Lebowski Publishers.

De voorbije zestien maanden was ik een BUS (Bewust Uitgeverijloze Schrijver). Het was een heerlijke tijd. Evenwel, aan alle mooie liedjes komt een eind. En dus laat ik mij vandaag uitermate gewillig in de boeien slaan door Lebowski Publishers, bij wie ik vanmiddag een contract teken voor drie boeken. De komende twee tot drie jaar kan u van mij verwachten: een roman, een verhalenbundel en een essaybundel. Wellicht ook in die volgorde. Blij! 
(Er is ook een officieel persbericht voor wie daarvan houdt.)

De mening.

Deze week heb ik elke dag een mening in opdracht van dS Avond, de digitale avondeditie van De Standaard, die elke dag rond 17.15h online gaat. Mijn mening van gisteravond stond vandaag evenwel ook nog eens in de papieren krant, dat kan zomaar gebeuren.

Bowie.

Vandaag in het Vlaamse weekblad Knack, schrijf ik over hoe het mis ging tussen David Bowie en mij, en ternauwernood alsnog goed kwam.

dS Weekblad.

Vandaag leg ik in vier pagina's en meer dan 2000 woorden uit waarom ik een mietje ben. Nu weet ik ook wel dat de meeste onder jullie dat prima kunnen in minder dan vijf woorden maar hey, ik moet ook mijn brood verdienen. De (betalende) link naar het artikel vind je HIER

Costello.

Vandaag in De Morgen Boeken, ga ik twee pagina's lang los op de erg goede autobiografie van mijn held Elvis Costello. 

Heruitgave Hoe ik nimmer...

Meer dan drie jaar lang was mijn debuut Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) om mysterieuze redenen niet meer verkrijgbaar maar vanaf vandaag is er de Rainbow pocket-editie van het boek, netjes op tijd voor de feestdagen en aan een spotprijsje. Hoppa!

Wild.

Meestal zak ik na het inleveren van een roman weg in een lethargische blues die gekenmerkt wordt door diepe, diepe verveling. Maar nu schoot ik in een soort frenzy en ging als een wilde aan de slag. Ik schreef een kerstverhaal voor Tirade dat dan wel in december zal verschijnen zeker, ik maakte een portret van de onvolprezen Carel Helder en zijn mooie verzamelboekwerk C.V. dat vandaag in de Volkskrant staat en nadat ik in Frascati naar De Wilde Eend was gaan kijken en daar na afloop met Daan en Doortje over had gesproken, ranselde ik er bij thuiskomst in één ruk een van de vreemdste verhalen uit die ik ooit heb geschreven en waar ik wellicht nooit meer naar ga kijken. Tussendoor begon ik aan de programmering van Lowlands en Down The Rabbit Hole, en smeedde wilde plannen voor Waumans & Victoria waardoor mijn agenda plots ramvol afspraken zat.
Kortom. Ik had het kunnen weten. Dat boek is helemaal niet af. Verre van. Sterker nog: ik ga de hele rakker herschrijven, van vooraf aan, gisteren, nadat ik tien Duitsers had verteld over mijn werk als literair programmamaker, ging ik zitten aan een tafeltje in de Balie, bestelde een Turkse tosti (don’t ask) en begon eraan. Het liep als een trein.

10.

Ik herinner me dat ik op de bank zat in ons appartement in Amsterdam-Noord en de muzikanten van de Antwerpse band waarin ik speelde een voor een opbelde en bij elke telefoontje sloeg ik de beleefdheidsformules over en kwam meteen ter zake: ik stopte ermee, per direct. Ik was 34, speelde in bandjes sinds ik vijftien was, het merendeel van de tijd met dezelfde mensen. De laatste die ik belde was de drummer, mijn beste vriend. Pas later hoorde ik van zijn vriendin dat hij dacht dat ik hem belde om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Dus ik weet dat het op 29 september 2004 was.
Een jaar lang maakte ik niets. Mijn gitaar stond in de hoek van de kamer. Ik had een abonnement op Canal +. Soms kwam een vriend langs op zondag en keken we van tien uur ‘s ochtends tot tien uur ’s avonds Engels en Duits voetbal terwijl we jointjes draaiden. Nadat de verveling in voldoende grote mate had toegeslagen, wilde ik weer iets maken. Ik bouwde eigenhandig de eerste versie van dit weblog, en bedacht een naam – dat was niet moeilijk. De gitaar bleef in de hoek staan, alsof hij stout was geweest.
Op 1 november 2005 publiceerde ik mijn allereerste stukje. Afgezien van de Bikkembergs t-shirts, valt de actualiteitswaarde ervan me reuze mee. Dit is volgens de statistieken stukje nummer 1330. Heel veel van die stukjes heb ik in de loop der tijd offline gehaald. Ik heb er nog steeds geen probleem mee om gebrekkig werk te publiceren – dit weblog is altijd mijn openbaar schetsboek gebleven – maar er zijn grenzen.
Verder moeten we er niet al te dramatisch over doen maar het valt zeer te betwijfelen of ik nu zou zijn wie ik ben zonder deze plek. Kortom: www.ivovictoria.com bestaat vandaag tien jaar. Dankbaarheid! Melancholie! Onwards!