De man voor me moest 11,20 euro betalen. Na vijf pogingen had hij zijn pinpas op de juiste wijze door de lezer gehaald. Toen tikte hij de verkeerde pincode in. De kassajuffrouw keek hem strak aan terwijl ze zijn beoogde aankopen aan de kant schoof.
Het is een van de vele tragedies van onze moderne tijd: je bent niemand, tenzij je de juiste pincode bezit. De man overwoog geen tweede of derde poging. Hij stopte de bankpas in de zak van zijn lange regenjas, schudde het hoofd en vertrok.
Ik was aan de beurt. De kassajuffrouw glimlachte. Een fris geschoren blanke man van halverwege de dertig – het kon niet anders of daar stond een werkende pinpas voor haar.
“Vijftig euro dertig” zei de kassajuffrouw.
Mijn pinpas deed het.
“Wilt u de bon?”
Ik wilde de bon. Op slag werd ze overmoedig.
“Hebt u een Rocks' spaarkaart?”
Ik bedankte vriendelijk.
“Geen interesse?”
Ik zei: “Het spijt me. Er zijn te veel spaarkaarten op deze wereld.”
Daarop barstte de kassajuffrouw uit in een helse bulderlach. Dat was een goeie, dat was eentje die je niet vaak hoorde en al helemaal niet van iemand wiens pinpas het deed. En het was nog niet eens negen uur in de ochtend, wie wist wat voor sensationeels deze dag nog voor haar in petto had.
Ik stapte in de auto en reed weg. In het midden van het kruispunt stond de man zonder pincode op een berm. Hij sloeg geen acht op de wachtende auto’s die hem omsingelden. Hij keek omhoog, zoekend. Zijn voorhoofd blonk in de ochtendzon. Toen de auto’s groen licht kregen, stak hij over. Hij bleef omhoog kijken.
Afgelopen weekend werd het gezin Victoria uitgebreid met deze kanjer.
Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we hem hebben uitgekozen omdat hij zo goed bij onze houten vloer past. Maar daar staat dan weer tegenover dat we hem liefdevol Lucien gedoopt hebben - en wie wil er nu niet met zo'n naam door het leven? Nu ja. U en ik, zonder twijfel, maar in kattenland ben je dan echt de shit en de shizzle, neem dat maar gewoon van mij aan.
Solo Loe: ‘Hallo?’
Ivo Victoria: ‘Jongen. Loe. Vriend van me.’
Solo Loe: ‘Hey fokker. Hey lul. Hey loser van het zeventiende knoopsgat.’
Ivo Victoria: ‘Ehm. Loe. Jongen. Vriend van me. Is er wat aan de hand?’
Solo Loe: ‘Er is opzeker wat aan de hand. Jij zit lekker bijdehand de interessanteling uit te hangen op internet. Een beetje rondbazuinen dat jij voorspeld had dat Michael Jackson in 2009 zou sterven terwijl je donders goed weet dat ik jou getipt heb. IK wist het. IK heb het jou gezegd. En nu ga jij &*^%*&^(**). Lul.’
Ivo Victoria: ‘Ehm. Loe. Toegegeven. Ik heb die credit gepakt. Bite me. Dus. Staat onze vriendschap nu onder druk?’
Solo Loe: ‘Opzeker.’
Ivo Victoria: ‘Maar Loe, wat is nou eigenlijk het probleem. Ben je niet blij? Jij haat Michael Jackson toch? En nu is hij dood. Is dat niet het belangrijkste?’
Solo Loe: ‘Nou, nou, haten.’
Ivo Victoria: 'Nou, nou, Loe. Ik meen mij te herinneren dat jij er nogal op stond om bij de dood van Marcel Marceau het ware ontstaan van de moonwalk correct te duiden.’
Solo Loe: ‘Omdat Jackson die hele moonwalk van Marcel Marceau gepikt heeft! De vuile ex-neger!’
Ivo Victoria: ‘Juist. En is het niet zo dat jij, in tegenstelling tot wat ik – om jou te pleasen – in dat weblogstukje beweerde, heel wat kansen op seksueel geslachtsverkeer hebt verknald? Omdat je, in plaats van je te beperken tot je geilheidopwekkende moonwalk, liever het doelwit van die avond verveelde met een lezing over de ware uitvinder van deze belangwekkende dansmove?’
Solo Loe: ‘Die domme wijven dachten allemaal dat die ^%$#$%&*^ bleekscheet het zelf bedacht had! Maar het was Marcel! God hebbe zijn ziel. Marcel! Marceau! Marcel! Marceau! Awoert Michael Jackson! Awoert! Mensen onderschatten het cultuur-historisch belang van de moonwalk op breed-maatschappelijk vlak om nog te zwijgen van haar invloed op de sociale verhoudingen...’
Ivo Victoria: ‘Ja, ja. Ok. Solo Loe. Mag ik...’
Solo Loe: ‘Michael Jackson moet dood. DOOD!’
Ivo Victoria: ‘Loe. Hij is al dood. Maar ehm, mag ik een vraag stellen?’
Solo Loe: ‘Grmbl.’
Ivo Victoria: ‘Waar was jij op de avond van 25 juni, zo pakweg tussen 20h en 24h ’s avonds?’
Solo Loe: ‘Klik.’
Wij staan hier. Met onze handen in onze zakken. Wij hangen op dit plein en we veinzen desinteressse. Omdat dat staat. Omdat dat ons staat.
We slenteren een eindje, we gaan zitten op een bank. Ginds speelt onze toekomst en wij zijn bang. Maar dat kunnen wij nu niet zeggen, dat is ons gedeeld geheim; het houdt ons samen, als verdroogde lijm.
Hier staan we. We knikken elkaar toe. Is het bemoedigend of solidair, is het bluf of is het flair – niemand die het weet en wij al helemaal niet. Wij wilden hier niet staan, wij zijn hier gebracht door dat wat gisteren de toekomst was.
We dragen zonnebrillen. We kijken elkaar aan. Ginds gilt de toekomst – er zit zand in haar oren en ze wil een bjenaan.
Ik zweer u: met wat harde returns op de juiste plaatsen had dit een gedicht kunnen zijn. Dus dat was op het nippertje.
Ik heb een nieuw fragment uit het boek on line gezet en wel hierrrrrrr.
Ja, lekker stoer doen over je boek maar ondertussen gemakshalve vergeten dat je nog never nooit iets gepubliceerd hebt in een literair medium dat er toe doet - zo ken ik mij maar al te goed.
En zo kwam het dat ik een tijdje geleden Bert Wagendorp mailde, gedreven door die dekselse overmoed die mij past als een tweede huid, en hem op subtiele wijze liet verstaan dat hij niet om Ivo Victoria heen kon bij het samenstellen van het jubileumnummer van De Muur, het literaire wielertijdschrift onder leiding van Bert zelf, Mart Smeets en Peter Ouwerkerk. Ja, inderdaad, wie denk ik eigenlijk dat ik ben?
Maar goed, het siert Bert dat hij erin trapte en vanaf dit weekend ligt hij in al zijn glorie te pronken in de betere boekhandel: het 25ste nummer van De Muur.
Ik schreef een non-fictie verhaal over mijn jeugdheld Lucien Van Impe en hoe ik als twaalfjarige wielergek moest meemaken hoe Van Impe op onverklaarbare wijze de Ronde van Frankrijk van 1983 niet won.
He mama, kijk: ik sta op de cover bij het rijtje Beroemde Schrijvers. Trots!
In het Normandische vakwerk huis dat momenteel de eer en het genoegen heeft The Sore Bottom Boys te huisvesten werken onze helden met een akelige combinatie van wilskracht en talent aan hun nieuwe album: een Neil Young-tribute dat zij zullen voorstellen in het voorprogramma van het aankomende concert van Crosby, Stills & Nash. Het is hard labeur tot in de vroege uurtjes maar de motor der Sore Bottom Boys draait op brandstof van de hoogste kwaliteit.
‘Ecoutez, mes amis. Ce sont hier wel Champions League-toeters die ik tourner, hè’ herinnert Solo Loe zijn makkers aan zowel het vreugdevolle als het evidente.
Tevreden lurkend voeren de Boys gesprekken van zulk een duizelingwekkend niveau dat het maar goed is dat ze geen hoogtevrees hebben. Daarbij worden maatschappelijke kwesties niet geschuwd.
‘Neem nu zo’n Berlusconi. Het is overduidelijk dat die gast de boel belazert en op kosten van de belastingbetaler in het rond neukt en feest met een stel lekkere wijven met giga tieten dat het een lieve lust is en hij komt er nog mee weg ook,’ fulmineert Ivo Victoria.
‘Niet te doen,’ valt Polka hem bij.
‘Onvoorstelbaar,’ zucht Solo Loe. ‘Wat doen wij in godsnaam verkeerd? Maareh, Ivo, wil je mij een plezier doen?’
‘Zeker, vriend. Zegt u maar.’
‘Ik hanteer heden ten dage liever de termen ‘liefde bedrijven’ en ‘mooie vrouwen’ in plaats van neu... nou ja, die vieze woordjes die jij net gebruikte. Enneh kunnen we het over borsten hebben in plaats van tieten? Nou ja. Eigenlijk heb ik het liever helemaal niet over de uiterlijke kenmerken van dames; uiteindelijk gaat het toch om het innerlijke.’
Als versteend blijven de wenkbrauwen van Ivo Victoria en Polka Paultje minutenlang tegen hun haargrens aan staan.
Het lijkt een minuscuul incident in een verder kwintessentieel gesprek over de basiswaarden van het leven: muziek en drugs. Namen worden genoemd, besproken, gekeurd, gewikt, gewogen, gerold, gerookt, vergeten. Het gebeurt allemaal met de souplesse van een panter. Zachtjes knispert het houtvuur van contentement.
‘Mannen, zomaar een vraag: wat vinden jullie van The Smiths?’ vraag Ivo Victoria inderdaad zomaar iets.
‘Homo’s.’ zegt Solo Loe zonder ook maar 1 keer met zijn ogen te knipperen. ‘Ehm, ik bedoel: mannen die de herenliefde bedrijven.’
‘En jij, Polka?’
Bedachtzaam strijkt Polka Paultje met zijn hand langs zijn zorgvuldig gecultiveerde 5 o’ clock shadow.
‘Tja, ik weet het nooit zo goed. Dan zit ik op de trein en dan zie ik hem liggen en ja, dan ben ik toch geneigd om die andere, hoe heet-ie ook alweer, te nemen. Mmm. Het is een moeilijke keuze.’
Nu zijn het Solo Loe en Ivo Victoria die eensgezind de wenkbrauwen in stelling brengen.
‘The Smiths, Polka. Niet De Spits. The Smiths.’
‘Oh, nou, die vind ik goed.’
‘Ok dan.’
‘Mannen!’ hijgt Solo Loe. ‘Ik ben een toptalent!’
Met veel gevoel voor drama slingert Loe de bal boven zich uit en mept hem keihard naar de overkant. Met een droge klap stort een patrijs neer op de baseline. Solo Loe pakt zijn telefoon en begint te tikken.
‘Out’ constateert Polka Paultje.
‘In! Die bal was in!’ gilt Solo Loe terwijl hij op ‘send’ drukt. ‘In! Ik ben dinges, je weet wel, die rocker.’
‘John McEnroe?’ zucht Paultje.
‘Ja! Die! John McDinges! Die ben ik! En dat was fokking in!’ juicht Solo Loe over het geluid van een inkomend bericht heen. Meteen lanceert hij de volgende bal in een baan om de aarde; een miljoen jaar oude oerkreet weerkaatst door de Normandische heuvels.
Dat is het sein voor Ivo Victoria om met ijzingwekkende cool het veld op te wandelen. In zijn rechterhand fonkelt een glaasje water.
‘Hier, dikke.’
Even later rusten de Boys uit van de geleverde inspanningen. Midden in de vrije natuur, aan de rand van een verwarmd zwembad, komt hun talent pas echt tot uiting en durven zij zich ook emotioneel bloot te geven. Het zijn situaties waaruit menig succesvol TV-format te distilleren valt.
‘Vinden jullie dat ik teveel sms?’ vraagt Loe de ultieme retorische vraag.
‘Nou, veel, wat is veel?’ repliceert Polka gevat.
‘Sorry, wat zei je Paultje?’ Driftig pompt Solo Loe zijn diepste zieleroerselen het mobiele netwerk in.
‘Jongens, ik ga keihard onderwater baantjes zwemmen,’ legt Ivo Victoria de lat waar hij liggen moet.
‘Hard afzetten’ adviseert Polka Paultje. ‘Hard afzetten is het halve werk.’
Even later trekt een rode vlek zich moeizaam aan de kant. ‘Van rock bottom gesproken, zeg.’ Ivo Victoria masseert voorzichtig zijn gehavende reukorgaan. Het bloed druppelt over zijn kin tot op zijn borstkas – het is een even monsterlijk als geil tafereel dat echter van geen verdere invloed is op de gemoedelijke intellectuele titanenstrijd die de Boys op vriendschappelijke wijze met elkaar aangaan.
Het is mooi hoe geen enkele vorm van feitelijke kennis schijnt te kunnen verhinderen dat zij op uitzonderlijk hoog niveau het groter geheel der dingen te duiden.
‘Weet je wat dat is, een zwart gat?’ filosofeert Polka Paultje wat in het wilde weg. ‘Dat is een planeet die geïmplodeerd is tot de grootte van een zandkorrel. En die zandkorrel bevat zo duizelingwekkend veel materie dat de daardoor gegenereerde aantrekkingskracht alles in de omgeving naar zich toetrekt.’
‘Zo, Polka. Dus zo’n zwart gat, dat is een beetje zoals ons succes?’ vraagt Ivo Victoria oprecht geïnteresseerd edoch op licht nasale toon.
‘Wat?! Is ons succes geïmplodeerd?!” schrikt Solo Loe wakker uit een nachtmerrie in dewelke hij geen toegang meer had tot mobiele communicatiemiddelen.
Mijmerend over dit alles en nog een beetje bang draait Solo Loe onmiddellijk een toeter waar menig planeet van zou imploderen. En zo waait de middag vreedzaam weg, gedragen door een elegant Normandisch briesje, slechts om de 30 seconden onderbroken door het zachtmoedige bliepen van een inkomend sms-bericht en het daaropvolgend gelukzalig glimlachen der Loe.
Ja, het is hier, c’est ici, te midden van stemmige landerijen, wifi-loze heuvels, 143 lege flesjes Kronenbourg 1664 en een Pomerol van een goed jaar dat The Sore Bottom Boys zichzelf hebben teruggevonden.
Iedereen is onder de indruk.