentatie alweer vrolijk bier stonden te drinken op Mai’s kosten. Deze week was er weer zo’n feestje ter ere van een boek dat, overigens, best wel eens uitstekend zou kunnen zijn, en op de foto’s die circuleerden op de roemruchte socials zag ik weer een paar van die kritische geesten de koning van de grachtengordel fêteren alsof er nooit iets gebeurd was. Wat moet hij een lol hebben wanneer hij zich bij zo’n gelegenheid even terugtrekt in een hoek van de ruimte en zijn blik laat gaan over de genodigden, en dat is volkomen terecht, zo terecht zelfs dat ik het hem haast gun, ja, zelfs een bepaalde vorm van sympathie begin te krijgen voor de beste man, want als je me nu zou vragen wat ik het meest veracht, bullebakkengedrag of lafhartig opportunisme, tja, dan zou ik het zo snel nog niet weten – of wel.

Anyhow, de kritische geesten die ik suggereerde, had ze allemaal al benaderd en die wilden ook niet. ‘Het spijt me,’ zei ik. ‘Maar ik heb andere dingen te doen.’ En dat klopt, ik heb tal van andere dingen te doen, en sinds een jaartje of wat staat daarbij één criterium centraal en dat is: geeft dit mij energie, of kost het mij energie? Ik kan je verzekeren, dat is het beste criterium dat ik tot dusver in mijn leven heb gehanteerd bij het maken van keuzes, en ik zeg niet dat ik daardoor nu altijd de slimste keuzes maak, fuck no, maar wel dat ik er een pak vrolijker en, ehm, ja, energieker bij loop dan een paar jaar geleden, bevrijd van een hele hoop dingen, waaronder het verlangen om bij wie of wat dan ook te moeten horen, een verlangen – dat mogen jullie best weten – dat mij lang heeft dwars gezeten maar dat on-ge-lo-fe-lijk veel energie kost, totdat ik mezelf erop betrapte dat ik in vrijwel elk gesprek dat ik voerde vertelde hoe moe ik wel was, hetgeen me doet denken aan die goeie ouwe editor-in-chief, ik mis hem soms, ook dat mogen jullie gerust weten, en hoe vaak heeft hij niet mijn gezeur moeten aanhoren, hoe vaak heb ik niet tegen hem geroepen hoe moe ik wel niet was, en dat was ik ook, en dat kwam allemaal welbeschouwd, in metaforische zin, omdat ik te graag gratis bier bij boekpresentaties dronk.

De grachtengordel, een schitterend kanaal dat ergens bij Bergen aan Zee vertrekt.

Maar deze dagen heb ik andere dingen te doen, ik sta vroeg op, smeer mijn boterhammen, fiets naar kantoor en begin te tikken, tot mijn geluk. Ik lees veel. Staar vaak uit het raam. Eet elke dag rond een uur of drie een banaan, ga vroeg naar bed, en het overgrote merendeel van de tijd besteed ik geen enkele gedachte aan de zogenaamde grachtengordel, die in wezen natuurlijk geen gordel is maar wel een schitterend kanaal, dat ergens bij Bergen aan Zee vertrekt en via Broek in Waterland langs Amsterdam-Noord naar Baarn en Hilversum stroomt om uiteindelijk helemaal in het oosten van het land uit te monden in de voordeur van Özcan Akyol – en dat is, voor alle duidelijkheid, dus helemaal prima wat mij betreft want ik heb andere dingen te doen, ik schrijf, elke dag, en dat maakt me gelukkig, ik lach veel, met name om die bloedmooie slimme dochters van me, ik ben volleybalcoach van een onmogelijk te coachen meidenteam, loop hard, doe aan yoga, denk na over geesten, en ik drink mijn bier nu gewoon met mensen die mij lief zijn, een ander nieuw, goed voornemen waar ik enorm blij mee ben, zeker op dagen als deze, de hemel staalblauw, de zon ongenaakbaar fel, de lucht kakelfris, een van de betere weertjes die er zijn om buiten een biertje te drinken, met een sigaretje erbij, toch één van de grote geneugten van het menselijke bestaan, naast het eten van een deugdelijke banaan, dus als jij iemand bent die me lief is en ik heb je dit jaar nog niet gevraagd om bier met me drinken: geen zorgen, ik kom eraan.