Amstel hotel.
De voorlaatste dag op mijn boerderij in Bretagne, realiseerde ik mij dat die avond de Libris Literatuurprijs werd uitgereikt. Ik geloof niet dat ik ooit iets over die avond in 2012 heb geschreven. De dag erna was ik leeg en moe en ik verkeerde in een bui die ik eens in de zoveel tijd heb, het is een complexe bui, met a lotta ins en a lotta outs, in essentie dezelfde bui die ik heb sinds ik gisterochtend een eerste ruwe versie van Boek 3 naar mijn redacteur mailde en ze komt hierop neer: WAAROM, in godsnaam, wil ik dit allemaal. Daarna kwam het er niet meer van.
Verder was het een prachtige avond, ik ben prima in staat mij enige égards te laten welgevallen en daar zijn ze tijdens zo’n uitreiking niet zuinig op, ook als je niet wint. Maar wanneer ik er nu aan terugdenk, dan denk ik in de eerste plaats aan het fietsritje ernaartoe. Het was een mooie dag geweest, en ik fietste in één lange rechte lijn vanaf het Alexanderplein tot aan het Amstel Hotel. Ik had lichtjes wind mee, hoefde de trappers nauwelijks aan te raken, de avondzon viel op mijn gezicht en wanneer het verkeersveiligheidsgewijs maar kon, sloot ik de ogen.
Bij de tramhalte aan het Weesperplein zag ik een ex-collega die ik lang niet meer had gezien en die ik erg graag mag. Ik stopte, en zij liet een tram gaan. En zo, op een meter of honderd van dat Amstel Hotel stonden we een kwartiertje bij te praten, over werk, en kinderen, en nieuwe bandjes en aan het eind van het gesprek vroeg ze waarom ik in pak was. En toen kon ik naar het Amstel wijzen.
Daarna fietste ik het laatste stukje. Bij de entree van het hotel stond een cameraploeg. Ik parkeerde mijn fiets aan de overkant van de straat, zag hoe Miguel Bulnes aan kwam en geïnterviewd werd, keerde mijn gezicht naar de zon en stak een sigaret op.
Docteur Moa.
Ik werd uit mijn schrijfretraite gehaald om met zieke Lou naar de dokter te gaan. Mijn schoonvader reed ons ernaartoe. Het was een zondag en de dokter van dienst woonde in Eliant, het dorp waar ik verbleef in de boerderij waar mijn schoonvader is opgegroeid.
‘Ik ken die dokter niet,’ zei mijn schoonvader toen ik instapte. We reden naar het dorp.
‘Docteur Moa,’ zei mijn schoonvader. ‘Naam zegt me niks. Ik zal even moeten zoeken waar het precies is.’
Zonder problemen vonden we het huis van de dokter. Hij was er nog niet. We wachtten in de auto. Lou viel in slaap.
Na tien minuten arriveerde Docteur Moa. Een lange, magere man van een jaar of zestig.
Mijn schoonvader groette hem en de dokter groette terug en wenkte ons binnen te komen.
‘Ga jij maar,’ zei mijn schoonvader. ‘Ik wacht hier op jullie. Ik ken hem toch niet. Nooit gezien. Ja, één keer misschien. Maar dat is drieëntwintig jaar geleden.’
Waumans & Victoria Extravaganza in de Brakke Grond op 7 juni: het programma!
Waumans & Victoria's Groot Internationaal Literair Variété Spektakel is terug van heel even weg geweest: op 7 juni starten wij een reeks try-outs in theaters en op festivals die, als het even wil meezitten, moeten leiden tot werelddominantie in het theaterseizoen 2014-2015 en dit alles in samenwerking met Literair Productiehuis Wintertuin.
Op 7 juni aanstaande is de eerste try-out in De Brakke Grond te Amsterdam. Zijn aldaar te gast: Saskia De Coster! (Ik lees momenteel haar bejubelde roman Wij en Ik - moet u ook doen.) Joris van Casteren! (Met wederom een fenomenaal non-fictie boek onder de arm.) Andy Fierens! (De beste performer ter wereld, ongeveer.) Alex Boogers in de Kutrecensie! (Rob en ik doen al weken een beginnerscursus gevechtsporttraining.) En de melancholieke muzikale pracht van Spilt Milk! (Check dat album op de VPRO Luisterpaal.)
Kortom. Bestel uw kaartjes nu. Online zijn ze namelijk 2 euro goedkoper dan aan de kassa (8,- ipv 10,-). En u wilt er bij zijn uiteraard.
Next up: Oerol festival op Ter Schelling (maar liefst 4 avonden na elkaar) en M-Idzomer festival in Leuven (2 avonden.) Alle data in de agenda. Of: like onze pagina en stay keihard tuned.
Schuur.
In de andere helft van de boerderij woonde een jong gezin. Af en toe stond ik buiten te roken en dan kwamen zij net aanrijden of ze vertrokken en dan knikten ze, zoals iedereen in Franse dorpen je toeknikt maar ik zag ook hun blikken die ze terluiks de woonkamer inwierpen en ik moest denken aan dat liedje van Tom Waits. What’s he building in there?
Mijn laptop stond op twee telefoonboeken in het midden van een grote tafel waarop een plastic tafelkleed met bloemetjesmotief lag. Wellicht een actie van mijn schoonmoeder die graag het romantische beeld van de zuipende schrijver cultiveert, en aldus ook dat van kleverige kringen in het tafelblad.
Tegenover mij stond een houten kast uit 1874 – het jaartal met goudkleurige spijkers in twee van de vier deuren genageld. Door het raam keek ik uit op een schuur die er ouder uit zag, opgebouwd uit grote ongelijke stenen, wellicht afkomstig uit de oude steengroeve, een kilometer verderop. Er waren honden, koeien, paarden. Het was schitterend weer. Veel zwaluwen. Wanneer ik zat te tikken voelde ik hun schaduwen vinnige cirkels draaien boven het erf en wanneer ik op keek, zag ik ze nog net verdwijnen in de gaten tussen de dakpannen van die oude schuur.
Heb ik weer.
Ik ging op schrijfretraite naar Bretagne met 65.000 woorden en het plan te schrappen en te ordenen. Ik kwam terug met een kleine 80.000 woorden en een structuur die verdacht veel op chaos leek. Zo kan het dus ook.
Ik had zeven dagen en die dagen waren lang en ononderbroken. Wanneer ik niet schreef, keek ik films: Short Cuts, Slaughterhouse 5, Happiness. Zoek zelf het verband.
Na vijf dagen printte ik alles uit en legde het op een stoel.
In de twee dagen erna herlas ik fragmenten van Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec en gaf mezelf toestemming om eender wat te schrijven. Om de paar zinnen Perec stond ik op en begon te tikken en dan ging ik weer zitten en las verder.
Die laatste twee dagen schreef ik nog ruim 5000 woorden bij. Ik heb geen idee waar in Boek 3 deze stukken passen. Straks moet ik nog een heel nieuw boek verzinnen om ze een plek te geven. Heb ik weer.
Ongelukkig.
Eerder die middag had ik nog tegen het vriendinnetje van Lola gezegd dat als ze die kauwgom zou inslikken, haar maagwanden aan elkaar zouden blijven plakken. Nu aten de papa’s en mama’s steak en pizza en Lola hing op een picknicktafel aan de andere kant van het terras, samen met het vriendinnetje in kwestie. Ze kletsten. Hun kin in de palm van hun rechterhand, de ellenboog rustend op het tafelblad, hun knieën op de zitbank, en hun billen ongedurig wiebelend in de wind. Dit alles kauwgom kauwend. Een naar ik vrees klassiek gevalletje van voorwaartse time slip, een fenomeen waarin ik in het kader van Boek 3 bovenmatig ben geïnteresseerd de laatste tijd.
Aan het eind van de middag speelden Lola en het vriendinnetje weer als kinderen, klimmend op en in een stellage van metalen bakken. Precies op het moment dat wij weer naar huis wilden vertrekken ontstond er paniek. Dat was tevens het moment waarop wij in retrospectieve moesten vaststellen dat mijn eerdere uitspraken aangaande het inslikken van kauwgom nu ‘ietwat ongelukkig’ dreigden uit te pakken.
Dat dus.
Ik had plots het idee dat ik hier iets moest zeggen. Ik bedoel: Waumans en Victoria zijn al lang niet meer de slotact van TiLT en ik leef nog maar dat zou je niet zeggen wanneer je hier komt.
Wat doe ik dan, terwijl ik leef? Hard schrijven. In een bootje varen. Mijn oudste dochter leren wat reggae is. (En goedkeurend knikken wanneer ze enkele minuten later besluit haar speelgoedkonijn Hiphop te noemen.) Alles gaat goed. Aan het eind van de komende week vertrek ik voor tien dagen naar Bretagne alwaar ik in een boerderij, buiten het bereik van welke draadloze communicatie dan ook, zal proberen een soort van eerste, ruwe, onvolledige, slordig geschreven en in niets op Het Visioen lijkende versie van Boek 3 zal trachten te monteren.
En daarna opsturen naar mensen die het gaan lezen en heel pissig worden als ze het niks vinden. Dat dus.
Dolende vertaald en online.
Het korte verhaal Dolende, dat ik in 2010 schreef in opdracht van Literair Productiehuis Wintertuin bij een tentoonstelling van Paul de Reus, werd onlangs naar het Engels vertaald door de Canadees Derek van Dassen. Derek vertaalt al meer dan twintig jaar Nederlandstalige fictie, als hobby, en nu heeft hij ook een blog waar hij al deze vertalngen op post. Hier een link naar Dolende, dat in het Engels Wanderers heet. Dat is mooier dan Dolende, vind ik.