Volkskrant Boeken.

In de weekendbijlage van de Volkskrant, Sir Edmund, ga ik vandaag los op Het leven een gebruiksaanwijzing van Georges Perec, een van mijn all time favourites. Deze week verschijnt eindelijk een Nederlandstalige heruitgave van deze waanzinnige roman, bij de Arbeiderspers. Lees het artikel HIER (betalende link). 

Herinneringen aan een roman.

Die eerste dag voelde het alsof het boek het had uitgemaakt. Ik at en sliep niet en ik had de hele tijd pijn, als een verdriet. Mijn maag en darmen krompen in elkaar, mijn voorarmen en polsen gloeiden onafgebroken alsof ze mij verweten twee jaar lang voor niks te hebben gezwoegd. Het deed me denken aan de dagen en maanden nadat mijn eerste grote liefde het had uitgemaakt – een prachtig mooi meisje, een fijn gelaat dat zinderde van onschuld en goedheid, van wie ik het voorstel om vrienden te blijven enkel accepteerde in de hoop dat het ooit goed zou komen.
Maar aan het eind van de tweede dag had ik de zaken omgekeerd. ’s Ochtends had ik de computer naar Het Mannetje gebracht en die had bedenkelijk gekeken, en naarmate de uren voorbij waren gegleden, voelde ik hoe de pijn mijn lichaam verliet. In gedachten nam ik afscheid van het boek, en niet alleen van het boek maar van alles wat ik in de voorbije tien jaar had geschreven, en alle muziek die ik had geluisterd, en alle foto’s die ik had bewaard en films die ik nog niet gekeken had, facturen, btw-aangiftes, inlogcodes. Ik nam me voor gewoon naar Frankrijk af te reizen, zoals gepland, ter plaatse een nieuwe computer te kopen, maagdelijk leeg, en dat hele boek opnieuw te schrijven, maar dan anders. Ik ging met een biertje en een sigaret op ons balkon staan terwijl in de verte Koningsdag rommelde, en beeldde me grijnzend de opening in, en hoe ik van daaruit naadloos naar de eerste scene van de oorspronkelijke roman kon gaan maar dan niet zoals die was, maar wel als een herinnering aan die scene, ja, het werd geen roman meer, het werden Herinneringen aan een roman, goeie subtitel, en zo zou alles op wonderlijke wijze in elkaar vallen en opgelost raken inclusief een paar uitermate vervelende technische kwesties waar ik me al maanden de tanden op stuk beet. Ik zag de verbijsterde blik van mijn redacteur al voor me, nadat hij alles gelezen zou hebben, de stilte, het juichen, het wild op schouders slaan. Ja, dit zou mooi worden. IK maakte het uit. Ik nam nog een biertje.
Die nacht, rond half 5 ’s ochtends, een tiental uur voordat ik in het woeste Bretagne een aanvang zou gaan maken met dit fenomenale plan, sms’te Het Mannetje. Alles was gered. Alles werkte. Enkele uren later nam ik het vliegtuig. En nu zit ik hier. 

Nooit meer slapen.

Deze week draag ik elke nacht een verhaaltje voor op basis van de actualiteit bij VPRO's Nooit Meer Slapen op NPO Radio 1. Daags nadien publiceert het Lebowski Blog het verhaaltje online. Een mooie gelegenheid om daar eens te gaan kijken, beste lezer, ook andere Lebowski-auteurs publiceren er met regelmaat.

VPRO Nationale Boekenquiz 2016

Gisteravond won ik mijn aflevering van de VPRO Nationale Boekenquiz, met dank aan Henk Van Straten. Hieronder kan u terugkijken op welk een bloedstollende wijze dat gebeurde. Vanavond speel ik de finale aan de zijde van Peter Buwalda tegen Ellen Deckwitz en Jerry Hormone. Spanning! Sensatie! Om 19.55 op NPO2. 

Lebowski Publishers.

De voorbije zestien maanden was ik een BUS (Bewust Uitgeverijloze Schrijver). Het was een heerlijke tijd. Evenwel, aan alle mooie liedjes komt een eind. En dus laat ik mij vandaag uitermate gewillig in de boeien slaan door Lebowski Publishers, bij wie ik vanmiddag een contract teken voor drie boeken. De komende twee tot drie jaar kan u van mij verwachten: een roman, een verhalenbundel en een essaybundel. Wellicht ook in die volgorde. Blij! 
(Er is ook een officieel persbericht voor wie daarvan houdt.)

Juichen.

Vrijdag ging ik naar Tame Impala. In het midden van de zaal ging een mannetje of duizend uit zijn dak, maar de overgrote meerderheid van het publiek stond te ouwehoeren en te zuipen aan de zijkanten. Op de tribunes achterin mensen op stoeltjes, roerloos, alsof ze in de bioscoop zaten en in feite was dat ook zo want de band bleek er slechts te staan als aanleiding voor psychedelische lichtprojecties op het grote scherm, mat en gelaten met een quasi-lollige frontman die niks anders wist uit te brengen dan ‘Are you allright?’ en ‘They told us this is one of the best sounding venues of Europe.’ Het was een van de saaiste concerten die ik ooit zag. Vijf sterren in de Volkskrant. Misschien stond die recensent in het midden van de zaal maar waarschijnlijker is dat hij er na al die jaren ook aan gewend is geraakt: de liefdeloosheid van zo’n betonnen bierbak vol gedouwd met belevingsmarketing en de veel te snel groot geworden bands die er spelen. Gewenning maakt blind.
Dan gisteravond, een volgepakt Paradiso voor Daughter. Naast mij stonden twee klepwijven die bij aanvang van het concert op Albert Cuyp-volume over hun kinderen begonnen. Heel even vreesde ik dat ik opnieuw in zo’n klassiek Hollands bandje-kijken-biertje-erbij-lekker-kletsen-gezellig avondje terecht was gekomen maar na een seconde of dertig vielen ze stil en samen keken we de volgende anderhalf uur met kippenvel op de armen naar een band die met liefde, en spelplezier, en passie, en dankbaarheid onze kelen dichtkneep. Ergens halverwege een song kwam er een break, de band viel stil en Elena Tonra’s stem vulde de zaal, gedragen door de stilte van vijftienhonderd mensen die niet durfden adem te halen en ik zag hoe ze de zaal in keek toen dat gebeurde en ik zag de ogen van iemand die besefte waarom ze daar stond. Tot drie maal toe kreeg de band een open doekje van het publiek, zomaar, tussen twee nummers in. Het was geen applaudisseren, het was juichen. Dat is wat de beste concerten met je doen: ze schenken je het geluk van een zwaarbevochten, maar verdiende overwinning. 
(Na afloop vroeg ik aan Liefje of ik het uit mag maken als Elena Tonra mij wil. Ze zei nee. En we weten allemaal wat het betekent als een vrouw nee zegt.)

De mening (5).

Deze week had ik elke dag een mening in opdracht van dS Avond, de digitale avondeditie van De Standaard. Dit was mijn laatste mening.

Kevin De Bruyne is zwaar geblesseerd en out voor tien weken. Wat een ongelofelijk goed nieuws voor onze Rode Duivels. De Premier League is de zwaarste competitie ter wereld. Als je niet goed oplet en je verovert een sleutelrol binnen je team, zoals onze ijverige Kevin goed bezig was te doen, speel je voor je het weet meer dan 70 wedstrijden en kom je compleet uitgeblust op het Europees kampioenschap aan. Hoe vaak gebeurt het niet dat de uitblinkers op grote tornooien eerder in dat seizoen langere tijd niet speelden?
Arjen Robben, dé grote man bij Oranje tijdens het WK in Brazilië, was in het seizoen 2013-2014 maar liefst 58 dagen geblesseerd en in die periode miste hij 17 wedstrijden voor Bayern München. Lionel Messi: 73 dagen buiten strijd en 12 wedstrijden gemist. Op het WK was hij in vrijwel elke wedstrijd van finalist Argentinië beslissend. Mesut Özil was 32 dagen out met een dijbeenblessure en miste 8 wedstrijden, maar wel op een ideaal moment: van half maart tot half april, een maandje voordat Duitsland aan de WK-voorbereiding begon. Kakelfris dirigeerde hij de Mannschaft naar de wereldtitel.
Onze jongens daarentegen maakten de klassieke beginnersfout: ze blonken maar uit en blonken maar uit, zonder een wedstrijd te missen, tot ze van vermoeidheid niet meer vooruit te branden waren (Eden Hazard) of hun achillespees afscheurden (Christian Benteke). En wie was de sensatie bij onze Duivels? Divock Origi. Had bij Lille driekwart van het seizoen op de bank zitten klaverjassen.
Wij hadden in die tijd nog veel te leren van de grote ploegen. Maar twee jaar later is het duidelijk dat onze jongens nu wél weten hoe het spel op het allerhoogste niveau wordt gespeeld. Vincent Kompany hoef je op dat vlak uiteraard niks meer te leren. Benteke pakte zijn rust in het begin van het seizoen en heeft nu heel slim zijn basisplaats afgestaan. Hazard spreidt zijn blessures meer in de tijd en weet tot op heden uitstekend te voorkomen al te vroeg in vorm te zijn. Marouane Fellaini verzamelt reservekrachten op de bank van Manchester United en als hij dan wel eens op het veld staat, lijkt hij dondersgoed te beseffen dat elke trap te veel ons het EK kan kosten. Jan Vertonghen ligt eruit voor weken, en nu dus Kevin De Bruyne out tot begin april, net op tijd om de Champions League te winnen en daarna goed uitgerust op stage te vertrekken met Wilmots en co.
Nee, alles verloopt volgens plan, geloof mij. De enige die er weer niks van heeft begrepen is Romelu Lukaku, die maar blijft scoren. Het is zeer de vraag of het tussen hem en de Rode Duivels ooit nog goed komt. Gelukkig is Origi er opnieuw klaar voor, netjes geblesseerd, precies op het moment dat hij meer speelminuten kreeg. Zo jong, en al zoveel maturiteit.
Kortom, wij zijn nu al Europees kampioen. Sterker zelfs, zoals een Nederlandse vriend bij het horen van het nieuws over De Bruyne tegen mij zei: het zou me niks verbazen als jullie dit EK al wéreldkampioen worden.

De mening (4).

Deze week heb ik elke dag een mening in opdracht van dS Avond, de digitale avondeditie van De Standaard. Dit was mijn mening gisteravond.

Vandaag gingen twee zelfrijdende auto’s de openbare weg op in het Nederlandse Wageningen. Het was de eerste keer ter wereld dat dit gebeurde. Het zijn spuuglelijke dingen, WEpods genaamd. Ze hebben geen pedalen of stuur en voor de zekerheid zat er iemand in die kon remmen in geval van nood.
De ontwikkeling is onstuitbaar. Ik zal sterven in een wereld waarin alleen nostalgici en complete idioten nog zelf achter het stuur kruipen – áls dat dan nog wettelijk is toegestaan.
Op de universiteit, tijdens de cursus sociologie, leerde ik dat de leefcultuur van de mens niet in staat is de technologische vooruitgang, bewerkstelligd door diezelfde mens, bij te benen. Ik weet niet meer wie voor die theorie verantwoordelijk was, maar het kwam erop neer dat er vele generaties overheen kunnen gaan voordat de mens dat ‘culturele gat’ kan dichten. De auto is een prima voorbeeld: hij bestaat al meer dan 150 jaar, maar nog steeds zijn wij niet in staat ermee te rijden zonder ongelukken te veroorzaken, en ondanks die talloze ongelukken kunnen wij nog altijd zeer slecht snelheid en impact inschatten. Maar wel beter dan 150 jaar geleden.
De zelfrijdende auto is symptomatisch voor een nieuw soort vooruitgang, eentje waaraan wij niet meer hóéven te wennen omdat we die enkel kunnen ondergaan. Wij kunnen alleen nog maar instappen en meerijden.
Ook vandaag in het nieuws: na schaken wint de computer nu ook van de mens in Go, het ingewikkeldste bordspel ter wereld. Soms hoor je nog weleens iemand beweren dat het toch mensen zijn die de computers en robots bouwen en dus onmisbaar zullen blijven tot in de eeuwigheid amen. Maar het wordt steeds duidelijker dat dit een ontstellend naïeve gedachte is: het is ondertussen bewezen dat algoritmes dusdanig complex kunnen worden dat ze zich zelfstandig voort kunnen ontwikkelen zonder dat de mens er vat op heeft.
De vraag waar die mens nog toe dient, wordt stilaan relevant. Vorige week las ik in De Groene Amsterdammer een artikel over robotisering. De quote die me bijbleef was: ‘Uitzoeken wat computers niet kunnen doen is een gevaarlijke manier om te bepalen hoe mensen waardevol kunnen blijven.
’Het verraderlijke aan deze revolutie is dat ze voor de meesten onder ons onzichtbaar blijft. De strijd om onze privacy, bijvoorbeeld, was in feite allang verloren nog voordat er een opiniestuk aan was gewijd. Niet alleen de zelfrijdende wagen, maar ook wijzelf worden in toenemende mate aangestuurd door camera’s en data, omsingeld door digitale wolken, ongrijpbaar in de lucht. We weten het wel, maar we hebben geen idee wat het daadwerkelijk betekent.
Desalniettemin deze belofte: de dag dat ik merk dat mijn persoonlijke luchtruim wordt vervuild door van die lustig rondsnorrende drones die pakketjes en pizza’s leveren, is de dag dat ik een luchtbuks koop.