Ik woonde net twee jaar in Amsterdam toen ik op een avond plaats nam op de bank in ons appartement in de Van der Pekstraat in Noord en de vier andere leden van de band een voor een opbelde. Bij elk telefoontje sloeg ik de beleefdheidsformules over en kwam meteen ter zake: ik stopte ermee, per direct. Ik was 33, speelde in bandjes sinds ik vijftien was, het merendeel van de tijd met dezelfde mensen, waaronder mijn broer Stef op gitaar en mijn beste vriend Ief op drums. Hij was de laatste die ik belde die avond. Pas later hoorde ik van zijn vriendin dat hij dacht dat ik hem belde om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Daarom weet ik dat het op 29 september 2004 was dat er een einde kwam aan een periode van bijna twintig jaar waarin ik diverse dappere pogingen ondernam om rockster te worden, pogingen die allemaal op meer of minder verdienstelijke wijze mislukt waren. Een jaar later startte ik dit blog – the rest is history.

Van alle bands waarin ik speelde is Kamino de enige die muziek heeft gemaakt waarnaar ik ook vandaag nog zonder schaamte kan luisteren. Tussen 1999 en 2004 verschenen twee albums en een EP die we opnamen bij bassist Mark thuis, in een aanvankelijk vrij knullige en later behoorlijk professionele home studio, meestal onder het genot van ettelijke goeie flessen wijn en nog betere wiet – want Mark had tevens een kleine edoch fijne wietplantage aangelegd in zijn woonst. Het is volgens drummer Ief daarom dat ik zoveel vergeten ben uit die periode. Deze dagen ga ik door de Kamino-archieven – ik heb alle krantenknipsels, playlists, flyers en foto’s uit die tijd bewaard – en ik val van de ene verbazing in de andere. Speelden wij werkelijk de support tour van de Duitse band Seesaw die in die tijd een hitje had met het nummer Smoke? Ik herinner me geen enkele van die concerten. Stonden wij in 013 in het voorprogramma van Das Pop toen toetsenist Jonas zijn debuut maakte, zoals de concertrecensie in OOR beweert? Geen idee dat wij ooit in Tilburg waren. Heeft onze single I Have Got To Love Me het werkelijk ooit tot TTT-hit geschopt op de laatste pagina van HUMO waarbij de volledige songtekst werd afgedrukt? Compleet vergeten.
Wat ik me wel herinner: de fysieke sensatie die het is om te zingen, om met je lijf iets voort te brengen in het moment en ondertussen aan helemaal niets te denken – een sensatie die schrijven zelden voortbrengt. De kracht van een goed ingespeelde band, hoe het geluid op zo’n podium je optilt wanneer de monitors precies goed staan afgesteld. Doorweekt van het zweet de kleedkamer inlopen en dan het eerste koude biertje. De verveling tussen soundcheck en optreden in, het eindeloze wachten, altijd overal maar wachten, de nachtelijke ritten naar huis, moe en vaak net iets te dronken. De ego-kick wanneer een net afgemixte song loeihard door de studio speakers knalt. Eindeloze met drank en wiet doordrenkte nachten in mijn appartementje op ’t Zuid in Antwerpen, urenlang in mijn eentje gitaar spelen, zingen, liedjes schrijven. De chronische frustratie over gebrek aan airplay, concertdata, roem.

Maar met dat laatste viel het, nu ik die archieven doorzoek, blijkbaar nogal mee: Kamino scoorde dikke radiohits op Radio21 in Wallonië hetgeen uitmondde in een vrij euforisch concert, samen met Tahiti 80, ergens in een kasteel in de Ardennen – na afloop waarvan twee leden van de band nog even de plaatselijke fauna en flora gingen bewonderen in het gezelschap van twee charmante dames uit het publiek. Dat soort dingen herinner ik me toevallig ook nog wel. Ook op Radio 1 werd de band veel gedraaid, onze clips waren te zien op TMF, we traden op in De Laatste Show (de DWDD van de VRT in die jaren) en de pers was steevast lovend: van De Morgen, HUMO, VPRO 3voor12 of OOR tot in de NME en Melody Maker aan toe. In onze beste periode speelden we zo’n vijftig concerten per jaar. Paradiso, Melkweg, Rotown, AB, Nijdrop, Velinx, Vera, Hedon… Diverse radiosessies, een support tour voor Novastar, shows op Dour Festival, EuroSonic, De Nachten, Marktrock Leuven, en een vrij memorabele passage in de legendarische showcase club The Barfly in Camden, London, waar ik aan bijgaande foto’s te zien, helemaal los ging. Misschien mis ik dat het meest: het los gaan. De overmoed en energie die zich meester van mij maakten zodra ik een podium opstapte – het is lastig om die vibe in een voordracht op een literair avondje te leggen.

Er staat nog steeds een gitaar in de woonkamer. Ergens op mijn computer moeten nog tien demo’s terug te vinden zijn van songs die ik schreef voor het derde Kamino-album, dat er nooit kwam. Vorig jaar schreef ik in een kortstondige bevlieging op tien avonden tijd nog tien nieuwe liedjes. De laatste tijd knutsel ik af en toe een beat in elkaar met behulp van muzieksoftware Ableton; misschien dat er ooit nog iets van komt.
Dit alles om u te vertellen dat zestien jaar na de avond waarop ik de band zo tactvol opdoekte, eindelijk alle muziek van Kamino op Spotify (en Apple Music, en Deezer, en Google Play) staat. Onze debuut EP Donut, en de albums Universal Love Music en Men Leave Women Go Crazy. Je kan ze HIER beluisteren. Op de Instagram @kaminotheband post ik elke dag een foto, video of ander archiefstuk met bijbehorend verhaaltje. Mensen die denken dat er nu ook reünie-concerten gaan volgen, hoeven zich niet in het minst zorgen te maken.