Huisman.

's Ochtends zet ik koffie en ik haal de croissants uit de oven. Ik breng mijn dochter naar de kinderopvang en op de terugweg doe ik boodschappen. Ik laad de afwasmachine uit, ik vergeet niet om de was op te hangen. Daarna ga ik enkele uren voor de computer zitten.

Ik heb er lang en hard voor gewerkt en nu heb ik het eindelijk voor mekaar. Ik ben zo onbelangrijk dat alleen vrienden me nog bellen. Ik ben zo gelukkig dat ik geen emails meer hoef te lezen. Ik kijk naar de ordners die in de kast van mijn kantoor staan. Souvenirs.

's Avonds komt mijn vrouw thuis, schopt haar schoenen uit, zakt zuchtend weg in een fauteuil. Ik zet de borden op tafel en vraag hoe haar dag is geweest.

Doe de midprice (of win 'm).

Dat het hier zo rustig is, heeft niks met vakantie te maken maar met hard werken aan een tweede roman. Jaha. Maar omdat andere mensen misschien wél vakantie hebben, of dat op korte termijn gaan nemen, heeft mijn lieve uitgever dikke stapels van mijn eerste boek in de betere boekhandel gezwierd tegen de formidabele prijs van 10 euro. Tien euro! Sommige mensen zijn goed én gek. Een midprice editie noemen ze dat dan.

En die editie mag ik ook nog eens 5 keer weggeven. Hoe ga ik dat doen? Welnu. Volg mij, of blijf mij volgen op Twitter.

Ik heb 4 ritten geselecteerd uit de Ronde van Frankrijk van dit jaar. Vier zware bergetappes. Ritten, kortom, die de laatste Belgische tourwinnaar Lucien van Impe (tevens de held van het hoofdpersonage uit Hoe ik nimmer...) in zijn tijd met de vingers in de neus had gewonnen. Via twitter zal ik op die vier dagen oftewel een pronostiekje houden, oftewel een aartsmoeilijke quizzvraag stellen of waar ik die dag ook zin in heb en vervolgens zal ik uit alle reacties volstrekt willekeurig een winnaar kiezen. Zeg zelf. Het gaat om de achtste, veertiende, vijftiende en zeventiende etappe.

En dat vijfde exemplaar, Victoria? Dat vijfde exemplaar geef ik weg aan mijn 1000ste follower op Twitter, tesamen met een bak Jupiler. Ik heb op dit moment 913 followers. Snel unfollowen en weer followen wanneer de teller op 999 staat, zal door de jury worden bestraft met diskwalificatie voor alle te winnen exemplaren. Nah.

Nog een keer knallen.

Vanavond doe ik in Den Bosch mijn laatste literaire optreden van een lange en fijne reeks die in september vorig jaar begon, alvorens een zomerstop in acht te nemen waarbij ik vermoed dat ook de frequentie van blogjes en tweets enigszins zal afnemen.

Gisteren nog had ik een interview met Menno voor about(:)blank via Skype en plots betrapte ik mezelf erop dat ik spontaanweg aan een haast emotionele lofzang begon over social media en alle fijne dingen ze mij gebracht hebben sinds ik vijf jaar geleden met bloggen begon. Maar het is waar. Dat ik nu alweer een hele week elke ochtend met frisse moed voor de computer mag gaan zitten om te schrijven en dat ik dat de komende maanden zo dagelijks mag blijven doen, is eigenlijk te danken aan dit blog en alles wat eruit voortvloeide, en dus ook dankzij u. Merci.

Ga ik nu even duizend woorden tikken, voorleesfragmenten kiezen, bolletjestrui inpakken, gitaar in de koffer gooien, en dan richting Den Bosch om nog één keer te knallen, op alle vlakken. Lees: ik heb hotel genomen.

De Europacupoverwinning-modus.

'Pa-paaaaa, ik heb pí-pí gé-dáán!!!'

Vooralsnog sluipt er weinig routine in de sanitaire vaardigheden van Lola Victoria. Ieder plasje is een Europacupoverwinning en Liefje en ik doen niets, maar dan ook helemaal niets, om deze vreugdevolle sensatie te relativeren.

Trots stond Lola op toen ze mij zag.
‘Ik heb pipi gedaan.' Ze zei het nu stilletjes, maar niet minder opgetogen.

We keken samen in de pot om de geproduceerde waar met de nodige oeh's en ah's te becommentariëren zoals dat gebruikelijk is ten huize Victoria. De ene keer is het heel veel, de andere keer een beetje weinig en ook de kleur wil nog wel eens verschillen - nee, daar zijn Lola Victoria en ik voorlopig nog niet mee klaar.

‘Je hebt helemaal niet pipi gedaan,' zei ik.
‘Nee,' zei Lola.
Liefje kwam erbij staan.
‘Kijk ‘ns, mama, wat Lola heeft gedaan.'
‘O,' zei mama.
‘Ja,' zei Lola. Teleurgesteld.
‘Dus wat heeft Lola nu verdiend?'
'Ja,' zei Lola. Dat zegt ze altijd wanneer ze iets niet begrijpt. Ze keek ons aan en legde haar gezicht in een plooi waarmee ze zo dadelijk alle kanten op zou kunnen.
‘Een ka-doooooootje!' riepen Liefje en ik, gezwind overschakelend naar Europacupoverwinning-modus.
‘Jaaaa!' riep Lola opgelucht. Kadootjes, die heeft ze over het algemeen wel verdiend.

The eyes of fear want you to put bigger locks on your door.

Vanochtend ontving ik een brief van Welman Facility Management, een bedrijf gehuisvest op enkele straten afstand van waar wij wonen.

De eerste zin: ‘Geachte bewoner, er wordt de laatste tijd steeds meer ingebroken in het havengebied.'

Daar had ik nog niks van gemerkt. Maar ik verkoop dan ook geen anti-inbraakstippen of draaiknopsluitingen. Bill Hicks zei: ‘The eyes of fear want you to put bigger locks on your door.'  Maar ik betwijfel of Frank Welman daar zijn inspiratie vandaan haalde.
Ik vond het niet heel netjes van Frank om zijn draaiknoppen te promoten met angst. Maar het is natuurlijk vooral overbodig. Angst vindt zijn eigen weg wel. Angst is een zucht die geluidloos door huizen en straten zwerft, gezichten streelt, handen bestuurt, stemmen doet trillen. Zij drijft op de klanken die onze oorschelpen vangen, op de lucht die we uitademen, de kamer in. Ze kruipt in de voorwerpen die ons omringen. Ik vraag mij altijd af: wie ziet die voorwerpen wanneer wij er niet zijn?

Liefje daarentegen zei: ‘Ik vraag me af of dit soort brieven een hogere conversie realiseren.' Liefje is voor niks of niemand bang, behalve dan voor conversieprognoses die niet mathematisch te onderbouwen zijn.

Het lachje.

Naarmate de verkiezingscampagne in Nederland vordert, vallen twee zaken mij steeds meer op.

Geert Wilders wordt alsmaar sympathieker. Wordt nu niet boos, maar let u goed op. Bij elke verschijning op televisie zit hij relaxed achteruit, beantwoordt rustig en zonder aarzeling alle vragen en iedere keer wanneer hij zegt dat de PVV de beste partij van Nederland is, barst de studio in lachen uit - inclusief de presentatoren - en geeft hem een open doekje.
‘Dat is een ironisch open doekje,' zal u zeggen. Maar televisie draait enkel om beeld, niet om geluid. Een tijdje geleden was Wilders nog de nieuwe Hitler, remember?

Marc Rutte wordt steeds arroganter. Dat komt door dat lachje. Alle VVD-ers hebben het nu, ook die blonde dame gisteren bij DWDD. Het lachje van de zegezekere. Het lachje zegt: ik weet al wat u gaat vragen en ik heb een geweldig antwoord klaar. Het lachje zegt: u denkt dat u mij met deze stelling in moeilijkheden brengt maar let op hoe ik dit dadelijk met groots gemak ga pareren. Het lachje zegt: u probeert mij tot samenwerking te verleiden omdat u weet dat ik de winnaar ben. Het lachje zegt: ik zou u nu volledig kunnen afmaken maar ik ben in een goede bui. Het lachje zegt: ik hoef helemaal niet op deze vraag te antwoorden, leuk geprobeerd, maar ik ben de winnaar, ik bepaal, ik leid de dans en de rest hobbelt achter ons aan. Als ik Halsema of Cohen was, ik zou proberen om de VVD zo vaak mogelijk dat lachje te ontlokken.

Vanochtend begon ik te schrijven.

Vanochtend begon ik te schrijven en toen ik enkele uren later de aan mezelf beloofde 1000 woorden had getikt, at ik een boterham en ik las een paar bladzijden in Grijze Zielen van Philip Claudel. Daar was ik gisteravond in begonnen. Veertig bladzijden lang had ik mij zitten ergeren omdat Claudel voortdurend beschrijft hoe mensen zich voelen in plaats van de lezer toe te staan die emotie voor zichzelf op te roepen aan de hand van wat er gebeurt. Aan zijn verkoopcijfers te zien zijn er heel veel mensen die daarvan houden - en daar is niks mis mee - maar ik niet.

Nu, na 1000 woorden die al dan niet ooit in boek 2 zullen opduiken, vond ik die paar bladzijden die ik las behoorlijk goed. Dat irriteerde mij.

De voorbije tijd heb ik veel gelezen. De laatste vier boeken die ik las vond ik alle vier geweldig: De Metsiers (Claus), Pan (Knut Hamsun), Nooit meer slapen (W.F. Hermans) en Kaas (van Elsschot uiteraard, ik had het als scholier gelezen, toen vond ik er niks aan en ik begrijp nu perfect waarom en ook waarom ik het nu meesterlijk vind).

Voor ik aan Hoe ik nimmer... begon had ik jaren niet gelezen. Niet dat ik daar trots op ben. Het is slechts een feit. Sommigen zeggen dat het een voordeel was. Wat alleszins klopt is dat ik door veel (goeie) boeken te lezen nu beter denk te weten hoe ik wil schrijven terwijl tegelijkertijd de praktische uitvoering mij moeilijker toeschijnt. Ook dat was vorige keer precies omgekeerd. Zo blijft het nog wel een tijdje boeiend, zou je denken.

Opwinding.

‘Je windt je veel vaker op dan vroeger,' zei Liefje. Daar moest ik even over nadenken.

In de afgelopen maand heb ik me twee keer opgewonden. Eén keer omdat een werver van VSO Nederland mij met leugens (‘De hele straat heeft besloten samen deze actie te steunen. U weet van niets? Oh, wat gek!') tot een donatie probeerde te verleiden. Eén keer omdat het amateurisme van de Belgische overheid mij verhindert op 13 juni te kunnen stemmen.

Dus ja. Dat was twee keer meer dan gewoonlijk. Is het omdat ik plots geëngageerd in het leven sta? Of omdat het kan? Sinds Twitter, Facebook en blogs is een mening hebben en jezelf opwinden erg makkelijk geworden, voor iedereen. Vroeger gebeurde er iets, als het je interesseerde vormde je er een mening over, die mening werd soms een overtuiging en als de overtuiging sterk genoeg was, ging je middelen zoeken om haar te uiten. Vandaag heb je middelen in overvloed, de hele tijd. Dus je gaat al gauw op zoek naar een mening om te kunnen communiceren. De cyclus heeft zich omgekeerd.

Ja, dat moest het zijn. Het was een teken des tijds. Het lag niet aan mij. Ik was slechts een mens.

Aan de andere kant van de kamer stond Lola bij het bed van haar poppen. Ze wond zich op, priemde met haar vinger in hun richting en zei op een toon die mij bekend voorkwam: ‘En nu wil ik niks meer horen!'

Verslagen zakte ik weg in mijn zelfbeeld.