Mijn leven is mooier dan literatuur.

Ik kan me niet meer precies herinneren wanneer ik Jannah Loontjens voor het eerst ontmoette. Ik weet wel dat ze enorm stond te dansen in een felrode jurk op de boekpresentatie van Gelukkig zijn we machteloos en onze eerste koffieafspraak ontstond uit een gedeelde interesse en liefde voor soft drugs. Kortom.

En aldus doe ik nu volgaarne mee aan een zogenaamde blog tour, deze week, waarbij elke dag een ander blog in de virtuele wereld aandacht besteedt aan Jannah's nieuwe boek, geen roman, maar een non-fictie werk over het schrijverschap: Mijn leven is mooier dan literatuur.

Enige tijd geleden had ik de eer om één van de sprekers te zijn op de Amsterdamse boekpresentatie waarbij ik middels een column reageerde op hoofdstuk vier 'Schrijvers en waarheden' en dan meer bepaald op dat deel van het hoofdstuk dat ingaat op het autobiografische element in romans, en het feit dat of iets wel of niet echt zo gebeurd is, heden ten dage de waarde van de tekst voor de buitenwereld lijkt te beïnvloeden. Nou, daar weet ik wel het één en ander van af, kan ik je vertellen.

En dus lijkt het me toepasselijk om ter meerdere eer en glorie van Mijn leven is mooier dan literatuur, een terecht alom geprezen boek trouwens, waarvan u ook prima kan genieten zonder een schrijver te (willen) zijn, de integrale tekst van de column die ik toen voordroeg hier te publiceren. Eenvoudigweg te downloaden middels een KLIK!

Dansen.

Het stelde natuurlijk niks voor, al was het maar omdat ik in de loop der jaren het vermogen ben verloren om zulke dingen iets te laten betekenen maar ze zei: ‘Kom we gaan dansen.’ En ze liep voor mij de zaal in en stak haar hand naar achteren uit, zonder om te kijken, en ik keek naar die hand, niet goed wetend wat ik ermee moest doen, alsof ik teruggeworpen werd in de tijd. Black lights, bamba, slows en het stille verlangen naar dingen waar ik het fijne niet van wist.
Ze hield halt, keek nu wel om, maakte een hoofdbeweging naar de dansvloer, keek naar haar eigen hand die daar nog steeds hing, en uitnodigend wapperde, en ik stak de mijne uit, liet haar vingers over mijn vingers glijden, of moet ik zeggen: durfde eindelijk. Zo liepen we verder tussen niet eens zó heel drukke drommen mensen door, het was donker, iedereen was een silhouet en het aangename besef overviel mij dat ook wij dat waren, twee silhouetten, hand in hand, en dat niemand ons werkelijk kon zien, een genoegen – dat kan ik je wel vertellen – dat voor een man van mijn leeftijd akelig zeldzaam is geworden bovendien. Verder stelde het niks voor, zoals gezegd, ze wilde dansen en ook ik kreeg er zin in, dansen, zoals de donkere krullen op haar schouders en rug, en het licht dat versprong van gezicht naar gezicht, en de stemmen om ons heen, het klateren van de lach in haar spiegelende ogen, en de gedachten in mijn hoofd, snel en kwiek en zacht, maar ik zweer je: ik volgde slechts en niemand kon ons werkelijk zien, die nacht. 

Nogal wat.

Vroeger, langer geleden, kinders, toen ik nog dacht van enige muzikale relevantie te kunnen zijn, maakte ik wel eens opnames in daartoe bestemde studio’s, samen met mijn toenmalige kompanen. Wat me het meest bij staat van die opnames is dat wij bij het beluisteren van de eindmix, door de grote speakers, knalhard, altijd bijzonder tevreden waren met onszelf en de onomstotelijke vaststelling dat die dikke hit ons niet meer kon ontglippen. Maar zodra een vreemde de ruimte betrad en met ons mee luisterde, had ik onmiddellijk door wat er aan het nummer schortte, wat er te veel was, te weinig, te gezocht, te gewild, plots en onverbiddelijk blootgelegd door de aanwezigheid van iemand die gewoon luisterde en niks zei, iemand naar wie ik niet eens keek, meestal sloot ik de ogen, maar ik voelde hem of haar in de kamer staan en dat was genoeg.
Precies zo werkt het met schrijven, moet ik wederom vaststellen, nu er een ruwe versie van Boek 3 bij de beëdigde meelezers ligt. Ik weet niet wat die mensen ervan vinden, ik zie of spreek ze niet, maar ik weet dat ze lezen en terwijl ik de dagen in lamlendigheid doorbreng, plots dodelijk vermoeid en ziekig, meen ik alles te zien wat ik voorheen niet zag, en alles te weten wat ik al die tijd ontkende. En dat is nogal wat.

Amstel hotel.

De voorlaatste dag op mijn boerderij in Bretagne, realiseerde ik mij dat die avond de Libris Literatuurprijs werd uitgereikt. Ik geloof niet dat ik ooit iets over die avond in 2012 heb geschreven. De dag erna was ik leeg en moe en ik verkeerde in een bui die ik eens in de zoveel tijd heb, het is een complexe bui, met a lotta ins en a lotta outs, in essentie dezelfde bui die ik heb sinds ik gisterochtend een eerste ruwe versie van Boek 3 naar mijn redacteur mailde en ze komt hierop neer: WAAROM, in godsnaam, wil ik dit allemaal. Daarna kwam het er niet meer van.
Verder was het een prachtige avond, ik ben prima in staat mij enige égards te laten welgevallen en daar zijn ze tijdens zo’n uitreiking niet zuinig op, ook als je niet wint. Maar wanneer ik er nu aan terugdenk, dan denk ik in de eerste plaats aan het fietsritje ernaartoe. Het was een mooie dag geweest, en ik fietste in één lange rechte lijn vanaf het Alexanderplein tot aan het Amstel Hotel. Ik had lichtjes wind mee, hoefde de trappers nauwelijks aan te raken, de avondzon viel op mijn gezicht en wanneer het verkeersveiligheidsgewijs maar kon, sloot ik de ogen.
Bij de tramhalte aan het Weesperplein zag ik een ex-collega die ik lang niet meer had gezien en die ik erg graag mag. Ik stopte, en zij liet een tram gaan. En zo, op een meter of honderd van dat Amstel Hotel stonden we een kwartiertje bij te praten, over werk, en kinderen, en nieuwe bandjes en aan het eind van het gesprek vroeg ze waarom ik in pak was. En toen kon ik naar het Amstel wijzen.
Daarna fietste ik het laatste stukje. Bij de entree van het hotel stond een cameraploeg. Ik parkeerde mijn fiets aan de overkant van de straat, zag hoe Miguel Bulnes aan kwam en geïnterviewd werd, keerde mijn gezicht naar de zon en stak een sigaret op.

Docteur Moa.

Ik werd uit mijn schrijfretraite gehaald om met zieke Lou naar de dokter te gaan. Mijn schoonvader reed ons ernaartoe. Het was een zondag en de dokter van dienst woonde in Eliant, het dorp waar ik verbleef in de boerderij waar mijn schoonvader is opgegroeid.
‘Ik ken die dokter niet,’ zei mijn schoonvader toen ik instapte. We reden naar het dorp.
‘Docteur Moa,’ zei mijn schoonvader. ‘Naam zegt me niks. Ik zal even moeten zoeken waar het precies is.’
Zonder problemen vonden we het huis van de dokter. Hij was er nog niet. We wachtten in de auto. Lou viel in slaap.
Na tien minuten arriveerde Docteur Moa. Een lange, magere man van een jaar of zestig.
Mijn schoonvader groette hem en de dokter groette terug en wenkte ons binnen te komen.
‘Ga jij maar,’ zei mijn schoonvader. ‘Ik wacht hier op jullie. Ik ken hem toch niet. Nooit gezien. Ja, één keer misschien. Maar dat is drieëntwintig jaar geleden.’

Waumans & Victoria Extravaganza in de Brakke Grond op 7 juni: het programma!

Waumans & Victoria's Groot Internationaal Literair Variété Spektakel is terug van heel even weg geweest: op 7 juni starten wij een reeks try-outs in theaters en op festivals die, als het even wil meezitten, moeten leiden tot werelddominantie in het theaterseizoen 2014-2015 en dit alles in samenwerking met Literair Productiehuis Wintertuin.

Op 7 juni aanstaande is de eerste try-out in De Brakke Grond te Amsterdam. Zijn aldaar te gast: Saskia De Coster! (Ik lees momenteel haar bejubelde roman Wij en Ik - moet u ook doen.) Joris van Casteren! (Met wederom een fenomenaal non-fictie boek onder de arm.) Andy Fierens! (De beste performer ter wereld, ongeveer.) Alex Boogers in de Kutrecensie! (Rob en ik doen al weken een beginnerscursus gevechtsporttraining.) En de melancholieke muzikale pracht van Spilt Milk! (Check dat album op de VPRO Luisterpaal.)

Kortom. Bestel uw kaartjes nu. Online zijn ze namelijk 2 euro goedkoper dan aan de kassa (8,- ipv 10,-). En u wilt er bij zijn uiteraard.

Next up: Oerol festival op Ter Schelling (maar liefst 4 avonden na elkaar) en M-Idzomer festival in Leuven (2 avonden.) Alle data in de agenda. Of: like onze pagina en stay keihard tuned.

Schuur.

In de andere helft van de boerderij woonde een jong gezin. Af en toe stond ik buiten te roken en dan kwamen zij net aanrijden of ze vertrokken en dan knikten ze, zoals iedereen in Franse dorpen je toeknikt maar ik zag ook hun blikken die ze terluiks de woonkamer inwierpen en ik moest denken aan dat liedje van Tom Waits. What’s he building in there?
Mijn laptop stond op twee telefoonboeken in het midden van een grote tafel waarop een plastic tafelkleed met bloemetjesmotief lag. Wellicht een actie van mijn schoonmoeder die graag het romantische beeld van de zuipende schrijver cultiveert, en aldus ook dat van kleverige kringen in het tafelblad.
Tegenover mij stond een houten kast uit 1874 – het jaartal met goudkleurige spijkers in twee van de vier deuren genageld. Door het raam keek ik uit op een schuur die er ouder uit zag, opgebouwd uit grote ongelijke stenen, wellicht afkomstig uit de oude steengroeve, een kilometer verderop. Er waren honden, koeien, paarden. Het was schitterend weer. Veel zwaluwen. Wanneer ik zat te tikken voelde ik hun schaduwen vinnige cirkels draaien boven het erf en wanneer ik op keek, zag ik ze nog net verdwijnen in de gaten tussen de dakpannen van die oude schuur.

Heb ik weer.

Ik ging op schrijfretraite naar Bretagne met 65.000 woorden en het plan te schrappen en te ordenen. Ik kwam terug met een kleine 80.000 woorden en een structuur die verdacht veel op chaos leek. Zo kan het dus ook.
Ik had zeven dagen en die dagen waren lang en ononderbroken. Wanneer ik niet schreef, keek ik films: Short Cuts, Slaughterhouse 5, Happiness. Zoek zelf het verband.
Na vijf dagen printte ik alles uit en legde het op een stoel.
In de twee dagen erna herlas ik fragmenten van Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec en gaf mezelf toestemming om eender wat te schrijven. Om de paar zinnen Perec stond ik op en begon te tikken en dan ging ik weer zitten en las verder.
Die laatste twee dagen schreef ik nog ruim 5000 woorden bij. Ik heb geen idee waar in Boek 3 deze stukken passen. Straks moet ik nog een heel nieuw boek verzinnen om ze een plek te geven. Heb ik weer.