De Mening (5): Wennen.

De video die de vriendin van Philando Castile maakte in de seconden en minuten nadat hij vier keer in de buik was geschoten door een politieman, en naast haar in de auto lag dood te bloeden, is om meerdere redenen een video die ik liever nooit had gezien. 
Om te beginnen omdat dit nooit had mogen gebeuren, uiteraard. Daarover valt elders meer dan genoeg te lezen. Maar ook omdat ik merkte dat ik tegen deze video bestand was. Ik keek hem uit van begin tot eind. Was ik geschokt door wat ik zag? Ja. Echt waar, Ivo Victoria? Mmm, goed dat je even door vraagt. Nee. Wellicht niet. Wat betekent dat eigenlijk, ‘geschokt’ zijn? Ontsteld, onthutst, geschrokken, ontdaan, radeloos, van streek, van slag. Hoezeer is de betekenis van deze woorden in de voorbije jaren niet uitgehold geraakt?
Er zijn mensen die vinden dat video’s en foto’s als deze getoond moeten worden, dat je niet moet vluchten voor de realiteit. Maar ik vlucht niet, ik raak afgestompt. Ik heb altijd geloofd dat mijn verbeeldingskracht sterker was dan de realiteit maar in mijn nieuwe roman is een bijrol voorzien voor de meest gruwelijke aanslag die ik kon bedenken, en die aanslag heb ik drie keer opnieuw moeten verzinnen en schrijven omdat hij werd ingehaald door de werkelijkheid. En nu die roman zo goed als voltooid is, duurt het nog een half jaar voor hij uitkomt en ik hou mijn hart vast voor wat er te gebeuren staat.
Ik herinner me de eerste IS video van de onthoofding van James Foley. Dat is nog geen twee jaar geleden. Toén waren we geschokt. Die video kon ik niet aan. Maar de tweede onthoofding, die van Steven Sotloff, stond al niet meer op de voorpagina van de Volkskrant maar op pagina 3. Ik weet dat nog omdat ik het op die dag in mijn notitieboekje noteerde en erbij zette: ‘Kijk, het begint al een beetje te wennen.’
En dat is in de voorbije twee jaar gebeurd. Gruwelijke video’s zoals die over Philando Castile zijn overal. Soms maken ze nog iets los, zoals nu, omdat er ongewild een nieuw element aan het format wordt toegevoegd, in casu: de ongelofelijke rust in de stem van Castile’s vriendin terwijl ze haar stervende geliefde filmt en haar dochtertje op de achterbank zit te huilen. Maar de video’s van IS genereren nauwelijks nog een fractie van de aandacht die de onthoofding van James Foley trok. Dát is wat mij schokt, en bang maakt. We wennen, en wat voor gruwel wie dan ook maar bedenkt, we zullen er aan blijven wennen, tot we nooit meer onder de indruk zullen zijn van wat dan ook. En gewenning maakt blind. 

Deze week heb ik in opdracht van de digitale avondeditie van De Standaard elke dag een mening.

De Mening (4): Het verschil maken.

De hervorming van de kinderbijslag in België zorgt voor veel discussie. Wie gaat er op achteruit? Hoeveel? Gáát er wel iemand op achteruit? Dat wilde ik even uitpluizen maar ik had het kunnen weten: ook van deze regeling is een onnavolgbaar zootje gemaakt met basis toeslagen, extra toeslagen, hier en daar gekruid met een inkomensgrens of een participatietoeslag – een wát? En dan raar staan kijken als zelfs wetenschappers er niet uit komen. 
Wat ik evenwel meen begrepen te hebben is dit: per kind 160 euro per maand, sowieso. Driehonderdtwintig euro als je twee kinderen hebt. Daarom dit bericht ter troost van wie denkt dat hij erop achteruit zal gaan: wij krijgen voor onze twee dochters in Nederland 437,70 euro. Per kwartáál. 145,9 euro per maand dus. And what’s more: ik hoef ze niet.
Voor alle duidelijkheid: mijn vrouw en ik zijn niet rijk, maar zeker ook niet arm. Onze dochters hoeven niet naakt naar school, krijgen voldoende en gezond te eten, we maken geen dure reizen maar gaan wel twee keer per jaar op vakantie met onze vijftien jaar oude tweedehands wagen, en het klopt dat we minder op restaurant gaan dan we zouden willen – maar we gáán. En vooral: we zijn gelukkig met de manier waarop we ons leven professioneel en privé invulling kunnen geven.
Voor een gezin als het onze zou 145 euro minder per maand geen wezenlijk verschil maken. Iets beter opletten bij het boodschappen doen. Wat minder auto rijden. Misschien een betaalabonnement van de televisie opzeggen. Redden we wel. Ons geluk en onze welvaart zullen er nauwelijks onder lijden. 
Daarentegen zijn er talloze gezinnen voor wie 145 euro het verschil maakt tussen ongezond/weinig eten en een normaal voedingspatroon. Een paar goede schoenen, of een paar crocs als dagelijks schoeisel. De huur kunnen betalen, of niet. Mijn hart breekt als ik een ouder op school hoor verzuchten dat het schoolreisje (25 euro) te duur is. Die zorg ken ik niet, en zou ik ook niet kennen met 145 euro per maand minder. Ik zwaai mijn dochters zorgeloos uit. En ik zie overal om mij heen gezinnen zoals wij.
Herverdeling van welvaart is al langere tijd een bron van discussie. Zelfs als we het erover eens zouden raken, is het nog vaak lastig uit te voeren. Het is makkelijk vloeken op belastingontwijkende multinationals maar zulke partijen aanpakken is een complex en gelaagd spel met vele verschillende belanghebbenden. De kinderbijslag is in principe poepsimpel. Een van de weinige middelen die een overheid tot haar beschikking heeft om een onmiddellijke, grote impact te hebben op het welzijn van haar burgers. Zet er een inkomensgrens op. Eén. Maximaal twee. Halveer het huidige bedrag voor de middenmoot, schaf het af voor wie de bovengrens overschrijdt. De pot die dat oplevert wordt herverdeeld onder de laagste inkomens. Klaar.
Stop met die bijslag als een verworven recht te beschouwen. Gun en geef hem aan wie zonder bijslag niet goed voor zijn kinderen kan zorgen. Hou het in godsnaam voor één keer simpel. Dúrf een verschil te maken. Ik mis dat zo, in de politiek, en in de samenleving.

Deze week heb ik in opdracht van de digitale avondeditie van De Standaard elke dag een mening.

De Mening (3): 29 minuten.

De Volkskrant pakte er groot mee uit op de voorpagina: ‘Hogere snelheid, meer kans op doden.’
Het artikel stelt: ‘De cijfers onderschrijven de theorie dat ongelukken bij een hogere snelheid leiden tot ernstiger lichamelijk letsel.’ De theorie! Het staat er echt. En het wordt gebracht alsof het nieuws is. Mijn mening dienaangaande zouden we kunnen samenvatten in een woord, namelijk: ‘Joh.’ Maar als ik dat doe krijg ik niet betaald. 
In 2012 is in Nederland de maximum snelheid op bepaalde delen van het snelwegennetwerk opgevoerd naar 130 km per uur. Dat gebeurde onder het minderheidskabinet Rutte I dat tussen 2010 en 2012 gedoogsteun kreeg van de PVV. Het was met name de PVV die van die 130 km per uur een principekwestie maakte. Symboolpolitiek, bedoeld om te scoren bij mensen die denken dat zij belemmerd worden in hun persoonlijke bewegingsvrijheid als ze niet maximaal over het linker baanvak mogen scheuren. En dat zijn er nogal wat. Dat komt volgens mij met name omdat het hardnekkige misverstand blijft bestaan dat wanneer je in Nederland of België sneller rijdt, je ook sneller ter bestemming bent. Nu is snelheid een relatief begrip: 1 minuut kan een mensenleven redden. Maar in het merendeel van de gevallen kunnen we het erover eens zijn dat 5 tot 15 minuten geen écht wezenlijke tijdwinst genoemd kan worden. 
Als je Nederland in één ruk over de maximale lengte moet doorkruisen, van Groningen tot Maastricht zeg maar, dan kom je uit op een afstand van 336 kilometer. Laat ons er 350 van maken. Als je over die volle afstand 130 kilometer per uur zou rijden in plaats van 110 dan zou dit een tijdwinst opleveren van 29 minuten. Dat lijkt een wezenlijk verschil, alleen: dat is het niet.
Om te beginnen mag op slechts 60% van de Nederlandse snelwegen 130 worden gereden. Daarnaast zijn er files, wegenwerken, inhaal- en afremmanoeuvres, stops om te tanken, te eten en te plassen, enzovoort enzoverder. Om nog maar te zwijgen van het uitzonderlijke geval waarin iemand van Groningen naar Maastricht moet of wil.
Edoch wat is het resultaat van die bevrijdende nieuwe snelheidslimiet sinds 2012? Relatief meer dodelijke ongelukken en meer lichamelijk letsel op preciés die delen van het snelwegennetwerk waar je nu 130 mag. Joh! De daling van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is landelijk gezien na de invoering gestagneerd en daarna onherroepelijk gestegen. De stijging is toe te wijzen aan ongelukken op preciés… inderdaad: joh! 

Kortom. Niet alleen valt er geen enkele wezenlijke tijdwinst te behalen door hier en daar snel op te trekken naar 130, daarbovenop is het enige wat dit soort populistische maatregelen oplevert: onrust, onduidelijkheid en gebroken mensenlevens. Veel plezier met je geweten voor wie die theoretische 29 minuten nog steeds belangrijk vindt.

Deze week heb ik in opdracht van de digitale avondeditie van De Standaard elke dag een mening.

De Mening (2): Een simpel mailtje.

Ik heb het hele Brexit-gebeuren de voorbije tijd vanop veilige afstand gevolgd. (Dit is een tip. Als je wil weten hoe een onverkwikkelijke situatie gaat aflopen, negeer dan de details – die leiden slechts af.) Het meest verbaasde mij de impulsieve paniekreacties vanuit de EU in de dagen en uren na het referendum. Die mensen zeggen nochtans zelden iets ondoordacht, weet ik uit eigen ervaring.
Ooit was ik projectleider van de EBBA Awards, een initiatief van de Europese Commissie om debuterende popbands te ondersteunen. Met regelmaat trok ik naar de Madoutoren te Brussel in de hoop een logo of persbericht goedgekeurd te krijgen. Meestal zat ik tegenover een drietal ambtenaren. De hoogste ambtenaar was altijd moe en ongeïnteresseerd. De tweede in rang was iemand met ambitie en afgekloven vingernagels. De derde was de oudste en minst belangrijke. Hij domineerde de meeting. Elke inbreng van mijn kant werd met geraffineerde ambtenarentaal in onberispelijk highbrow Engels gecounterd. Een type dat zo uit Yes, Minister kwam gestapt maar dan zonder de lachband. 
Een gesprek over een nieuw logo kon makkelijk anderhalf uur duren. Een uitputtingsslag aan het eind waarvan de minst belangrijke ambtenaar simpelweg het initiële standpunt van de commissie herhaalde, met de toevoeging dat als ik dat logo zonder schriftelijke goedkeuring zou gebruiken, er de vréselijkste dingen konden gebeuren. Daarbij keek hij me aan en streelde zijn pen. Ik heb me vaak afgevraagd hoe deze mensen vergaderden wanneer er mensenlevens op het spel stonden. 
Op een dag belde mijn vriend uit Yes, Minister mij om te vragen of ik deze en gene door hemzelf bedachte argumenten aan hém wilde mailen alsof het mijn eigen argumenten waren zodat hij die email kon gebruiken om een tweede ambtenaar te vinden die zijn beslissing zou goedkeuren en zo op zijn beurt een derde kon vinden die weer terug uit zou komen bij de eerste zodat de cirkel rond was en alle asses in voldoende mate gecovered werden. En dán zou ik mijn logo krijgen. Plots realiseerde ik me dat de ‘vreselijkste dingen’ waarover hij het steeds had, desgevallend niet mij zouden overkomen, maar hém. Kortom, ik mailde: ‘Hoi, de posters met dat nieuwe logo zijn in productie, ik hoor het wel als er nog iets is.’ De rest van het project rende de ambtenaar achter mij aan in plaats van omgekeerd. Heerlijk gevoel. 
Ik raad Europa deze tactiek van harte aan in de afwikkeling van de Brexit – waarvan ik overigens niet geloof dat die werkelijk plaats zal vinden. De eerste vertragende manoeuvres zijn daar, de belangrijkste idioten hebben het podium verlaten. In plaats van de Britten op te jagen, zou Europa de rollen beter omkeren. Een simpel mailtje volstaat: ‘Hoi, we horen het wel als jullie artikel 50 nog willen triggeren, geen haast, wij gaan gewoon door met de meer dringende zaken. Je weet wel, terreur en vluchtelingen en zo. Groetjes!’
Valt niks tegen in te brengen, en je koopt jezelf ruim voldoende tijd om intern alle asses te coveren, als vanouds.

Deze week heb ik in opdracht van de digitale avondeditie van De Standaard elke dag een mening.

De Mening (1): Rouwadvies.

Als Wilmots een paar gram tactisch verstand had gehad en had getraind op stilstaande fases, dán was die Welshe gelijkmaker nooit gevallen. Als Lombaerts was meegenomen als driéëntwintigste man en back-up Kabasele als vierentwintigste, in plaats van omgekeerd, dán was die tweede Welshe goal nooit gevallen. En als die tweede niet gevallen was, hadden we het nooit over die derde hoeven te hebben. En als de bond er in de voorbije jaren geen financiële puinhoop van had gemaakt, dan zouden we nu lachend die 1 miljoen euro op tafel leggen en met zijn allen Wilmots op het vliegtuig naar China zetten. Enzovoort, etcetera.
Stop hiermee. U vertoont het klassieke gedrag van de rouwende na de plotse dood van een geliefde. De krampachtige zoektocht naar een schuldige en het teruggrijpen naar de momenten die beslissend hadden kunnen zijn, zullen niets redden van tussen de genadeloze tanden van de tijd. Vermijd de commentaren, analyses en buitenlandse vrienden tegen wie u hebt lopen brallen dat we Europees Kampioen gingen worden. Ga niet hopen op een nieuwe Messias (en al helemaal niet op Van Gaal – we hebben een topcoach nodig, geen ooit succesvolle clown) die de dode weer tot leven kan wekken. 
Hou het simpel. Voor elk rouwproces geldt: doe eenvoudige dingen en verzorg uzelf. Stofzuig de woonkamer. Ruim de boekenkast op. Neem een lange douche. Speel met de kinderen. Die houten vlonder, die al een paar jaar mos ligt te verzamelen op het balkon: schuur hem met de hand tot het hout weer blank en schoon is. Eenvoudig, dankbaar werk. Kook. Eenvoudige maaltijden met goeie producten. Bak een stevig stuk vlees. Bereid een pittige spaghetti met grote brokken groenten erin. Ga op tijd naar bed. Vermoeidheid is een downer. 
En als dat allemaal niet helpt: ga naar buiten. Zelf ging ik de ochtend na de smadelijke nederlaag een eindje wandelen, langs het Amsterdamse IJ. We moeten hierbij aantekenen dat ik wandelen in principe als de saaiste activiteit beschouw die een menselijk leven mogelijk maakt. Het water kabbelde rustgevend langs de kade, de zon speelde met de lange blonde haren van een meisje op de fiets. Ik ging zitten op een bankje, een koel briesje tikte me op de rug, ik keek op en daar was plotseling een witte vlinder die twee rondjes om me heen fladderde en dan weer verdween, oploste in het eindeloze blauw en ik zweer u: het voelde alsof er diep in mij iets nieuw geboren werd. Groetjes van Ivo Victoria, Wereldkampioen voetballen per 15 juli 2018. 

Deze week heb ik in opdracht van digitale avondeditie van De Standaard elke dag een mening.

Billie & Seb.

In januari verschijnt mijn nieuwe roman: Billie & Seb. Het omslag is alvast af. Nu het boek nog.

Volkskrant Boeken.

In de weekendbijlage van de Volkskrant, Sir Edmund, ga ik vandaag los op Het leven een gebruiksaanwijzing van Georges Perec, een van mijn all time favourites. Deze week verschijnt eindelijk een Nederlandstalige heruitgave van deze waanzinnige roman, bij de Arbeiderspers. Lees het artikel HIER (betalende link). 

Herinneringen aan een roman.

Die eerste dag voelde het alsof het boek het had uitgemaakt. Ik at en sliep niet en ik had de hele tijd pijn, als een verdriet. Mijn maag en darmen krompen in elkaar, mijn voorarmen en polsen gloeiden onafgebroken alsof ze mij verweten twee jaar lang voor niks te hebben gezwoegd. Het deed me denken aan de dagen en maanden nadat mijn eerste grote liefde het had uitgemaakt – een prachtig mooi meisje, een fijn gelaat dat zinderde van onschuld en goedheid, van wie ik het voorstel om vrienden te blijven enkel accepteerde in de hoop dat het ooit goed zou komen.
Maar aan het eind van de tweede dag had ik de zaken omgekeerd. ’s Ochtends had ik de computer naar Het Mannetje gebracht en die had bedenkelijk gekeken, en naarmate de uren voorbij waren gegleden, voelde ik hoe de pijn mijn lichaam verliet. In gedachten nam ik afscheid van het boek, en niet alleen van het boek maar van alles wat ik in de voorbije tien jaar had geschreven, en alle muziek die ik had geluisterd, en alle foto’s die ik had bewaard en films die ik nog niet gekeken had, facturen, btw-aangiftes, inlogcodes. Ik nam me voor gewoon naar Frankrijk af te reizen, zoals gepland, ter plaatse een nieuwe computer te kopen, maagdelijk leeg, en dat hele boek opnieuw te schrijven, maar dan anders. Ik ging met een biertje en een sigaret op ons balkon staan terwijl in de verte Koningsdag rommelde, en beeldde me grijnzend de opening in, en hoe ik van daaruit naadloos naar de eerste scene van de oorspronkelijke roman kon gaan maar dan niet zoals die was, maar wel als een herinnering aan die scene, ja, het werd geen roman meer, het werden Herinneringen aan een roman, goeie subtitel, en zo zou alles op wonderlijke wijze in elkaar vallen en opgelost raken inclusief een paar uitermate vervelende technische kwesties waar ik me al maanden de tanden op stuk beet. Ik zag de verbijsterde blik van mijn redacteur al voor me, nadat hij alles gelezen zou hebben, de stilte, het juichen, het wild op schouders slaan. Ja, dit zou mooi worden. IK maakte het uit. Ik nam nog een biertje.
Die nacht, rond half 5 ’s ochtends, een tiental uur voordat ik in het woeste Bretagne een aanvang zou gaan maken met dit fenomenale plan, sms’te Het Mannetje. Alles was gered. Alles werkte. Enkele uren later nam ik het vliegtuig. En nu zit ik hier.